Franc tireur op zoek naar eeuwig licht

Hans Wiegel is de oude niet meer. Waar was deze week in de nacht van Wiegel de echte Wiegel? Die was thuisgebleven. Achter een pose van zelfverzekerdheid was in de Senaat een nerveus politicus te zien.

Wie goed keek zag een eenzaam liberaal: zonder de mensen in het land, zonder zijn partij en mét een ballast die niemand van hem kende: zware principes. Wie het verloop van de crisisnacht volgde, zag ook hoe hij niet meer voluit de camera's zocht, hoe hij zich van iedereen verwijderde en hoe hij na afloop zijn gedecideerdheid kwijt was. Inmiddels heeft hij, geheel tegen zijn natuur, een mediastilte ingelast. Schuilevinken in Drenthe en afwachten wat het wordt: hosanna of kruisigt hem.

Als zijn nacht zijn einde wordt, is het ook over met zijn glansrol in de media.Zal hij niet langer met die vaste blik in de camera toegestroomde journalisten te woord staan en enkele welgekozen one-liners uitserveren. En zal hij ook niet meer op vragen wat de VVD gaat doen fijntjes glimlachen en de mensen in het land rechtstreeks toespreken.

Politiek was een spel. Dat moest je met overtuiging spelen en daar had hij ook nog lol in. Al was het maar omdat hij vooral genoot van alle aandacht voor zijn persoon. Maar een handelsreiziger in principes past die rol niet.

Hans Wiegel verschijnt al drie decennia in de media en nog zijn journalisten dol op hem. Ook al kan hij in jaren inmiddels van menigeen de grootvader zijn, de scherpte was er nog altijd. Want wie kon het zo helder zeggen, wie had zo'n acteertalent en wie hanteerde het wapen van de humor zo effectief?

Werd hij in zijn jonge jaren tijdens spreekbeurten in het land aangevallen en riep iemand `lul' dan zei hij alleen maar: `Aangenaam, mijn naam is Wiegel'. Gooiden demonstranten in het vroege voorjaar tomaten dan riep hij: `die zijn veel te duur, ik zou eieren nemen'. Hij draaide de rollen om: de aanvaller werd aangepakt en Wiegel nam de zaal, hoe kritisch ook, voor zich in.

Willem Bemboom, mediatrainer en oud-journalist, analyseert in Hans Wiegel en de Media deze kwaliteiten van de voormalig VVD-leider. En wel omdat er bij mediatrainingen altijd vraag is naar de methode-Wiegel. Hij ondervroeg Wiegel uitvoerig over diens aanpak en technieken en sprak met journalisten die Wiegel regelmatig interviewden.

Het liefst liet Wiegel zich live interviewen, want dan kon er niet worden geknipt in de opname. En moest een statement onverhoopt korter of langer, geen probleem: feilloos sprak hij zijn tekst op de gewenste lengte. Maar het kon ook anders, met een knipoog. Als hij de interviewer echt wilde pesten, keek hij strak in de camera en sprak hij het volk rechtstreeks toe.

Bembooms toon is er één van grote bewondering: `Hans die flikt het hem toch maar weer.' Hij noteert gretig de anekdotes die de boerenslimheid en vakkundigheid van Wiegel moeten illustreren. En hij laat journalisten in koor verklaren hoe professioneel en hoe goed Wiegel wel niet was.

Zelf heeft Wiegel een paar eenvoudige principes. Bedonder journalisten nooit. Zorg dat je altijd iets te vertellen hebt en let erop dat je `to the point' bent. Tegelijk koestert hij de wijsheid van Norbert Schmelzer, de zeer behendige fractievoorzitter van de vroegere KVP, dat je `niet alles hoeft te vertellen, maar wat je vertelt wel waar moet zijn'.

Een beetje jokken mocht wel, zoals die keer dat hij na een ministerrraad Dries van Agt verving en tegenover de pers ontkende dat er een belangrijke benoeming was gepasseerd. Gijs van der Wiel, de toenmalige chef van de Rijksvoorlichtingsdienst corrigeerde, waarop Wiegel zijn rechterhand quasi-streng tot de orde riep en zei: `U bent ontslagen'. De hilariteit verdrong de leugen en zijn faux pas was hem als bij toverslag vergeven.

Wiegels gouden periode waren de jaren zeventig, toen de Tweede Kamer nog een huiskamer was en politiek ongeveer een levensvervulling. Hij zei altijd naar harmonie te streven, maar glorieerde juist bij de gratie van de polarisatie. Hij was de baarlijke duivel voor links Nederland, maar onderhield als fractieleider van de VVD hartelijke relaties met linkse journalisten als Joop van Tijn, Jan Tromp en Paul Witteman. Interviews waren altijd een duel, maar als het kon wel een prettig duel. En meestal was hij de winnaar.

Weg uit Den Haag bleef zijn schaduw nog lang over het Binnenhof hangen. Want al was hij uit de landelijke politiek, journalisten wisten hem in Leeuwarden blindelings te vinden en ze waren altijd welkom. Zo groeide zijn status van `orakel van Ljouwert'. De eeuwige vraag was: zou hij terugkomen of niet. Hij koesterde die positie zorgvuldig. `Een tikje geheimzinnigheid maakt het spannend', wist hij. Tot Frits Bolkestein begin jaren negentig een terugkeer bruusk blokkeerde. Sindsdien is Wiegel voor de VVD gereduceerd tot stemmentrekker bij verkiezingen en tot senator voor één dag in de week. Tot afgelopen dinsdag toen hij het land weer in zijn greep had bij het debat over het correctief referendum.

Voor wie interesse heeft in het wezen van de politiek is Hans Wiegel en de media van Willem Bemboom een niemendalletje, maar voor wie grote politieke ambities heeft is het een aanrader. Want als je eenmaal minister van binnenlandse zaken bent, kun je zijn tips goed gebruiken. Je wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met krakersrellen, je grijpt in, maar een radioreporter wil je commentaar nog voor de acties beëindigd zijn. Je geeft de verslaggever drie versies: één voor als de actie slaagt, een tweede voor het geval het tegenzit en een derde als de actie uit de hand loopt. En je spreekt met de journalist af dat hij na afloop van de acties het juiste commentaar uitzendt.

Zo simpel is dat. Gek toch, dat er niet al lang een tweede Wiegel is opgestaan.

Nee, gek is het niet. Zie Jaap de Hoop Scheffer een one-liner uitspreken - zoiets als `Wim waar was je'- en je voelt dat het gekunsteld is. Hoor Ad Melkert een grap maken en je weet dat het driemaal bedacht is. Of laat Thom de Graaf bloedserieus een interventie plegen en je denkt: waar is de lichte toets die de boodschap verteerbaar maakt.

De kracht van Wiegel is zijn eenvoud: het graaft nooit diep, maar het is wel overtuigend.

Wedden dat het nog lang duurt voor zich een tweede Wiegel aandient.

Willem Bemboom: Hans Wiegel en de media. Strengholt, 119 blz. ƒ34,50