`De Rode Brigades. Was dat geen prehistorie?'

De moord, gisteren, op een topadviseur van de Italiaanse regering brengt een geest uit het verleden terug, het spook van de politieke terreur uit de jaren zeventig en tachtig.

,,Ik zeg vaak: De moeder van de idioten is altijd zwanger. De Rode Brigades die midden op straat iemand vermoorden. Was dat geen prehistorie?'' Met een walgend gezicht tapt Riccardo nog maar een Leffe. En dan, zacht: ,,Het is ongelofelijk. In wat voor land leven we eigenlijk?''

Een golf van ongeloof en verbijstering is gisteren over Italië geslagen. Riccardo in zijn café in hartje Rome, politici in het parlement, vakbondsleden op een in vliegende vaart georganiseerde demonstratie, iedereen waant zich even twintig jaar terug in de tijd. De moord op Massimo D'Antona, topadviseur van de minister van Arbeid, brengt een geest uit het verleden terug, het spook van de politieke terreur die in de jaren zeventig en tachtig meer dan 400 levens eiste.

Het scenario is angstaanjagend bekend. Twee gestolen bestelbusjes die een week lang geparkeerd staan langs de via Salaria, om het slachtoffer te observeren. Ze staan tegenover elkaar, langs iedere stoep een – je weet nooit zeker welke kant het slachtoffer oploopt. Drie doffe schoten in de borst, twee mannen die ervandoor gaan op een motorfiets.

Een paar uur later volgen de telefoontjes naar kranten, dat er communiqués liggen in een prullenbak en onder een bloembak. Bovenaan de vijfpuntige ster van de Rode Brigades, en dan 28 dichtbedrukte pagina's met een ingewikkelde verhandeling over imperialistische overheersing, het klassenverraad van de vakbonden, en het neo-corporatisme van het centrum-linkse kabinet dat de proletariërs werkloos houdt.

Het slachtoffer is met zorg gekozen. De 51-jarige D'Antona, oud-staatssecretaris en hoogleraar arbeidsrecht aan de Sapienza-universiteit in Rome, was niet bekend bij het grote publiek. Hij was lid van de Linkse Democraten, de grootste coalitiepartij, maar werkte het liefst achter de schermen. In de beleidssfeer speelde hij een sleutelrol in de plannen om te komen tot nieuwe sociale verhoudingen, herziening van het sociale-zekerheidsstelsel en versoepeling van het ontslagrecht.

Het is een dramatische waarschuwing door extreem-links aan de linkse hervormers in het kabinet. ,,Het terrorisme wapent zich nu tegen het Italiaanse reformisme, om te voorkomen dat het kan regeren'', schrijft het dagblad La Repubblica vanmorgen. En dat juist op een moment dat Italiaanse links een moderner, Europeser jasje aan wil trekken.

De politieke reacties zijn eensgezind. Gianfranco Fini van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, pleit voor ,,hardheid en eenheid'' en geeft hiermee het kabinet op dit gebied een blanco cheque. En Walter Veltroni, partijleider van de Linkse Democraten, riep 's avonds geëmotioneerd: ,,De Rode Brigades moeten weten dat ze al een keer zijn verslagen in de jaren tachtig en dat ze weer verslagen zullen worden als ze opnieuw proberen de democratie en instituties van dit land aan te vallen.''

Het communiqué waarin de verantwoordelijkheid voor de aanslag wordt opgeëist, is ondertekend door ,,de Rode Brigades voor de Constructie van de Strijdende Communistische Partij''. Dat is een splintergroep die begin jaren tachtig is ontstaan. De Rode Brigades waren na de ontvoering van en moord op de christen-democratische leider Aldo Moro, in 1978, verdeeld geraakt. Sommige kopstukken gingen praten. Een groep hardliners besloot toen onder eigen vlag verder te gaan, met als eerste wapenfeit de ontvoering, december 1981, van de Amerikaanse generaal James Lee Dozier.

Deze groep heeft een aantal aanslagen uitgevoerd op links-georiënteerde hervormers. In 1983 raakte de socialist Gino Giugni gewond, in 1985 werd de hoogleraar economie Ezio Tarantelli vermoord, en in april 1988 Roberto Ruffilli, een christen-democratische senator die werkte aan plannen voor staatsrechtelijke vernieuwing.

De moord op Ruffilli was, tot gisteren, de laatste politieke aanslag. Voor vrijwel iedereen komt de moord op D'Antona als een verrassing. Er duikt nu een rapport op van de inlichtingendienst, dat er in het noorden van het land aanwijzingen zijn voor de opkomst van ,,neobridagisme''. Maar waarschuwingen voor politieke aanslagen bevat dit rapport niet.

Terugblikkend zijn er de afgelopen weken wel verontrustende signalen geweest. Een dertigtal aanslagen op partijbureaus van de Linkse Democraten. Een molotov-cocktail naar de Arbeidskamer in Turijn en vernielingen in een vakbondskantoor in Milaan. Verbrande Amerikaanse auto's en een niet-ontplofte bom bij de NAVO-basis in Aviano, die een sleutelrol speelt in de acties tegen Servië. Een blok cement dat de hoge-snelheidstrein van Roma naar de Zuid-Italiaanse stad Lecce deed ontsporen. Een gewelddadige overval op een geldtransport in Milaan.

Het is nog onduidelijk of er een direct verband is tussen een of meer van deze gewelddaden en de moord van gisteren. Ook op de vraag `waarom juist nu' kan nog alleen maar met hypotheses worden geantwoord. In hun brief mengen de daders protesten tegen de NAVO-acties in Joegoslavië met kritiek op de hoge werkloosheid. Opvallend is dat de nieuwe aanslag een week komt nadat minister van Financiën Carlo Azeglio Ciampi verrassend snel tot president is gekozen door het parlement – de voorgaande presidentsverkiezingen werden opgeschrikt door de mafiamoord op onderzoeksrechter Giovanni Falcone.

Politie en justitie zijn er steeds vanuit gegaan dat in de jaren tachtig de Rode Brigades volledig zijn opgerold. De leiders zijn gearresteerd, er zijn tientallen processen geweest, en er zitten nog steeds 189 linkse terroristen gevangen. Bijna allemaal hebben ze politiek geweld afgezworen, sommigen in absolute termen, anderen als iets dat niet meer bij deze tijd past, maar twintig jaar geleden in hun ogen gerechtvaardigd was. Dat stelt Italië voor een dringende maar voorlopig nog open vraag: wie zijn de nieuwe rode brigadisten en hoe gevaarlijk zijn ze?