De pioniers van Paardekraal

In oktober zal het honderd jaar geleden zijn dat in Zuid-Afrika de Boerenoorlog begon. Misschien zal aan dit jubileum aandacht worden geschonken, maar die zal in het niet vallen bij de opwinding die in 1899 in Europa uitbrak. Van die betrokkenheid getuigen in de Nederlandse grote steden nog de woonwijken met straten die zijn vernoemd naar de helden van het stamverwante volk dat ver bezuiden de evenaar de wapens moest opnemen tegen de oppermachtige Britse tegenstander. Die straatnaambordjes zeggen ons niets meer. Wie was Danie Theron? Wat gebeurde er in godsnaam in Paardekraal? Het is gestolde solidariteit met een zaak die uit het collectieve geheugen is weggezakt. Een eeuw geleden kon Nederland zich nog hevig opwinden over de Britse aanval op de twee onafhankelijke republieken Transvaal en Oranje Vrijstaat, die waren uitgeroepen door nazaten van Hollandse, Duitse en Frans-protestantse kolonisten. De beide staten waren ontstaan nadat in 1821 de door Hollanders gestichte Kaapkolonie definitief onder Brits bestuur was gekomen. Duizenden mensen waren uit onvrede met de nieuwe heersers het binnenland ingetrokken, eerdere pioniers achterna. Ze noemden zich `boeren', feitelijk grootgrondbezitters die zich soms na taaie strijd met de autochtone stammen aanzienlijke stukken land hadden kunnen toeëigenen.

`Boeren' werd hun geuzennaam toen Groot-Brittannië in 1899 zowel Transvaal als Oranje Vrijstaat met militaire middelen annexeerde. Het woord `Boer' werd op het Europese vasteland synoniem voor de David die het opnam tegen de Engelse Goliath, temeer omdat de Britse expansiedrift werd aangewakkerd door platte hebzucht: in de bodem van de beide Boerenrepublieken waren in de jaren tachtig enorme lagen goud, diamanten en steenkool ontdekt. De continentaal-Europese sympathie voor de Boeren werd verder aangewakkerd door de taaiheid en onverschrokkenheid waarmee ze ook na de verovering van hun land een guerrilla-oorlog bleven voeren. Pas medio 1902 gaven de Boeren zich over.

Een mooie gelegenheid de afgestorven belangstelling voor de Boerenoorlog nieuw leven in te blazen, is het verschijnen van de bundel Witnesses to War, uitgegeven in Kaapstad. Zoals de titel al aangeeft, is dit geen historische studie, maar een bloemlezing uit overwegend niet eerder gepubliceerde ooggetuigeverslagen van die oorlog. Uit de collecties van de South African Library, de nationale bibliotheek in Kaapstad, diepte de in Zuid-Afrika bekende romancier en historicus Karel Schoeman brieven, dagboeken, notities en foto-albums op van burgers en soldaten die de oorlog hebben meegemaakt. Het resultaat is een afwisselende en indringende verzameling wederwaardigheden, geïllustreerd met een groot aantal tot nu toe onbekende foto's.

De waarnemingen variëren van Britse officieren die klagen over het gebrek aan whiskyglazen in de mess-tent, tot een twaalfjarig Nederlandstalig meisje, dat in een droom een ontmoeting had met de aartsengel Michael, die belooft de Boeren te zullen beschermen. Een beschrijving van haar droom deed in pamfletvorm de ronde als oproep de moed erin te houden.

Weliswaar heeft Schoeman alle teksten voorzien van een zorgvuldige annotatie en een toelichting, de teksten zelf zijn in hun oorspronkelijke vorm gelaten, inclusief spelfouten. Vooral de vele ontboezemingen in het Nederlands leiden tot interessante conclusies. Zo blijkt uit woordkeus, spelling en zinsbouw dat het Afrikaanse Nederlands van een eeuw geleden nog dicht bij het Europese Nederlands stond. Onwillekeurig wordt daarmee nog eens onderstreept hoe hecht de Boeren nog in cultureel opzicht met hun stamland waren verbonden. De overgang naar het huidige Afrikaans moet dus betrekkelijk snel zijn beslag hebben gekregen.

Al even verbazingwekkend is het achteraf dat Boeren en Engelsen later weer een modus vivendi met elkaar hebben gevonden, want de achteloze wreedheid waarmee de Britten de strijd voerden, zou diepe sporen nalaten. Met succes pasten ze de tactiek van de verschroeide aarde toe. Krijgsgevangen Boeren werden verscheept naar onherbergzame oorden in India en Ceylon, op de Bermuda's en Sint Helena, waar velen het leven lieten. Hun vrouwen en kinderen kwamen terecht in concentratiekampen, waar de omstandigheden zo slecht waren dat er in Europa een heel lezingencircuit op gang kwam met als onderwerp de toestand in die kampen. Nadrukkelijk ontbreken in deze bundel de ervaringen van niet-blanken, wat lijkt te bevestigen dat de Boerenoorlog werkelijk `a white man's war' is geweest. Volgens Schoeman is deze conclusie onjuist. Vermoedelijk hebben in deze oorlog zelfs meer zwarten dan blanken het leven gelaten, maar hadden de blanke bazen, Britten net zo min als Boeren, geen belangstelling voor het optekenen en archiveren van het lot van hun onderhorigen. Zo werkt de Apartheid toch nog door in dit boek.

Witnesses to War geeft geen coherent beeld van het verloop van de oorlog, maar dat doet geen enkel boek dat is opgebouwd met verslagen van tijdgenoten, die op dat moment nog het overzicht missen. Daar staan fascinerende observaties tegenover. Zo kan iemand uit de haardracht van een Boer afleiden dat hij een Hugenoot is. Een vrouw in Pretoria verbaast zich over de lichaamsomvang van Gezina Kruger, echtgenote van Transvaals laatste president S.J.P. Kruger. Zij is zo dik dat zij met paard en wagen naar de kerk moet worden gebracht, ook al staat die kerk aan de overkant van haar huis. Toen zij in 1901 stierf, was haar man al een jaar van huis. President Kruger zwierf door Europa op zoek naar militaire en politieke steun voor zijn verloren republiek.

Wat hij kreeg, was heel veel sympathie. Na zijn dood in 1904 werd zijn lichaam door een Nederlands pantserschip naar Zuid-Afrika gebracht. Vervolgens kreeg hij een heleboel straatnamen.

Karel Schoeman (red.): Witnesses to War. Personal documents of the Anglo-Boer War (1899-1902) from the collections of the South African Library.Human & Rousseau (3-9 Rose Street, 8001 Kaapstad, Zuid-Afrika), 176 blz. ƒ89,95