`De hoofdpersoon is het woordenboek'

Dertig weken lang stond `The Professor and the Madman' van Simon Winchester (1944) op de bestsellerlijst van de `New York Times'. Dit boek, onlangs in Nederland verschenen onder de titel `De gekwelde woordenaar', gaat over de totstandkoming van The Oxford English Dictionary waaraan een geleerde en een gek in de vorige eeuw jarenlang werkten. Een gesprek over de fascinatie voor woorden en over de combinatie journalistiekliteratuur. ``Het is de journalist in mij die een goed idee herkent.''

De Engelse journalist en schrijver Simon Winchester lag in bad een boek over woordenboeken te lezen, toen een opmerkelijke passage hem naar de draagbare telefoon deed grijpen. Hij belde een bevriende lexicograaf in Oxford om te vragen: is het waar? Hebben jarenlang een geleerde en een gek samengewerkt aan de totstandkoming van The Oxford English Dictionary in de vorige eeuw? De lexicograaf kon het in grote lijnen bevestigen, en nog in bad besloot Winchester dit curieuze Victoriaanse verhaal uit te zoeken en op te schrijven. Volkomen onverwachts is het resultaat, in Amerika getiteld The Professor and the Madman en in Engeland The Surgeon of Crowthorne, een beststeller geworden. Onlangs verscheen bij uitgeverij Atlas de Nederlandse vertaling, De gekwelde woordenaar.

Leest u wel vaker boeken over woordenboeken in bad?

``Ik ben altijd al gefascineerd geweest door woorden en hun herkomst, allang voordat schrijven mijn beroep werd'', vertelt Winchester in New York, waar hij sinds vijf jaar woont. ``Vroeger kocht mijn vader in het weekend altijd twee exemplaren van dezelfde krant en dan hielden we een wedstrijd, wie de kruiswoordpuzzel het snelst kon oplossen.

``Ik ben ook in het gelukkige bezit van een exemplaar van de volledige Oxford English Dictionary, en als je het zelf vaak gebruikt besef je voortdurend wat een prestatie het samenstellen ervan was. Alleen al het bij elkaar brengen van alle lemmata voor de letter T duurde van 1909 tot 1913! Het idee ontstond in 1857 al, maar pas in 1927 was het hele woordenboek voltooid, met definities van 414.825 woorden en 1.827.306 toelichtende citaten.

``De OED was het eerste echte woordenboek van de Engelse taal. Daarvoor bestonden er lijsten met `moeilijke woorden', maar geen systematische inventarisatie van de verschillende betekenissen en vindplaatsen van allerlei woorden. Het kostte de redactie trouwens grote moeite om haar vrijwilligers ervan te overtuigen, dat ook de meeste alledaagse woorden geboekstaafd moesten worden. Je zou dit met recht een `nationaal project' kunnen noemen: duizenden mensen uit het hele land hielpen decennia lang mee door strookjes naar de redactie te sturen met vindplaatsen van woorden.''

Dit moet een lastig verhaal zijn geweest om te structureren; het heeft in feite drie hoofdpersonen.

``Daar was ik ook bang voor, maar het schreef zichzelf. Misschien is dat aan mijn journalistieke achtergrond te danken, je leert snel je materiaal ordenen. De echte hoofdpersoon is natuurlijk het woordenboek, maar daardoorheen zijn de persoonlijke levensgeschiedenissen gevlochten van de geleerde, de briljante hoofdredacteur James Murray, en de gek, de even briljante maar geesteszieke Amerikaanse chirurg William Minor, wiens bijdrage aan het OED van onschatbare waarde is geweest.

``Minor was een Amerikaanse chirurg die na de gruwelen van de Amerikaanse Burgeroorlog naar Europa was gereisd om te schilderen en tot rust te komen. Op een nacht kregen de wanen echter de bovenhand. Hij pakte zijn pistool en vermoordde een toevallige passant, George Merritt, een straatarme stoker en vader van zeven kinderen die onderweg was naar de vroege ochtenddienst. Dokter Minor werd opgenomen in de inrichting Broadmoor, waar hij van de directie twee cellen kreeg. Dankzij zijn uitkering van het leger kon hij die met een steeds omvangrijker bibliotheek vullen. De oproep van de redactie van het OED was een zegen: Minor had een doel in het leven gevonden.

``Het heeft jaren geduurd, tot 1891, voordat Murray er bij toeval achter kwam wie zijn correspondent was, maar nadat zij eindelijk kennis hadden gemaakt is er een hechte vriendschap ontstaan. Op de foto's die er van hen beiden nog bestaan is te zien dat ze zelfs veel van elkaar weg hebben.''

Maar zelfs zijn toewijding aan het grootse project kon niet voorkomen dat Minors geestesgesteldheid achteruit ging. Na dertig jaar in Broadmoor opgesloten te hebben gezeten pakte hij op een winterochtend in 1902 zijn zakmes en sneed zijn eigen penis af. Hij was ervan overtuigd geraakt dat zijn obsessie met seks de bron van zijn ellende was. Mede dankzij Murray mocht Minor op zijn oude dag terug naar familie in Amerika; tien jaar later stierf hij rustig in zijn slaap, 85 jaar oud en zo gek als een deur.

``De echte onbekende van het hele verhaal is natuurlijk de arme George Merritt'', zegt Winchester. ``Ik heb in ieder geval kunnen achterhalen dat zijn vrouw een aantal jarenlang Minor in de inrichting heeft bezocht en hem zijn bestelde boeken bracht. Misschien hebben ze zelfs een verhouding gekregen, maar dat is niet helemaal te verifiëren. Ik weet wel dat ze later aan de drank is geraakt en overleden. Merritt zelf heeft een armzalige graf zonder zerk in het zuiden van Londen. Bij wijze van nagedachtenis heb ik dit boek aan hem opgedragen.''

Dit was uw eerste boek over een historisch onderwerp, uw eerdere boeken zijn op de actualiteit geënte nonfictie of reisverslagen. Slaat u een nieuwe richting in?

``Het verlangen om te reizen bepaalde mijn keuze voor een studie in Oxford: geologie. Erg goed was ik er niet in, maar het had twee voordelen: als geoloog kon je naar verre oorden, bovendien verstond mijn dove oude tante `theologie' en liet mij vijfhonderd pond na. Met dat geld ben ik met de Orient Express naar Istanbul vertrokken en daarna als geoloog naar Oeganda. Een jaar later bedacht ik dat je ook als journalist de wereld kon zien. Mijn eerste baan was bij een lokale krant in Newcastle, waar mijn eerste verhaal een verslag was van een brand in een loods. Maar daarna ben ik voor The Guardian gaan werken als correspondent, eerst in Noord-Ierland, daarna in Washington - het was de tijd van Watergate, elke dag op de voorpagina - en vervolgens in Delhi. Met een Amerikaanse vriend ben ik er met de auto heengereden, we hebben al die plaatsen aangedaan die nu dagelijks in het nieuws zijn: Pec, Pristina, Skopje.''

Medio jaren tachtig besloot Winchester, die inmiddels in Hong Kong woonde, voor zichzelf te gaan werken. In 1985 verscheen zijn eerste boek, Outposts, waarin hij langs de laatste, vaak vergeten en verwaarloosde resten reisde van het eens roemrijke Britse Empire. Daarin werd de toon gezet die zijn werk is blijven kenmerken: informatief en onderhoudend, een combinatie van het vermogen van een journalist om helder uiteen te zetten `hoe het zit', ook op politiek gebied, en het talent om het verhaal mooi en meeslepend te presenteren.

Bent u journalist of schrijver?

``Ik ben groot geworden in de journalistiek, die zal ik altijd bij me dragen. Aan het begin van de Kosovo-crisis ben ik op verzoek van The Daily Telegraph teruggegaan naar Macedonië. Ik was blij om te constateren dat je de basisvaardigheden niet verleert: snel erheen, de juiste mensen te spreken krijgen en het snel opschrijven. Het is ook de journalist in mij die een goed idee herkent en er meteen achteraan wil. Toen ik in bad het idee voor The Professor and the Madman kreeg, had ik al een contract voor een ander boek. De uitgever weigerde halstarrig mij dit tussendoor te laten doen, waarop ik met de uitgeverij heb gebroken. Ik denk dat ze spijt hebben, nu het boek dertig weken op de bestsellerlijst van de New York Times heeft gestaan.

``In 1986 besloot ik om zelfstandig te gaan werken, omdat ik op zoek was naar een langere spanningsboog. Een boek kan complexer en subtieler dan een artikel zijn, afstandelijker of juist gepassioneerder. Ik wist niet zeker of ik maanden achterelkaar stil kon zitten om te werken aan één project dat louter historisch van aard is, zoals het boek over Murray en Minor. Maar de materie was zo boeiend dat het me geen enkele moeite kostte. Het archiefonderzoek was ook vrij snel gebeurd. Het moeilijkste van alles was het krijgen van toestemming van de Amerikaanse overheid om het archief over Minor van het St. Elisabeth-ziekenhuis te raadplegen.''

Wat is het volgende project?

``Ik ben met het onderzoek bezig voor een biografie van de Amerikaan Adolphus Greely. Interessante man. Hij heeft tegen de Indianen gevochten, het blad National Geographic opgericht en tussen 1881 en 1884 een veelbesproken poolexpeditie geleid. Van de 22 leden overleefden er maar zes de reis, en eenmaal thuis werden zij van kannibalisme beschuldigd. Dat bleek niet waar te zijn, maar pas in 1935 bood de regering officieel haar verontschuldigingen aan. Net op tijd: zeven maanden later overleed Greely.

``Maar nu ga ik eerst een boek over de Balkan maken. De grote uitdaging zal zijn om het amechtige van de journalistiek te vermijden en het de bezonkenheid van een boek te geven. Ik heb er nu al slapeloze nachten van.''

Simon Winchester: De gekwelde woordenaar. Vert. Peter Out, Atlas, 256 blz. ƒ39,90