Censuur

Voor het eerst heeft de censor gesneden. Dat verklapte Pia Dijkstra gisteren in het Journaal. In Belgrado. Een reportage over een gebombardeerd ziekenhuis moest worden veranderd want er stonden militairen in beeld. Dat mocht het Westen niet zien. Hadden die soms luchtafweer op het dak geplaatst?

Dat ,,voor het eerst censuur'' is misleidend. De bewegingsvrijheid van een televisiecorrespondent is zo beperkt dat censuur nauwelijks nodig is. Hij heeft een cameraman, een camera, lampen, geluid. Waar hij gaat, ontstaat ophef. Moeilijk om hem niet te zien. Een krantencorrespondent valt niet op want hij heeft alleen een opschrijfboekje en dat zit meestal in zijn zak. Belgrado heeft daarom graag veel buitenlandse televisiecamera's om de schade te registreren en de kritiek. Krantenjournalisten komen er nauwelijks in, zeker niet na de eerste dag van de bombardementen. Irak paste de zelfde selectie toe tijdens Golfoorlog I en II. Veel lichtflitsen, schade en gebalde vuisten op CNN, weinig context en uitleg. Televisie is afhankelijk van beschikbare beelden en dat gaat wel eens ten koste van achtergrond.

Censuur achteraf geldt ook voor kranten in totalitaire landen. Een correspondent die te ver gaat, vliegt eruit – heel simpel. Daar heeft een hoofdredactie niets aan. Zo moest twee weken geleden de onafhankelijke Russische kwaliteitszender NTV Belgrado verlaten. De diepgaande reportages die werden uitgezonden bij een belangrijke bondgenoot kwamen Miloševic slecht uit. NRC Handelsblad krijgt geen visum.

Wie in Belgrado werkt, staat onder hoge druk. Hij moet zoveel mogelijk de grenzen opzoeken om zijn eigen land te kunnen informeren. Een enkele keer slaagt Journaal-correspondent Gerri Eickhof daar goed in. Zo maakte hij straatinterviews in Belgrado na het ontslag van Vuk Draskovic. Bijna iedereen betreurde het. De mensen steunden de koers van Draskovic en met zijn vertrek werd hun hoop op een snelle afloop de bodem in geslagen. Deze gesprekken lieten zien dat het hele volk niet unaniem achter Miloševic staat. Ik heb de indruk dat het daar wat vrijer is dan in Irak waar je nooit een dissident geluid hoorde. Maar bij de opstand in Zuid-Servië mag niemand komen, meldde Eickhof gisteren eerlijk.

Het blijft behelpen met de oorlogberichtgeving. Het ontvolkte Kosovo is vrijwel ontoegankelijk. Heel anders dan Afghanistan ten tijde van de Russische bezetting. De Mujahedeen was heer en meester op het platteland en nam graag journalisten mee. Het Kosovo bevrijdingsleger staat minder sterk. Eergisteren zag ik op het Duitse ZDF een reportage van een journaliste die vanuit Noord-Albanië een dagje in Kosovo op stap was met het bevrijdingsleger. Ze kwam in op de Serviërs veroverd gebied. 's Avonds op de terugweg naar Albanië reed ze langs rijen Kosovaarse militairen.

Dat er ook buiten het directe slagveld in voormalig Joegoslavië nog heel wat voor de tv te doen is, bleek woensdagavond uit Vrede in Vukovar van Rob Hof. Een meesterlijke documentaire die liet zien hoe lang de ellende nog gaat duren.

Hof volgde een ouder Servisch echtpaar dat uit het eigen dorp was verdreven en in 1991 uit arremoe in een verlaten huis in het kapotte Vukovar was ingetrokken. Nu Vukovar weer Kroatisch was, moesten ze vertrekken. De vroegere bewoners kwamen terug. We zagen de confrontatie. De geërgerde Kroaat vroeg waar zijn koeien en varkens waren gebleven. Waarom was zo'n rotzooi? De soldaten hadden alles geplunderd en meegenomen, was het antwoord. ,,Mogen we rondkijken?'' vroeg de Kroatische vrouw beleefd. ,,Dat hoeven we niet te vragen, want het is ons huis'', zei de man.

Op het laatst zien we het Servische paar vertrekken, te voet, met twee volle tassen als enig bezit. Terug naar hun dorp kunnen ze niet. Dat is verwoest door Kroaten. Ze gaan naar de tweekamerflat van hun zoon in Belgrado. ,,Je kunt beter niet omkijken'', zegt de vrouw tegen haar man, terwijl ze langs de rechte weg lopen.