Bedrijf dingt af op onderzoek naar gevaar transgene maïs

Het Zwitserse bedrijf Novartis heeft met scepsis gereageerd op een studie waaruit zou blijken dat door Novartis geleverde transgene maïssoorten een ecologisch gevaar opleveren. Novartis dingt af op de betekenis van het onderzoek maar geeft toe dat het `interessante vragen' opwerpt. Er is meer onderzoek nodig, we moeten niet overreageren, aldus Novartis.

De Europese Unie heeft inmiddels de formele afhandeling van de toelating van dit type maïssoorten opgeschort.

Gisteren publiceerde het Britse blad Nature een artikel van entomologen verbonden aan de Cornell University in New York. In laboratorium-experimenten hadden deze het bewijs gevonden dat het stuifmeel van transgene maïs waarin het gen voor de vorming van een natuurlijke gifstof is opgenomen de groei van een vrij willekeurig gekozen rupsensoort sterk aantast. Omdat het stuifmeel van bloeiende maïs zich over grote afstanden verspreidt is daarmee aannemelijk geworden dat grootschalige teelt van deze transgene maïssoort, zoals in de VS plaats vindt, een onvoorzien ecologisch gevaar oplevert. Behalve door Novartis (een fusie van Sandoz en Ciba-Geigy) wordt de betrokken maïssoort geleverd door Monsanto en Pioneer Hi-Bred.

In de transgene maïs is een gen ingebouwd van de bacterie Bacillus thuringiensis die in het eigen celvocht een eiwit produceert dat voor veel rupsen giftig is. In de VS moet het de maïs beschermen tegen vraat van de Europese maïsboorder, de rups van een mot die vooral in de stengels van de maïsplant leeft.

De maïs in de VS wordt, anders dan in Nederland, gekweekt voor de oogst van de kolven. De transgene maïs is pas toegelaten nadat uit uitputtend onderzoek was gebleken dat consumptie ervan geen gevaar oplevert. Nu blijkt dat de transgene maïs, die ongeveer tien dagen achtereen bloeit, het rupsengif over een wijde omgeving verspreidt zou opnieuw dispuut kunnen ontstaan over de toelaatbaarheid van de genetische modificatie.