`Alle Koerden nu onder één dak'

De Turks-Koerdische beweging PKK, die in 1995 in Den Haag het Koerdische Parlement oprichtte, zal maandag, tweede pinksterdag, in de Rode Hoed in Amsterdam bevallen van een tweede kind. Ditmaal van het Koerdisch Nationaal Congres ,,dat alle politieke en religieuze stromingen in Koerdistan'' onder één dak wil brengen, dat wil zeggen álle Koerden in Turkije, Irak, Iran en Syrië, alsmede de geëmigreerde Koerden.

Daarmee krijgt, aldus het oprichtingscomitee, het Nationaal Congres ,,een bredere basis dan het Koerdische Parlement, dat uitsluitend het door Turkije bezette, noordelijke deel van Koerdistan vertegenwoordigt''.

Met deze bewoordingen geeft de PKK impliciet aan dat zij nog steeds streeft naar een onafhankelijk Groot-Koerdistan. Daarom zullen de belangrijkste Koerdische politieke partijen – de Iraakse KDP onder leiding van Massoud Barzani, het Iraakse PUK van Jalal Talabani en de Iraanse KDP – geen officiële vertegenwoordigers naar Amsterdam sturen. Zij willen niet door de PKK op sleeptouw worden genomen, aangezien dat politiek veel te riskant zou zijn.

Ook vele Koerden die op individuele titel werden uitgenodigd, hebben aan de uitnodiging geen gehoor gegeven, toen het contactadres van het oprichtingscomitee in Brussel tevens het adres van het Koerdische Parlement bleek te zijn. Bovendien beperkte de uitnodiging zich tot het uiterst mistige doel ,,een politieke en vreedzame oplossing van het Koerdische probleem na te streven''.

Uiteraard juicht iedere Koerd dat streven toe, maar over de uitvoering zijn de meningsverschillen zó groot dat ze regelmatig met kalasjnikovs en raketten worden uitgevochten. Naar verwachting zullen dan ook alleen die in Europa wonende Koerden die nog steeds de Groot-Koerdistan-gedachte aanhangen en niet tot een specifieke politieke partij behoren, het Nationaal Congres bijwonen.

Het idee van een grensoverschrijdende Koerdische organisatie, ter overbrugging van de Koerdische tegenstellingen, bestaat al sinds de jaren '80. Maar het kwam er nooit van, omdat alle Koerdische politieke partijen voor hun overleving afhankelijk zijn van regeringen in de regio, die hen voor hun eigen doeleinden gebruikten. Zo bestreed de Iraakse KDP, toen zij nog op goede voet stond met het Iran van de sjah en het Iran van Khomeiny, de Iraanse KDP. En de afgelopen jaren voerde de Iraakse KDP oorlog met de PKK, die bases heeft in Iraaks Koerdistan.

Het besluit van de PKK om thans het Koerdisch Nationaal Congres op te richten, is gevallen omdat de PKK militair in ernstige problemen zit, en politiek geen toekomst heeft zolang de Turkse overheid haar als een puur terroristische beweging afdoet. Weliswaar is van alle Koerdische organisaties de PKK in Europa het best georganiseerd, zoals bleek bij de door haar georganiseerde protestdemonstraties van afgelopen februari nadat haar leider, Abdullah Öcalan, door de Turkse geheime dienst uit Kenia was ontvoerd. Maar die demonstraties haalden uiteindelijk niets uit. Daarom is het voor de PKK van zeer groot belang haar aanhang onder niet-Turkse Koerden te verbreden.

Tot dusver zijn de verwachte woedende reacties van de Turkse regering uitgebleven, waarschijnlijk omdat men in Ankara verrast was over de geboorte van het Koerdisch Nationaal Congres. Maar dat die reacties zullen volgen, zoals in maart 1995, toen het Koerdische parlement werd opgericht, staat al bij voorbaat vast.

Voor de Nederlandse regering is dat ditmaal des te vervelender, omdat beide landen via de NAVO met Joegoslavië in oorlog zijn, en Turkse landstrijdkrachten bij een eventuele grondoorlog in Kosovo meer dan welkom zouden zijn.