Al struikelend en verstoppend

In het nieuwe prentenboek van Imme Dros en Harrie Geelen speelt als vanouds een roodharig meisje met een stomp opwippende neus de hoofdrol. Ditmaal heet zij Sofie, maar haar moeder noemt haar Soffie. Ze doet denken aan Floddertje van Annie M.G. Schmidt, want `net als alles goed ging, ging het fout.' Sofie morst en struikelt en vernielt voortdurend van alles. Maar Zuurstok is de mooiste kleur is dromeriger van toon dan Floddertje, en niet zo slapstick-achtig.

Prachtig zijn de platen van Geelen, waarop de lamp zwaait, stoffer en blik op de tegels van de vloer ketsen, een poes zich haastig uit de voeten maakt. Bij oma, waar serene rust hangt, staat Sofies gedrongen figuurtje met de armpjes op de rug in de keukendeur te staren naar de mooie kopjes op het aanrecht. Geelen kan subtiel zijn met woest aangebrachte verf. Helder groen-geel glanst het avondlicht op oma's tuinhuis, de schaduwen lengen. Sofie draagt ouderwetse overgooiers en schortjes. Ze woont dicht aan zee, aan een dijk, waar ze `alikruiken' zoekt tussen de klinkers. Waarschijnlijk liet Dros zich voor dit prentenboek inspireren door haar eigen jeugd op Texel.

De tekst van Imme Dros in Zuurstok is de mooiste kleur staat in korte zinnetjes onder elkaar. De precieze functie daarvan is niet steeds duidelijk, al ziet het er mooi uit. Je gaat er een beetje hortend en stotend van (voor)lezen. In een opsomming werkt het wel:

`Maar ze wilde tegelijk

de kat aaien,

mamma zoenen,

pappa helpen met zijn tas,

melk drinken.

De kat zette zijn staart op.

Mamma riep au.

Pappa kroop over de grond.

Thomas haalde het dweiltje.

Jammer. Weer mis.'

Hier zie je voor je hoe de chaos zich langzaam verbreidt, hoe van de ene ramp de andere komt. Maar op andere momenten in het boek is de`poëzie-presentatie' van het proza gekunsteld.

Sofies moeder is jarig, dus komt er familie op bezoek. `Je had wel iets aan ooms en tantes op verjaardagen,' weet Sofie, want die brengen behalve voor haar moeder ook iets voor haar mee. Zo krijgt ze een zuurstok, `een dikke van de kermis,' `zo roze als het mooiste kleurpotlood.' De zuurstok leidt tot een ramp, zo erg dat Sofie van schaamte wegloopt om nooit meer terug te durven keren.

Sofie vlucht over de dijk, voortgeduwd door de wind. Ze verstopt zich in oma's kussenkist in het tuinhuis en valt in slaap. Daar wordt ze gevonden door een dodelijk ongeruste moeder en oma. `Wat dom dom dom dat ik niet aan die kist dacht,' zegt oma. `Daar kruipt ze in als ze zich verstopt.' Middenin haar opluchting heeft Sofie toch ruimte voor een nuchtere reactie: `Het viel Sofie tegen dat oma het wist. Ze deed altijd van niet.' Als blijkt dat `Henkie Spits van de buren' vertelde dat hij Sofie weg heeft zien drijven, de klompjes omhoog, richting Wieringen, besluit ze met hem te zullen trouwen.

Dros heeft, behalve een superieur taalgevoel, het vermogen zich in te leven in een klein meisje. Ze weet hoe zo'n meisje naar `de grote kinderen' kijkt, vervuld van ontzag en afgunst op hun spel, zonder zich te kunnen voorstellen dat ze ooit zover zal komen. Ze weet hoe echt een droom kan lijken. En hoe betrekkelijk tijd is. Leed dat voor altijd lijkt, is snel vergeten, maar daarom nog niet minder groots en meeslepend.

Imme Dros: Zuurstok is de mooiste kleur. Met illustraties van Harrie Geelen. Querido. Vanaf 5 jaar. ƒ27,95