Zwart stemt op zwart in Gauteng

Op 2 juni kiest Zuid-Afrika een nationaal en negen provinciale parlementen. Een reportage uit de belangrijkste provincie: Gauteng.

Goli betekent `stad van goud'. Het is de benaming die Zulu's gebruiken voor Johannesburg, hoofdstad van Gauteng – ook dat betekent plaats van goud, in de Sotho-taal. Johannesburg, de industriële metropool met een geschatte 4 miljoen inwoners, is ondanks de grote sociaal-politieke veranderingen van de afgelopen jaren, nog altijd het kloppend hart van Zuid-Afrika, gebouwd op de grootste goudmijnen ter wereld. Hier verdient men het geld, hier worden de belangrijke politieke beslissingen genomen op het hoofdkwartier van het regerende ANC, hier heeft de president zijn `hoofdhuis'.

Downtown Johannesburg is een mix van glinsterend chique kantoorgebouwen en bedelaars die de trottoirs bevolken. Goedgeklede stedelingen of zij die de stad niet kennen, kunnen zich beter niet in het centrum wagen. Dievenbendes beroven iedereen van alles wat waarde heeft. Misdaadhoofdstad van de wereld wordt Johannesburg genoemd: de criminaliteit is veruit de grootste kopzorg van het stadsbestuur. Wat een verschil met de `oude tijd', vóór 1994, toen het centrum van Johannesburg nog werd gedomineerd door de blanken. De straat is in luttele jaren overgenomen door de zwarte meerderheid. Zie je wel, zeggen conservatieve partijen: dat gebeurt er als je zwarten aan de macht brengt. Maar het Institute for Race Relations noemt dat ,,grote onzin''. ,,Elk land, elke stad waar een sociaal-economische transformatie plaatsheeft gaat door een dergelijke fase. Pas na 10 tot 15 jaar kun je werkelijk de balans opmaken'', zegt een medewerker.

Gauteng vormt een typische afspiegeling van de bevolking van Zuid-Afrika, alle etnische groepen zijn er vertegenwoordigd volgens het landelijk gemiddelde. In de politieke verhoudingen betekent dit dat het ANC vanzelfsprekend de meest populaire partij is. De provinciale regering wordt gedomineerd door het ANC en krijgt zoals dat gaat in verkiezingstijd de schuld van alle problemen. Maar de belangrijkste oppositiepartijen kijken wel uit de politieke strijdpunten in een raciaal verband te betrekken. De Nieuwe Nationale Partij – NNP (voorheen de Nationale Partij: uitvinder en uitvoerder van de apartheid) schuift voor de campagnes in Gauteng de enkele zwarte leider uit haar gelederen naar voren. De partij poogt kiezers te trekken met populistische beloftes, zoals herinvoering van de doodstraf. `Hang moordenaars en verkragters' staat er op plakkaten in de stad. Hoewel volgens peilingen een grote meerderheid van de Zuid-Afrikanen het met de slogan eens is, blijft het ANC mordicus tegen de doodstraf. Ook de andere overwegend blanke oppositiepartij, de Democratische Partij, heeft bestrijding van de criminaliteit als hoofdthema gekozen onder de leuze `Slaan terug'.

Het stemgedrag op 2 juni lijkt vooralsnog sterk langs raciale lijnen te zullen lopen: zwart stemt ANC, blank NNP of DP en de andere, kleinere bevolkingsgroepen, zoals de kleurlingen en de Indiërs, stemmen verdeeld. Gesprek aan een restauranttafel in de buitenwijk Rosebank: ,,Iedereen mag het weten: ik stem op het Afrikaans Nationaal Congres'', zegt Daryll, een zwarte ambtenaar, werkzaam voor de provinciale regering. Maar zijn gesprekspartner, de blanke advocate Claudette, vertrouwt op de DP; ,,Na twee keer te zijn overvallen geloof ik het wel met jullie ANC, ik heb er genoeg van.''

Een politieke analist wijst op de zwarte overwegingen. ,,Vergis je niet, voor het grote zwarte bevolkingsdeel in Gauteng is er veel ten goede veranderd. Misdaad was er vroeger ook, maar daarnaast was er ook apartheid en die plaag is verdwenen. De straat is nu voor iedereen en die verdienste kan alleen op het conto van het ANC worden geschreven.'' De woordvoerder van het ANC in Gauteng, Ned Kekana, is ervan overtuigd dat zijn partij een grote overwinning zal behalen. ,,Ons hoofddoel is om Gauteng hands down te winnen'', zegt hij, ,,en dat zal lukken ook.''

De grootste hinderpaal voor het ANC in Johannesburg en omgeving vormen tegenstellingen in de eigen gelederen. De partij slaagt er maar niet in de juiste mensen voor de provinciale regering te vinden, terwijl verschillende politieke facties elkaar het leven zuur maken. Vorig jaar stapte de controversiële premier van Gauteng, Tokyo Sexwale op, nadat geruchten over zijn (nooit bewezen) betrokkenheid bij drugshandel aanhielden. Maar de opvolger, Mathole Motshekga, bleek geen gelukkige keus. De nieuwe premier bleek niet alleen een zeer slecht bestuurder, hij kon ook de strijd tussen de facties niet aan. Motshekga mag na 2 juni zijn biezen pakken in Johannesburg om te verhuizen naar het favoriete verbanningsoord van het ANC: het nationale parlement in Kaapstad, ver weg op 1.400 kilometer van Johannesburg.

De nieuwe premier is al genoemd: Sam Shilowa, de huidige leider van de overkoepelende vakbond Cosatu. Maar alsof de duvel ermee speelt, is er rondom Shilowa nog voor zijn verkiezing respectievelijk aantreden een controverse ontstaan. De vakbondsman, die tevens een vooraanstaand lid is van de communistische partij, is `betrapt' op een extravagante levensstijl. Terwijl Shilowa naar buiten toe een arbeideristische schijn ophoudt rijdt hij in zijn vrije tijd in dure auto's rond, en is hij een kenner van de betere Franse wijn. Dat zou allemaal geen probleem zijn als hij dat ook zou kunnen betalen en dat was niet het geval. Shilowa stak zich diep in de schulden en dat terwijl zijn partij de burgers juist op het hart drukt verantwoord te leven. Antwoord van het ANC op de vraag of Shilowa dan wel de geschikte kandidaat-premier is: ,,Schuld is een privé aangelegenheid, Shilowa is onze man.''