Wat een prachtige kop!

Elke zaterdag zie ik hem terug. De man en zijn hond. Beste vrienden. Dat zie je. Die hond is verknocht aan zijn baas. Hij wijkt niet van zijn zijde. Zijn hond is een zwarte, langharige herder, hij is oud.

Hij lijkt als twee druppels water op de mijne. Dat was ook zo'n prachtig beest. Mijn hond is dood. Hij stierf in de armen van twee vrouwen, zoals het een echte macho betaamt. Het was mooi geweest. De herinnering blijft.

We waren aan het strand. Achter me ruiste de zee en knalden de brekers. Het werd hoog water. Ik was moe. Ik had twee uur lang op zee gesurft. Mijn hond was blij dat hij eindelijk uit de auto mocht en op het strand kon rennen. Eerst had ik een stok gegooid voor hem, daarna had hij gezwommen in de branding en nu zat hij naast me in het zand, terwijl ik mijn surfplank aftuigde. Als een zwarte langharige sfinx zat Gabber naast me stijf rechtop, zijn ogen strak gericht op de mensen, die boven me op de boulevard langsliepen.

Ik was plezierig moe. Dat heerlijke gevoel krijg je als je met een mooie strakke zuidwester en een lekker groot zeil op in regelmatig lopende golven van een metertje of twee helemaal uit je bol bent gegaan op je plankje. Nu was de wind gaan liggen en de zon ging schijnen. Er kwamen meer mensen op het strand. Het werd er druk. Tijd om weg te gaan.

`Mesjeu?!'

Ik keek omhoog. Daar stond een omvangrijke dame op de rand van de boulevard. Ze was gehuld in een wapperende jurk in vele kleuren. Gouden sieraden droeg ze om haar nek en aan haar armen. Ze glimlachte.

Ik was moe. Ik zat gebroken in het zand daar beneden en hield met moeite mijn verwaaide kop omhoog. Mijn lippen waren zout. Ik had in bed gelegen met de zee. Mij interesseerde niets meer.

`Mesjeu, se dok!'

Se dok? Wat is dat? Wat wilde ze van me?

Er stond een beeld van een meisje naast haar, dat glimlachte lief naar me en achter die twee zag ik een glanzende Mercedes staan met de portieren wijd open. Een chauffeur stond erbij, compleet met pet en pak, alsof hij door de fabriek bij de auto was meegeleverd, zonder meerkosten.

Zo'n gezelschap zie je niet elke dag. Ze wilde wat, die dikke. Haar armen stak ze uit als een keizerin die haar volk ging toespreken.

`Loeke et se het!' riep ze uit, `loeke et se het! Bioetivoel! Bioetivoel!'

Engels, dat was het. Maar ze had het niet over mijn kop, maar over de kop van mijn hond. Ik keek opzij. Naar Gabber, met zijn stamboom van hier tot gunter, die zat kaarsrecht naast me in het zand. Dat deed hij altijd als ik mijn plank ging aftuigen. Daar was niets bijzonders aan.

Hij keek strak naar de vrouw. Ik wist wel hoe laat het was. Hij wachtte op het moment dat ze in het zand zou springen. En dan erheen sprinten. Om haar de stuipen op het lijf te jagen. Misschien haar ene dikke been omklemmen met zijn voorpoten, als ze lekker rook, en dan maar rijen. Vrouwen hadden daar een uitgesproken hekel aan. Dus lette ik goed op.

Maar zo'n dame springt niet.

Haar chauffeur stond tegen de Mercedes geleund en rookte op zijn gemak een sigaret. Hij keek de meisjes na, die over de boulevard voorbij paradeerden.

`Karaktair mesjeu!' riep ze naar beneden, `karaktair, loeke et se het. Karaktair!'

Ik knikte dankbaar. Ze hield haar armen in extase uitgespreid. Het meisje aan haar zijde lachte. Gabber wachtte nog steeds.

`Bioetivoel!'

Ik lachte wat terug.

`Bioetivoel mesjeu, ai ken sie! Ai em e djuds of doks!'

Djuds? Nee: judge! Zo zo, ze was een hondenrechter, een keurmeester! Ik ging er eens voor zitten. Inderdaad. Ze had gelijk. Gabber zat er knap bij.

`Sje swie Italjen mesjeu.'

Ze was Italiaans, dat was het dus. En nu sprak ze ook al Frans.

`Se het, se het ies bioetivoel, bioetivoel...'

Dat was weer in het Engels.

Ze liet haar gespreide armen zakken. Ze draaide zich om en ging naar de auto.

Haar chauffeur deed het portier voor haar dicht. Het meisje zwaaide nog voordat ze achterin stapte. Ik zwaaide vrolijk terug. Even later reden ze weg.

Ik ging verder met aftuigen.

Ze had gelijk: als je hem zo statig en geduldig roerloos in het zand zag zitten – die houding, wat een houding! Wat een kop! Een prachtige kop.

Ze had gelijk, en dan nog wel keurmeester ook en Italiaans, met een chaperonne en een Mercedes met chauffeur.