Tussen distantie en huiselijkheid

Sinds een decennium of anderhalf staan er ook bordjes met B&B in voortuinen van premie-A woningen in Smilde en Venlo, maar ooit was bed & breakfast een exclusief Brits verschijnsel: een briljante vondst op het eerste gezicht en nietszeggend op het tweede, zoals je kunt verwachten in een land zonder geschreven grondwet. Want wat is uiteindelijk een B&B? Ook dat is nooit opgeschreven. Gezegend maar zeldzaam zijn de gevallen waar voorgevel en binnenwerk met elkaar correleren. Ik remde ooit voor een fraai gelegen villa in Ambleside, in het Lake District, waarvan de architectonische verhoudingen, de kleurstelling van het schilderwerk, en de bloeiende rozen rond de oprijlaan voorbodes waren van een sublieme, ruime kamer met hoogpolig dahliatapijt, een bankstel als een bloemperk, een bed als een goed verende snookertafel, zicht op een lake, en een twaalf gangetjes ontbijt (wheatabix en shredded wheat reken ik als twee gangen) in een grote leefkeuken met een Aga Cooker. En ooit belandde ik in een vrijwel volgeboekt Brecon, midden in Wales, in een rijtjeshuis met een ruwgestucte gifblauwe voorpui en plastic raamkozijnen, dat voor B&B doorging sinds de oudste koter op kamers was gaan wonen. De paarse nylon lakens op het iets te korte bed gaven een spoor van elektrostatische vonken als je je snel omdraaide; douchend had je uitzicht op mom's haarkapje en daddy's scheerkwast - en lang ook, want de straal was dunner dan de nulmeridiaan. Dat is allemaal prima: als je bij het aanbellen maar weet waar je aan toe bent. Eerst naar de kamer kijken en dan zeggen dat je het niks vindt, is niks.

Sinds 1974 sliep ik of probeerde ik te slapen in een Britse B&B of 150, en de beste daarvan was en is The Farrells - Tony en Ann, that is - riant, rustiek, rustig, met een volmaakt evenwicht tussen huiselijkheid en distantie, en tomaten en champignons en gefrituurde aardappelkoekjes bij je ei, bacon en sausage. Dat de nering wordt gedreven in Winchester (twee uur rijden van Dover) lijkt van ondergeschikt belang. In het trappenhuis trekken minstens honderd ingelijste foto's, gravures en schilderijen de aandacht, de kamers zijn royaal gestoffeerd, gedecoreerd en gemeubileerd. Alsof je thuiskomt, maar dan elders. Tony memoreert met afgrijzen een B&B in Dartmoor waar hij onlangs met zijn wandelgezelschap bivakkeerde: `Alle kamers hadden witte muren, je kreeg totaal geen idee van de smaak van de eigenaar'. Waarop Ann in herinnering roept hoe ze 25 jaar geleden veilingen afgraasden om de kamers te vullen nadat de kinderen het grote, Victoriaanse huis uit waren gegaan. Mijn eigen wandelgezelschap, toen vier man sterk, belde er in 1993 aan het eind van een middag onaangekondigd aan. De Farrells hadden alleen nog een tweepersoonskamer over - maar Tony herkende me, buiten hoosde het, wij verklaarden in koor dat we ook op de grond konden slapen, en met twee opvouwbedden was snel een vierpersoonskamer gecreëerd. Nu zegt Tony dat hij het gesleep met bijzetmeubilair niet meer vindt opwegen tegen wat extra revenuen, omdat bij het klimmen der jaren de trappen steiler worden. Wat blijft is de mogelijkheid om zo ongeveer ieder onderwerp door te nemen, zoals je kunt verwachten van een echtpaar dat al een kwart eeuw bezoek uit de hele wereld over de vloer krijgt. En wat ook blijft, al bijna duizend jaar, is Engelands geniaalste kathedraal, tien minuten lopen van je tijdelijke voordeur: overdag vergeven van hordes fotograferende Amerikanen en Koreanen - maar om half acht, als de deuren opengaan, een oase van eeuwenoude rust.

Voor juli en augustus zijn The Farrells al bijna helemaal volgeboekt en altijd is het raadzaam ruim van te voren te reserveren. Maar mijn suggestie vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen door een tariefsverhoging (nu circa 20 pond per persoon per nacht) vindt geen bijval. Tony: ,,Dat zou onethisch zijn, zou het niet?''