Paars kan na vijf jaar eindelijk echt beginnen

De val van het tweede kabinet-Kok is het einde van Paars, klonk uit veler mond. Maar Paars is helemaal niet dood, het enige dat ontbreekt is durf bij de PvdA om verder te regeren met de VVD, vindt Mark Kranenburg.

Voor zover een kabinetscrisis niet altijd al bijzonder is, heeft Nederland sinds dinsdagnacht wel met een heel speciaal geval van crisis te maken. Niet veroorzaakt in de Tweede Kamer zoals het eigenlijk zou moeten, niet ontstaan binnen het kabinet, zoals het meestal gaat, maar tot stand gebracht door een eigenzinnige eenling in de Eerste Kamer, zoals nog nooit is gebeurd. Nog één keer vertoonde Hans Wiegel zijn kunsten aan de mensen in het land. Hij had opeens principes, en vervolgens had het land geen kabinet meer.

Paars is dood, maar waarom eigenlijk? Paars kan eindelijk beginnen. Zonder D66, maar met de twee partijen die in feite de enige twee enige componenten vormen voor de kleur paars: PvdA en VVD. De benodigde meerderheid in de Tweede Kamer is er voor aanwezig, het regeerprogramma is al geschreven, ministers zijn er ook reeds. Het enige dat ontbreekt is de durf bij de PvdA. Met zeer geforceerd aandoende egards voor de kiezersuitspraak van vorig jaar, ziet PvdA-fractievoorzitter Melkert af van een voortzetting van de paarse coalitie door alleen zijn partij en de VVD. Liever gokken op verkiezingen met een voor de partij gunstig electoraal resultaat, dan nu verantwoordelijkheid nemen, is daar thans de lijn. De PvdA verspreidt met deze opstelling een zeldzaam gebrek aan geloof in eigen kunnen.

Want hoe riskant is een paarse coalitie bestaande uit louter PvdA en VVD nu werkelijk? Van het bruskeren van de kiezersuitspraak is in elk geval geen sprake. Voor het eerst sinds tijden wisten kiezers vorig jaar reeds voor de verkiezingen voor welke coalitie hun partij na de verkiezingen stond. Zowel PvdA, VVD als D66 hadden te kennen gegeven hun paarse successtory te willen continueren. Deze zeldzame duidelijkheid vooraf heeft de kiezer beloond: de PvdA groeide met acht zetels naar 45 en de VVD won 7 zetels en kwam op 38. Hardvochtig was het oordeel van de kiezer voor de architect van het eerste paarse kabinet, D66. De partij verloor tien van de 24 zetels. Juist omdat de paarse partners zoveel duidelijkheid vooraf hadden verschaft, kon de uitslag eigenlijk maar op één manier worden uitgelegd: de meerderheid van de kiezers wilde Paars, maar niet per se met D66. Dat die laatste partij er zelf ook zo over dacht is gebleken tijdens de kabinetsformatie. Weken heeft de partij geaarzeld of wel tot de coalitie moest worden toegetreden. Stel dat die beslissing negatief was uitgevallen, hadden PvdA en VVD dan ook afgezien van samenwerking? Dat zou pas echt kiezersbedrog zijn.

Vandaar ook dat het argument dat na een kabinetscrisis eerst de kiezer moet worden geraadpleegd zo gezocht is. Allereerst is er geen sprake van een `gewone' crisis. Het kabinet heeft geen conflict met de Tweede Kamer, zelfs niet met een coalitiepartij, maar met slechts één indirect verkozen lid van de Eerste Kamer. Hoezo, nu eerst de kiezer raadplegen? Waarover dan in vredesnaam? Over de zieleroerselen van Hans Wiegel misschien? Het gebruik om vervroegde verkiezingen te houden is in de tweede helft van de jaren zestig ontstaan, nadat zonder dat de kiezers er aan te pas kwamen de confessionele partijen de VVD inruilden voor de PvdA. Van een centrum-rechts regeerprogramma stapten KVP, ARP en CHU, de voorlopers van het CDA, op die manier over naar een centrum-links regeerprogramma. Van dit soort tournures zou bij een opgeschoond paars geen sprake zijn. Paars blijft paars, alleen zonder D66 als middelpunt vliedende kracht.

Een ander argument tegen een dergelijke constructie is de loyaliteit die de PvdA ten opzichte van D66 zou dienen te betrachten. Ook deze gedachtegang wordt hoofdzakelijk gevoed door historische sentimenten. Met de bijna mathematische middenpositie in de paarse coalitie heeft D66 laten zien net zoveel op te hebben met de VVD als de PvdA. De PvdA is D66 dus niets verplicht. Het gevaar dat D66 in de oppositie de PvdA zal gaan leegeten is onder de huidige omstandigheden puur denkbeeldig. Dit is inderdaad gebeurd nadat D66 in 1989 buiten het CDA-PvdA kabinet was gehouden en vervolgens onder leiding van Hans van Mierlo een electoraal gesproken zeer lucratieve oppositie vóór een centrum-links beleid kon voeren. D66 in de oppositie kan niet diezelfde rol spelen. Allereerst is het paarse programma dat PvdA en VVD met elkaar verder zouden kunnen uitvoeren mede door D66 opgesteld en ondertekend. Voorts is `mister D66', Hans van Mierlo, de man die het falen van het CDA-PvdA kabinet destijds zo mooi onder woorden kon brengen nu echt met pensioen. Tenslotte zal D66 als zij in de oppositie werkelijk een hoge toon aanslaat er fijntjes aan worden herinnerd dat het de partij zelf was die uit Paars is gestapt.

Een andere angst bij de PvdA is dat door de samenwerking met de VVD de linkse identiteit in gevaar wordt gebracht. Hiervoor geldt: dat is natuurlijk al gebeurd toen in 1994 het huwelijk met de VVD werd gesloten. De winst van GroenLinks en de SP bij de vorige verkiezingen komt ergens vandaan. En verder geldt ook hier weer: het regeerprogramma is er reeds en ook al door de partij-achterban aanvaard. Als het gaat over niet in het regeerakkoord geregelde zaken – en dat zijn er naarmate de tijd voortschrijdt steeds meer – heeft de VVD meer reden zich zorgen te maken dan de PvdA. Na de verkiezingen van vorig jaar kan het `linkse' blok (PvdA, D66, GroenLinks en SP) in de Tweede Kamer rekenen op een bijna-meerderheid van 75 zetels. Bij nogal wat sociale en groene onderwerpen kan daarbij ook nog de steun van de kleine christelijke fracties worden opgeteld. De VVD daarentegen heeft niet meer dan het CDA als eventuele bondgenoot: een combine die niet minder dan acht zetels verwijderd is van een Kamermeerderheid.

Het enige reële probleem bij een doorstart van Paars waarbij D66 aan de grond wordt gelaten is de Eerste Kamer. In de nieuwe senaat die de Provinciale Staten aanstaande dinsdag kiezen blijven PvdA en VVD waarschijnlijk steken op 37 zetels, één te weinig voor een meerderheid. Hoewel het wat vreemd klinkt na de gebeurtenissen van afgelopen dinsdag: het gaat toch vooral om de meerderheid in de Tweede Kamer. De Eerste Kamer blijft in essentie de Kamer waar wetsvoorstellen behoed dienen te worden tegen de waan van de dag. Het is de Kamer van bezinning niet de Kamer van herkansing. Met andere woorden: PvdA en VVD moeten die confrontatie aandurven, want alles is beter dan nieuwe verkiezen en een slopende kabinetsformatie.

Ongetwijfeld wordt het regeren een paars kabinet dat alleen nog maar bestaat uit PvdA en VVD een stuk ingewikkelder en spannender. Maar het belangrijkste is dat het programmatisch en getalsmatig kan. Ten tijde van het eerste paarse kabinet was zowel in PvdA-kring als in VVD-kring te horen dat beide partijen ook zonder D66 heel goed zaken met elkaar konden doen. PvdA en VVD hebben nu de kans te bewijzen dat zij dit werkelijk kunnen. Het authentieke Paars kan morgen beginnen.

Mark Kranenburg is redacteur van NRC Handelsblad.