Paars II zuchtte onder I

Minder dan tien maanden nadat Koks tweede kabinet met de koningin op de trappen stond, is het alweer geschiedenis. In zijn korte bestaan hield Paars-II zich vooral bezig met Paars-I.

Tweehonderdnegentig dagen heeft het geduurd voordat het tweede kabinet Kok viel. Het was een voortzetting van een uiterst succesvolle coalitie, waarbij tot ieders tevredenheid het CDA buiten de regering was gehouden. Paars-I zou eenieder die dacht dat de PvdA onmogelijk met de VVD in één kabinet kon zitten wel eens even wat laten zien. De dadendrang van het eerste kabinet onder leiding van Kok was navenant. De daadkracht bleek eigenlijk groot genoeg voor twee regeerperiodes, waardoor in de kleine tien maanden die het tweede kabinet Kok waren gegund, Paars-II de facto maar met één ding bezig was: Paars-I.

De eerste aanwijzing hiervoor was de formatie. Die duurde veel langer dan mocht worden aangenomen op grond van het succes van Paars-I en de uitslag van de verkiezingen, waarbij voortzetting van het paarse beleid de inzet was. Dat feitelijk geen enkele andere coalitie mogelijk was dan PvdA, VVD en hoewel getalsmatig niet noodzakelijk D66, zorgde evenwel niet voor een snelle totstandkoming van een aan de tijd aangepast regeerakkoord.

In plaats daarvan werden in talloze werkgroepjes van Tweede-Kamerleden en aanstaande bewindslieden millimeterafspraken gemaakt. Het resultaat was een opvallend gedetailleerd regeerakkoord dat een nadere specificatie vormde van het eerste paarse exemplaar, maar waarin een hoofdlijn als `Europa' en een visie werden gemist.

Ook ging van de nieuwe ministersploeg niet de bezieling uit die Paars-I had gekend, vooral in de personen van Melkert (Sociale Zaken, PvdA) en Wijers (Economische Zaken, D66). In plaats daarvan kwamen politieke zwaargewichten als Peper op Binnenlandse Zaken en De Vries op Sociale Zaken, maar die benadrukten vooral hoe zwaar hun nieuwe baan was.

Toen het tijd was om te regeren, kwam bij veel ministers de aap uit de mouw. Paars-II bleek de uitvoerder van het door Paars-I uitgestippelde beleid. ,,Ik heb geen nieuwe agenda'', zei de aartsvader van beide paarse kabinetten, De Vries, kort na zijn installatie op 3 augustus 1998 als minister. En inderdaad: De Vries' agenda was die van Melkert met de door de laatste ingezette privatisering van de sociale zekerheid als grootste klus. ,,Verwacht van mij geen verdere stelselwijziging'', zei minister Borst (Volksgezondheid, D66) ongeveer tegelijkertijd. ,,Ik doe in wezen niet veel meer dan het voortzetten van het beleid van mijn voorganger'', meldde de nieuwe minister van Onderwijs, VVD'er Hermans, eveneens kort na het aantreden van Kok-II.

Diezelfde Hermans kreeg als eerste te maken met de erfenis van zijn voorganger Ritzen. Er bevond zich in Zoetermeer een lijk in de kast van een half miljard gulden, omdat de vorige onderwijsminister geen dekking had weten te vinden voor zijn plannen. Later kreeg ook de nieuwe minister van Landbouw, D66'er Apotheker, te maken met de dadendrang van zijn voorganger Van Aartsen, toen de wet waarmee de laatste de sanering van de varkensstapel te lijf had willen gaan niet houdbaar bleek bij de rechter.

Op de nieuwe minister van Defensie, De Grave (VVD), lag het Srebrenica-dossier te wachten. De val van de Bosnische enclave in juli 1995 bleek ook voor De Grave een boek te vormen dat maar niet kon worden gesloten. Een belemmering voor een minister die er met een eigen agenda en visie tegenaan wil gaan. Net zoals de Bijlmerramp, die alweer van 1992 dateerde, de schwung eruit haalde bij de nieuwe minister van Verkeer en Waterstaat Netelenbos (PvdA). En een belasting vormde voor haar voorgangster Jorritsma (VVD), die naar Economische Zaken en het vice-premierschap was doorgeschoven en volgens haar huidige ambtenaren veel moeite blijkt te hebben met de overgang van een `doe-ministerie' naar een `denk-ministerie'.

Zo zat in elke hoek van het beleid van Paars-I wel iets dat het nieuwe kabinet verhinderde een vliegende start te maken. Bovendien moest Kok-II de prognoses voor de economische groei steeds neerwaarts bijstellen, waar Kok-I nog te maken had gehad met een onverwacht grote economische groei. Tijdens de eerste algemene politieke beschouwingen steggelden de nieuwe fractievoorzitters Melkert (PvdA), Dijkstal (VVD) en De Graaf (D66) nog over de besteding van meevallers, een paar weken later ging het alleen nog over de financiële tegenvallers van Kok-II.

Voor de komende maanden stonden voor het eerst paarse bezuinigingen op de agenda. Bezuinigingen die gisteren aan de orde hadden moeten komen. Want op de derde woensdag van mei zouden, voor het eerst en op proef, de financiële prestaties van departementen worden beoordeeld door de Tweede Kamer. De proef-Prinsjesdag ging echter niet door. Er viel een kabinet.