Nieuwe stuurlui

IN KORTE TIJD is een handvol nieuwe mensen benoemd op nationale posities die een sleutelrol spelen in het internationale economische en financiële beleid. De Verenigde Staten krijgen een nieuwe minister van Financiën nu Robert Rubin zijn vertrek heeft aangekondigd en plaats maakt voor Lawrence Summers. In Duitsland is een nieuwe president van de Bundesbank aangewezen en is onlangs de minister van Financiën vervangen.

De Amerikaanse minister van Financiën heeft een andere positie dan zijn collega's in Europa. Het begrotingsbeleid en de belastingen onttrekken zich grotendeels aan zijn invloed. Niet de minister van Financiën maar het Congres - en dan vooral het grillige Huis van Afgevaardigden - heeft `de macht over de portemonnee'. Zijn invloed strekt zich uit over het internationale financieel-economische beleid. Het is niet overdreven om te stellen dat het Internationale Monetaire Fonds de uitvoerende arm is van de Amerikaanse Treasury.

Rubin heeft zich, samen met Summers, de afgelopen jaren toegelegd op financiële crisisbeheersing: de Azië-crisis, de Rusland-crisis, de Brazilië-crisis. Ondanks de kritiek die is gespuid, moet worden vastgesteld dat erger is voorkomen: de financiële orde is niet ingestort, de bestaande instituties hebben gefunctioneerd, de besmetting met het paniekvirus is gestopt en de getroffen landen – Rusland en Indonesië zijn notoire uitzonderingen – hebben het dieptepunt achter de rug. Rubin, de bankier van Wall Street, heeft daaraan bijgedragen op een manier die bewindslieden elders zich ter harte kunnen nemen. Zoals de econoom Paul Krugman bij de aankondiging van Rubins vertrek opmerkte: ,,Rubin was een ouderwets soort huisarts uit de dagen van vòòr de antibiotica. Zelfs als hij niet veel kon doen, wist hij dat de meeste kwalen na verloop van tijd vanzelf overgaan.''

IN DUITSLAND dacht Oskar Lafontaine diametraal anders over zijn taak als minister van Financiën. Hij wilde actie: tegen het rentebeleid van de Europese Centrale Bank, voor meer koopkracht, voor een herziening van de internationale economische orde. Lafontaine heeft geen rust gebracht en boezemde evenmin vertrouwen in. Na nog geen vijf maanden verdween hij van het toneel en is hij opgevolgd door Hans Eichel. De enige overeenkomst tussen Lafontaine en Eichel is dat ze van dezelfde politieke partij (SPD) lid zijn. Eichel is de Ruding uit het eerste kabinet-Lubbers. Terugdringing van de Duitse schuldenlast en vermindering van de torenhoge rentebetalingen (bijna een kwart van de Duitse begroting) hebben zijn prioriteit. Na de grillige expansionist is nu de sobere cijferaar in Duitsland aan de macht. Voor Duitslands Europese partners is dat een immense opluchting.

Twee andere benoemingen hebben in Duitsland plaatsgehad. Staatssecretaris van Financiën is in Duitsland een zware politieke functie, zowel nationaal, Europees als internationaal. Hiervoor is Caio Koch-Weser, een topeconoom van de Wereldbank, aangetrokken. Met zijn achtergrond maken structurele veranderingen in Duitsland meer kans.

De tweede voordracht is die van Ernst Welteke tot opvolger van Hans Tietmeyer als president van de Bundesbank. Ook al heeft de Bundesbank formeel maar één stem in het bestuur van de Europese Centrale Bank, het is duidelijk hoe zwaar die stem weegt. Tietmeyer heeft zijn monetaire stabiliteitspolitiek overgedragen aan de ECB en Welteke zal op hetzelfde pad doorgaan.

VERSTANDIG financieel, monetair en economisch beleid is in belangrijke mate een kwestie van vertrouwen in stand houden. De beste stuurlui staan in de VS en Duitsland niet aan de wal, maar hebben het roer stevig in handen.