Naam van God

Dat God als man aangeduid wordt is bijbels gezien niet logisch. In Genesis 1:27 staat immers: ,,En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.'' Het beeld van God is zowel mannelijk als vrouwelijk. Een reden voor het `Hij' in de bijbel zou kunnen zijn, dat in die eerste schriftuurlijke tijden de vrouw maatschappelijk een ondergeschikte positie innam.

Er is een alternatieve mogelijkheid voor vervanging van het woord `Heer', die ik zowel in het stuk van ds. Spijkerboer (21 april) als in dat van dr. Biezeveld (6 mei) heb gemist en die ik heb gevonden in een Franse bijbel van het jaar 1925 in de vertaling door Louis Segond. Die gebruikt in het Oude Testament veelal het woord l'Éternel (de Eeuwige). Mij lijkt dat een uitstekend alternatief. Het is in feite de letterlijke vertaling voor Jahwe: ,,Hij die is en die was en die komt'' (Exodus 3:14 en Openbaring 1:4). Men omzeilt het mannelijk of vrouwelijk. De naam Jahwe wordt alleen verklaard in Exodus 3:14: ,,Ik ben die is.'' Voor mijn dagelijkse bijbellezing gebruik ik altijd de Willibrordvertaling van 1975, terwijl ik voor een andere juiste vertaling uit het Hebreeuws die Franse bijbel vaak raadpleeg. Typisch is dat de Willibrordvertaling vanaf Genesis 2 constant de benaming `Jahwe' gebruikt (Jahwe God, later alleen Jahwe), evenals in de Franse bijbel l'Éternel Dieu en later l'Éternel. Vanwege de weerstand die er ook in het jodendom bestond tegen het gebruik van het beladen woord Jahwe gebruikte men bij de schriftlezing het woord Adonai.

Opvallend is dat in de Statenvertaling van meet af aan `Heere' wordt gebruikt en in de King James de aanduiding `Lord'. Dat later in het Nieuwe Testament ook Christus met `Heer' werd aangesproken is verwarrend en is waarschijnlijk de oorzaak geweest van een vervaging in de begrippen `God' en `Christus', terwijl tussen beide toch een duidelijk onderscheid te maken valt.