Naaldhakjes achter de naaimachien

In de Eerste IJzerstraat ijsbeert Ida (50) op naaldhakjes door kledingzaak `Stitch'. Voordat ze aan de slag gaat, pakt ze een piepklein bekertje met daarop het etiket van een doodskop: methadon. Ze drinkt het in één teug leeg, om zich daarna te storten op een simpel zwart jurkje.

Het jurkje moet gestikt met de naaimachine, een naaimachine die geschonken is door het NRC-lezersfonds: Stitch moge lijken op een alledaags winkeltje voor tweedehands kleren en gordijnen, het is een bijzondere zaak. Er werken verslaafde of ex-verslaafde vrouwen.

Tegen enen komen de vegers van Top Score binnen, het Rotterdamse uitzendbureau voor verslaafden. Ze komen er elke dag lunchen, de mannen en vrouwen in knalgele pakken die al vegend door Rotterdam trekken. Even later verschijnen drie potige heren met volle plastiek zakken. Ze zijn van de verslavingsreclassering en ze komen gordijnstof brengen. Al eerder zijn twee tassen kleding gebracht. Van een dame die overleden is. Ze had geen goede smaak.

Hoe fleurig het winkeltje er ook uitziet, veel klanten komen er niet, nog niet. Pas aan het eind van de middag lopen twee vrouwen de winkel in. Hoeveel dat kinderhemdje kost? Twee kwartjes. En die damestrui? Vijf gulden. Spotprijsjes. Toch willen ze afdingen.

Ida zucht vanachter de naaimachine. Het simpele zwarte jurkje wordt een beproeving. Ze kan het heus, naaien: ze leerde het op de huishoudschool. Zoiets verleer je niet. Maar vandaag wil weinig lukken. Het lijkt alsof ze de kolder in haar hoofd heeft. Nerveus trippelt ze op haar naaldhakjes heen en weer, soms zet ze zich zuchtend achter de naaimachine, maar liever past ze truitjes. Wat haar mankeert? Teveel wodka gedronken waardoor de methadon wordt afgebroken. Daar kan een mens goed ziek van worden. Desondanks, concludeert ze tevreden, gaat het met haar stukken beter: een ander leven, sinds enkele maanden houdt ze het vol.

Helemáál breken is een brug te ver. Ze heeft nog een paar vaste klanten en af en toe gaat ze, heel even, de weg op. Maar voor de rest? Met verbazing kijkt ze terug op het wereldje waarin ze twintig jaar heeft gezeten. Een ronduit heftig bestaan. Van pooiers die met een pistool in de aanslag haar geld eisten, van vijf miskramen en één zoon, en van goddank géén aids. Er waren dagen dat er flappen van duizendjes door haar handen gleden, en er waren tijden waaraan ze liever niet meer terug denkt: tippelen op de Keileweg, de Rotterdamse gedoogzone. Daar trachtte een klant haar te vermoorden, en kort geleden werd ze door een dealer zwaar mishandeld. Nee, geen aangifte gedaan: zo iemand neemt wraak en daarbij, `heroïnehoertjes' worden door de politie niet serieus genomen. Wie neemt hen wel serieus? Alleen al de term is voor velen een vrijbrief voor de primitiefste instincten.

De mishandeling was de aanleiding om te stoppen met heroïne. ,,Daarbij: ik word 51.'' Ze leeft op methadon in een duizelingwekkende dosis: 70 cc per dag. ,,En af en toe een witje.''

Het klinkt als een sprookje: in plaats van een klant voor honderd gulden, naait Ida kleren en gordijnen voor vijf gulden per dag – weliswaar bovenop haar uitkering van de sociale dienst, maar toch klinkt het bijna gênant. Haar werk in de winkel is een initiatief van het Boumanhuis, het centrum voor verslavingszorg in Zuid-Holland-Zuid, een organisatie die al pionierend nieuwe wegen heeft ingeslagen. De winkel is bedoeld om (ex-) verslaafde vrouwen een kans te geven. Om hen het beschadigde zelfvertrouwen terug te geven en het gevoel er weer bij te horen. Het klinkt niet hoogdravend, maar toch is het nieuw in Nederland: de meeste activiteitenprojecten in de hulpverlening hebben een onverbiddelijke eis: je moet clean zijn of willen worden. Maar in de winkel hoeft dat niet. Worden verslaafden al door de hulpverlening geweerd, op de reguliere arbeidsmarkt is sprake van een vrijwel totale uitsluiting. Vrouwen als Ida zijn nergens welkom. De meest kansloze groep op de arbeidsmarkt. De gemiddelde werkgever heeft nog liever een analfabete Marokkaan. Ook als je in een sollicitatiegesprek vertelt dat je, ooit, verslaafd bent geweest, maar nu niet meer, kijken werkgevers geschrokken. Dan worden de tassen letterlijk op schoot gezet.

De vrouwen in de winkel werken niet voor het geld. Ze willen hetzelfde als `gewone' mensen: erbij horen, gewaardeerd worden, gezelligheid, contact met mensen, weer leren werken. Hun winkeltje heeft méér nut: er worden gordijnen genaaid voor verslaafde daklozen die door het Boumanhuis onderdak zijn gebracht.

De Rotterdamse aanpak trekt delegaties tot uit het buitenland aan toe. Maar veel, Nederlandse, gemeenten zijn nog steeds een beetje bang voor de kordate Rotterdamse aanpak en voor vrouwen als Ida. Daar moet het besef nog doordringen dat gebruikers gewone mensen zijn met gewone behoeften: wonen, veiligheid, bezig zijn, structuur in het leven.

Wat op het eerste gezicht een gewone kledingzaak lijkt, is het resultaat van nieuwe inzichten in een tijd die erom vraagt. Wordt niet overal gesproken over de bestrijding van overlast en drugsproblematiek? Heerst niet bijna overal dezelfde kwaal: praten, notities, commissies en uiteindelijk repressie of op de oude weg doorgaan? Een verplichte excursie naar Rotterdam is geen luxe voor hulpverleners, beleidsmakers en politici en een gesprekje met Ida kan ook geen kwaad.