München II

Er waren slechts enkelen die direct beseften wat er in München werkelijk was gebeurd: dat voor een vage belofte Tsjechoslowakije was verkocht. Engeland had, meende het Lagerhuislid Winston Churchill, de keuze gehad tussen `schande of oorlog'. `We kozen voor de schande en zullen de oorlog krijgen.' In De Groene Amsterdammer schreef Menno ter Braak over `het verraad der vlaggen' en over alle handelingen die een mens moet verrichten om een vlag uit te hangen – `naar zolder lopen, het vlaggendoek wegzeulen'. Genoeg, concludeerde hij, `om iemand tijd te geven om te bedenken wat hij doet'.

München was een klassiek geval van het winnen van de vorige oorlog. Bijna iedereen meende oprecht dat een nieuw Sarajevo was voorkomen. Bovendien kenden Chamberlain en Daladier hun kiezers uitstekend. De Britten en Fransen waren met geen stok een grondoorlog in te drijven omwille van zo'n veraf stukje Sudetenland. Daarvoor was de Eerste Wereldoorlog nog te vers. Dat gold overigens ook voor sommige Duitsers. `München was de laatste gelukkige dag van mijn leven', zou de Duitse toponderhandelaar, Carl von Weizsäcker, later tegen zijn kinderen zeggen.

München was vooral een psychologisch breekpunt. Het akkoord bracht Hitler in de waan dat zijn vredesagressie door het Westen niet gestuit zou worden. In werkelijkheid gebeurde het omgekeerde: na het fiasco van München zag het Westen in onderhandelen geen heil meer. Beide Münchens leidden zo tot één eindpunt: oorlog.