Missies F-16's vanuit Amendola blijven gevaarlijk

Vanaf de Zuid-Italiaanse basis Amendola hebben Nederlandse vliegers duizend missies boven Joegoslavië uitgevoerd op een totaal van 23.000.

De F-16 van het 315 squadron uit Twenthe wordt meteen na de landing naar een speciale hoek van het vliegveld gestuurd. Daar achter hoge aarden wallen worden de bommen weer van de rekken onder het vliegtuig gehaald, want de vlieger heeft zijn lading niet kunnen afgooien. Slecht weer en onzekerheid over de tactiek spelen de Nederlanders hier al weken parten.

De leiding van het Nederlands-Belgische detachement is minder ontspannen dan in het begin van de operatie, nu negen weken geleden. De Belgische commandant Frank De Winne geeft toe dat de vliegers nog iedere dag geconfrontreerd worden met de Joegoslavische luchtverdediging. Nu er lager gevlogen wordt om doelen beter te kunnen raken, neemt ook het gevaar voor vijandelijk vuur toe. Bij enige twijfel over het te vernietigen doel moeten de vliegers onverrichter zake terugkeren. Burgerdoelen moeten koste wat kost worden gemeden en geallieerde vliegtuigen moeten worden gespaard.

Commandant De Winne laat de achterkant van zijn ballpoint over de kaart glijden. Nederlanders en Belgen hebben de laatste dagen met succes vijandelijke vliegtuigen op de grond getroffen en olieopslagplaatsen uitgeschakeld. Missers zijn er niet geweest. Toch noemt hij de opdracht `stressvol'. ,,Je weet niet wat je tegenkomt. Overdag zijn hun SAMS moeilijk te zien. Je moet voortdurend elkaar in de gaten houden en nagaan wat op de formatie wordt afgevuurd en als het ware door de formatie heenkijken. Dan gaat de adrenaline wat rapper en je hartje ook. Als ik later de video's laat zien waarbij je de voltreffers die we uitdelen kunt meebeleven, dan beurt dat de mannen en vrouwen op de grond op. Dan kun je ze motiveren en uitleggen waar we mee bezig zijn.''

Dat is niet altijd even duidelijk. Ook niet nu de honderd vluchten per dag zijn opgevoerd naar 700. Menig expert van luchtcampagnes, ook hier in Amendola, is van mening dat de NAVO in het begin harder had moeten toeslaan. Dan waren de deportaties vanuit Kosovo misschien tegengehouden, hadden de Serviërs minder vrij spel gekregen als de aanvoerlijnen in het begin al uitgeschakeld waren. Ook Miloševic zou misschien eerder tot andere gedachten zijn gekomen. Maar de politiek, zo zeggen diezelfde experts, wilde straffen met milde hand. Militair werkt dat niet. Met fase 2 – het bombarderen van doelen in Kosovo – werd al begonnen toen fase 1 – voldoende schade toebrengen aan het leger van Joegoslavië en Milošovic op de knieën dwingen – nog niet was afgerond.

Majoor Dennis Luyt van de vliegbasis Twenthe leidt de operaties vanaf Amendola. Hij zegt dat de vliegers veel met elkaar praten over de te voeren tactiek, vooral over het ontwijken van vijandelijke raketten. Nog steeds is er geen luchtoverwicht en ook na negen weken actie blijven de Serviërs actief, houden vluchtelingenstromen aan en is er geen diplomatieke doorbraak.

Majoor Luyt: ,,Ja, er zit spanning in het gehele squadron. Het is niet bekend wat de Serviërs uit de kast hebben gehaald en wat ze nog verborgen houden. Zeker is wel dat zij nog steeds over grote hoeveelheden munitie beschikken om toestellen uit de lucht te halen. Je kunt het allemaal moeilijk aan thuis uitleggen waar we mee bezig zijn, ook al omdat je over de telefoon niet vrij kunt praten. Maar iedere nacht kan je de pluimpjes of rode bolletjes omhoog zien komen en dat vuur wil je per se ontwijken.''

Bij een F-16 die vannacht weer moet vliegen, zijn onderhoudsmonteurs bezig. Ze mogen hun namen niet noemen en zeggen het werk met plezier te doen, maar twaalf uur op twaalf uur af en dat zeven dagen van de week trekt een spoor.

,,Je moet bij dit werk maar niet te veel nadenken. Wie had gedacht dat we hier dag in dag uit nu al negen weken lang met bommen in de weer zouden zijn? Toen de Muur viel in 1989, zou het toch allemaal niet meer nodig zijn? Maar het is anders gelopen. Je doet nu maar wat je moet doen. En daarmee basta.''