Ministers overzien slagveld van carrières

Na de eerste schrik en verbazing over de val van hun kabinet zien de ministers van Paars II zich geconfronteerd met een onverwachte knik in hun carrière. Hoe moet dat aflopen?

Er is witbier, veel witbier. En er is frustratie, veel frustratie.

,,Die malloot van een Wiegel'', moppert de een. ,,D66 is niet bij zijn hoofd'', gromt een tweede. ,,Ik heb nu wel mooi een lang reces'', grapt de derde.

Ze zijn nauwelijks een uur demissionair en het groepje VVDbewindslieden en enkele PvdA'ers zit zich af te reageren op een terras aan het Plein, met uitzicht op de Tweede Kamer. Met geforceerde vrolijkheid, in hemdsmouwen, maar vooral in de wetenschap dat hun loopbaan een onverwachte knik krijgt.

De VVD'ers weten dat voortzetting of reconstructie van het zittende kabinet er niet in zit, dat de kans op een kabinet mét de VVD na de verkiezingen gering is en dat aan hun ministeriële status straks ruw een einde komt. Hier, onder de bomen van het Plein, is sprake van `herenleed'.

Neem Loek Hermans, vorig jaar nog commissaris van de koningin in Friesland. Hij had lang geaarzeld, met vrouw en kinderen familieberaad gevoerd en uiteindelijk de stap gezet. Maar inmiddels is zijn oude plek bezet: daar zit zijn vroegere compaan uit de VVD-fractie, Ed Nijpels. Hermans moet straks kiezen: een plek op de kandidatenlijst van de VVD met uitzicht op een niet gezocht Kamerlidmaatschap of een geheel andere baan.

Of neem Benk Korthals, minister van Justitie en vorig jaar nog de rechterhand van Frits Bolkestein in de Tweede-Kamerfractie van de VVD. Korthals kreeg een ministerspost als beloning voor zijn nuttige rol als meesterknecht. Maar Bolkestein is weg en Hans Dijkstal heeft een andere aide de camp. Dus moet ook Korthals ernstig bij zichzelf te rade: wil hij wel terug in de Kamer, of neemt hij wellicht zijn advocatenpraktijk weer op.

Het leed op het terras is tegelijk ongelijk verdeeld. Er is ook zoiets als een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Neem Jozias van Aartsen, vorig jaar nog minister van Landbouw, en ooit het hulpje van Hans Wiegel. Hij raakt het ministerschap van Buitenlandse Zaken kwijt, maar hoeft niet per se te wanhopen. Voor de vrijkomende post van Europees Commissaris is Van Aartsen een interessante kandidaat. Dat het een VVD'er wordt staat vrijwel vast, dat het Frits Bolkestein wordt is tegelijk twijfelachtig. En met zijn ruime ambtelijk-politieke achtergrond is Van Aartsen een kanshebber.

Wie niet op het terras zit is Gerrit Zalm, minister van Financiën, partijgenoot van Van Aartsen en iemand met een sterke reputatie in Brussel. Hij kent het onderhandelingscircuit en op hem is voluit van toepassing wat de VVD omineus meedeelde toe zij eerder dit jaar de kandidatuur van Bolkestein publiek maakte: de VVD heeft ,,meer dan één goede kandidaat''.

Terugkeren of opnieuw beginnen. Ook voor PvdA-ministers loert de uitgang van het departement. Neem Tineke Netelenbos. Ze volgt donderdagavond in de Tweede Kamer vanaf een bankje schuin achter vak K zichtbaar gespannen hoe Wim Kok de val van het kabinet toelicht.

Netelenbos was vorig jaar niet de eerste kandidaat voor het ministerschap van Verkeer en Waterstaat. Ze weet hoe grillig de carrousel draait als er nieuwe ministers worden aangezocht en moet dus afwachten welke posten er straks vrijkomen – en welke vrouwelijke rivalen zich aandienen.

Naast haar, driftig aantekeningen makend, zit Jan Pronk. Minister-van-beroep, zei Wim Kok vorig jaar enigszins pesterig, toen hij Pronk aan het verkiezingscongres van de PvdA voorstelde als de nieuwe minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Pronk moest er een beetje tussen worden gewrongen, omdat Kok een vertegenwoordiger van de linkervleugel moest opnemen in zijn tweede kabinet. Na een leven op Ontwikkelingssamenwerking, en tien maanden op VROM – waar Pronk weliswaar fanatiek aan de slag ging maar nog geen aansprekende resultaten boekte – is nog een ministerspost waarschijnlijk een brug te ver voor de vroegere leerling van Joop den Uyl. De grilligheid van de politiek is exemplarisch. Speciaal voor oud-burgemeesters van Rotterdam. Neem Bram Peper. Hem overkomt precies wat zijn voorganger in Rotterdam, André van der Louw, in 1982 meemaakte. Van der Louw werd door de toenmalige leider van de PvdA, Den Uyl, gesmeekt om minister te worden. Hij had er geen zin in, maar gaf toe aan de druk. Na tien maanden stond hij op straat. Op het Rotterdamse stadhuis had toen Bram Peper zijn intrek genomen. Later werd Van der Louw voorzitter van de NOS .

Bram Peper kan ook te rade gaan bij zijn vroegere collega Ed van Thijn, de burgemeester van Amsterdam die in '94 na het overlijden van Ien Dales door Wim Kok als ,,kwaliteitsimpuls'' naar Den Haag werd gehaald. En daar vijf maanden later als gevolg van de IRT-affaire als minister van Binnenlandse Zaken moest aftreden. Van Thijn schreef het van zich af en publiceerde zijn wonderlijke ervaringen in het boek `Retour Den Haag'. Een nieuw ministerschap zat er daarna niet meer in.

Een breuk kan ook weldadig zijn. Neem Els Borst. Zij hoeft niet meer in de Tweede Kamer te gaan zitten en kan – na het verlies van het leiderschap en het verlies van haar ministerspost – de oppositie in de Tweede Kamer aan de `krullenjongens' De Graaf en Van Boxtel overlaten. Sneu is het in ieder geval voor Apotheker, minister van Landbouw. Hij gaf de burgemeesterspost van Leeuwarden op, en mag nu kiezen tussen Kamerlidmaatschap en wachtgeld.