Lafontaine en Kosovo

In NRC Handelsblad van 3 mei stelt Michèle de Waard dat Oskar Lafontaine ,,ook op 1 mei een mening heeft over Kosovo.'' Is zij zo naïef of verzorgt ze met dit `statement' bewust haar aandeel in de media-oorlog die terzake van Kosovo woedt. Want volgens mij ligt de zaak precies omgekeerd. De expliciete mening van Lafontaine over de problemen in Kosovo en de (mogelijke) rol van Duitsland daarin is juist de reden geweest voor zijn plotselinge aftreden enkele weken geleden.

Op 1 mei heeft hij alleen zijn stilzwijgen over zijn afkeer van Duitse deelname aan de NAVO-strafexpeditie in Klein Joegoslavië doorbroken. Een deelname van Duitsland die immers geheel ongrondwettig is. De na de Duitse hereniging opgestelde grondwet voorziet in Duitse militaire actie buiten de landsgrenzen uitsluitend en alleen onder leiding van de Verenigde Naties. De nonchalante wijze waarop Michèle de Waard Lafontaine's standpunt over de Kosovo-crisis op 1 mei weergeeft, negeert geheel het aspect van de - mijns inziens - cruciale rol van de Bondsrepubliek (en haar interne verdeeldheid over invulling daarvan) in het Joegoslavië-conflict. Want het plotse aftreden van Lafontaine herinnerde mij aan het al even onverwachte aftreden van minister van Buitenlandse Zaken Hans Dieter Genscher begin jaren '90. Eveneens ten tijde van ingrijpende politieke besluitvorming over Joegoslavië. Toen was het de erkenning door de Bondsrepubliek van de republiek Kroatië. Een besluit, waarmee de toenmalige (officiële) politiek van de EU, gericht op het bijeenhouden van Joegoslavië, werd getorpedeerd. De erkenning van Kroatië vormde overigens een belangrijke aanmoediging voor alle separatistische stromingen in het land. Het was een belangrijke en bewuste stap in het desintegratieproces van Joegoslavië dat uiteindelijk geleid heeft tot de Kosovo-crisis.