Kunst achter glas

Naar aanleiding van het artikel `Schilderijen moeten desnoods achter glas' van Marianne Vermeijden (NRC Handelsblad, 18 mei), het volgende.

Net als de meeste museumbezoekers, loop ik aan de meeste schilderijen snel voorbij. Juist, dat is de Nachtwacht, knap hoor. En dat is dus een Vermeer, prachtig. Als ze achter glas hangen is dat soms storend door de reflectie, maar dan schuif je even door en kun je ook de rest zien.

Soms echter houd je even in, min of meer toevallig. Je blijft kijken, staren. En dan kan het ineens gebeuren dat het schilderij gaat leven. Het wordt zo groot dat het je gehele gezichtsveld vult, er komt beweging in. Afzonderlijke lijntjes of streken verdwijnen, het wordt één geheel van vormen en kleuren. Dat is wat de schilder wilde laten zien, deze ervaring zocht ik.

Niet vaak, maar toch een aantal keren heb ik dit beleefd, nooit echter bij kunst achter glas. Ik weet dat die ervaring niet mogelijk is als er een glasplaat voor zit, al kan ik dat niet bewijzen.

Uit de opmerkingen `menen deskundigen' en `allemaal mooi en aardig' maak ik op dat Marianne Vermeijden zelf nooit zoiets heeft beleefd, en dus geen zin heeft voor díe realiteit. Haar zinnen nemen vooral `reputatie' en `bruikleengevers' waar. Daar klinkt iets hebzuchtigs in, niet zo bijzonder in deze tijd.