Krimpende wind en kouder

De zonsverduistering beïnvloedt het weer en daarmee de kans om dit verschijnsel goed te kunnen zien. Hongarije, Roemenië, Bulgarije en Turkije bieden de beste kans op goede zichtbaarheid.

HET WEER WORDT duidelijk beïnvloed door een zonsverduistering. Het meest markant is de temperatuurdaling, maar ook op wind en wolken is de invloed goed merkbaar. Daar heb je geen totale verduistering voor nodig. In oktober 1996 was de temperatuurdaling tijdens een eclips van 50 procent in het zuiden van Limburg ongeveer twee graden. Op Curaçao werd het vorig jaar ongeveer vier graden koeler op normale waarnemingshoogte.

In droge lucht kan het nog sneller en sterker afkoelen. In Baja California (Mexico) werd tijdens de eclips van 1991 een temperatuurdaling van 32 naar 23 graden gemeten. Dichtbij de grond kan het zelfs kouder worden dan op anderhalve meter hoogte, terwijl het bij een hoogstaande zon overdag aan de grond soms wel tien graden warmer is dan op anderhalve meter.

Uiteraard verloopt de temperatuurdaling heel geleidelijk, net als 's avonds bij ondergaande zon. Doordat de temperatuurdaling in de onderste luchtlaag sterker is dan op enige hoogte, wordt tijdelijk het contact verbroken tussen de luchtlaag dichtbij de grond en de wat hogere luchtlagen. Door het gebrek aan menging neemt dan de windsnelheid af en krimpt de wind op het noordelijk halfrond enigszins.

De luchtbellen die vanaf de grond opstijgen zijn de oorzaak van de vorming van stapelwolken. Ook die voeding vanaf de grond verdwijnt tijdens een verduistering, waardoor stapelwolken in elkaar zakken. Dit verschijnsel was vorig jaar heel duidelijk waarneembaar op Curaçao.

Tijdens veel eclipsen worden ook windstoten waargenomen die dertig tot vijftig minuten vóór en veertig tot zestig minuten ná de grootste eclips optreden. Soms kunnen zij een snelheid van zo'n 60 km/uur bereiken en zeilers compleet verrassen.

De manier waarop een zonsverduistering het weer beïnvloedt, heeft gevolgen voor de kans om dit verschijnsel te zien. Het louter en alleen afgaan op klimatologische kansen zou een te somber beeld geven. Bij deze verduistering is het zo dat de kans op een goede zichtbaarheid toeneemt van noordwest naar zuidoost. In de hoogzomer dringen de oceaanfronten minder ver het vasteland op en ook de hogere zonnestand heeft een gunstige invloed.

Zuidwest-Engeland heeft klimatologisch gezien de kleinste kans op een heldere hemel en een goed zichtbare verduistering. Oceaanfronten dringen ook in augustus gemakkelijk door tot het zuidwesten van Engeland. De kans op mist vanuit zee is echter wat kleiner dan eerder in het jaar en stapelwolken zakken tijdens de gedeeltelijke verduistering voor een belangrijk deel in door de afkoeling. Al met al ligt de kans om de verduistering in Engeland goed te kunnen bekijken rond de 50 procent.

In Frankrijk hebben de oceaanfronten al wat minder kans. Alleen aan de kust is er een gevaar van binnendrijvende mist. De stapelwolken die zich in de ochtend al hebben gevormd, zullen ook hier grotendeels verdwijnen. Door de relatief hoge zonnestand is er ook weinig kans op coulissenwerking, het verschijnsel dat de zon zich schuilhoudt achter verre wolken. De kans op zichtbaarheid van de verduistering in Noord-Frankrijk is circa 55 procent.

In Duitsland is de kans al wat groter. Hier komen oceaanfronten in steeds zwakkere toestand door en de zon staat er nog wat hoger dan in Frankrijk. Wel moet men grote industriegebieden zoveel mogelijk mijden, omdat de lucht er heiig kan zijn door de vervuiling. De kans voor Duitsland bedraagt zo'n 55 tot 60 procent.

In Oostenrijk heeft men in de zomer wat vaker last van depressie-activiteit boven het Alpengebied. De bijbehorende buien vormen zich echter over het algemeen pas wat later op de dag. Wel moet bij een noordwesten- of noordenwind aan de Alpenrand rekening worden gehouden met stuwbewolking, bewolking die ontstaat doordat vochtige lucht wordt gedwongen tegen de bergen op te stijgen. Het is over het algemeen relatief gemakkelijk om zo'n wolkengebied te ontvluchten, bijvoorbeeld door hogere plekken op te zoeken. De kans om de verduistering in Oostenrijk te zien is ongeveer even groot als in Duitsland, dus zo'n 55 tot 60 procent.

In Hongarije is het in augustus vaak prachtig weer. Op satellietfoto's van de 11de augustus van de afgelopen tien jaar was het Balatonmeer bijna steeds goed zichtbaar. De kans om daar de totale verduistering te zien is ruim 70 procent. De verduistering duurt er twee minuten en twintig seconden en de zon staat er nog hoger dan in Oostenrijk.

Tachtig procent of meer kans op totale verduistering is er in Roemenië, Bulgarije en Turkije. Het is daar in augustus hoogzomer en die gaat er bijna altijd vergezeld van wolkenloze luchten. In het westen van Roemenië duurt de verduistering het langst: 2 minuten en 23 seconden en de zon heeft dan een hoogte van bijna 60 graden bereikt. Een reis naar deze gebieden is vrijwel zeker succesvol. Wie besluit echt ver te gaan, kan overwegen naar het noorden van Turkije te reizen en een plaats uit te zoeken waar ook de verduistering van 2006 totaal is.