Jim Jarmusch strooit met kalenderwijsheden

Als het waar is dat veel televisiekijkers het liefst iedere dag en steeds opnieuw hetzelfde zien, dan is er een enorme potentiële markt voor live soap. Veronica wilde zoiets proberen met het programma Big Brother, door een aantal mensen dag en nacht in een huis op te sluiten, en in de speelfilm The Truman Show volgden camera's 24 uur per etmaal rechtstreeks de wederwaardigheden van een niets vermoedende huis-, tuin- en keukenheld. In beide gevallen zijn de omstandigheden gecontroleerd en de bewegingsvrijheid beperkt; de in Cannes voor het eerst vertoonde satire Ed TV van Ron Howard wil doen geloven dat het met twee cameraploegen en een reportagewagen met straalzender technisch mogelijk zou zijn om iemand permanent te volgen waar hij ook maar heen wil. Ook in Ed TV draait de satire vooral om de last van het gebrek aan privacy, en de ethische aspecten van het effect van constante exposure, de reden waarom Big Brother in Nederland bij voorbaat werd afgelast. Laten we nu eerst maar eens kijken of live soap technisch mogelijk is en of het iets leuks oplevert, voor we er de artsen, dominees en psychologen op los laten. Ed TV heeft het nadeel dat de formule inmiddels bekend is, en dat er na The Truman Show weinig meer aan het idee kon worden toegevoegd. De film overtuigt niet in de schildering van de wereld van televisiemakers noch in die van zogenaamde gewone mensen.

Toevallig zijn er in Cannes ook een paar films te zien die juist excelleren in de sfeertekening van het alledaagse. The Personals van de Taiwanese regisseur Chen Kuo-fu bij voorbeeld laat de camera als voyeur meekijken tijdens de afspraken van een vrouwelijke oogarts met mannen die op haar contactadvertentie reageerden. De stijl is documentair, maar uiteraard is de film van de eerste tot de laatste seconde geschreven, geënsceneerd en gespeeld. Dat alles gebeurt charmant en vaardig, zodat de portrettengalerij meer inzicht biedt in een samenleving halverwege traditionalisme en extreem materialisme dan een documentaire ooit had kunnen doen.

Nog speelfilmachtiger van toon is Nos vies heureuses, het debuut van de Franse regisseur Jacques Maillot. Drie vrouwen die een Parijs' appartement delen en een wijde kring van minnaars, familieleden en vrienden daaromheen, worden gedurende twee en een half uur in snelle, associatieve beelden gevolgd. Van Maillot noch van zijn voortreffelijke actrices had ik ooit eerder gehoord, maar het is de eerste film in Cannes waarbij de tijd omvliegt. Voor Nederlanders interessante observatie: volgens Maillot wordt er in alle lagen van de Franse beroepsbevolking onder de veertig stevig geblowed en homoseksualiteit is al bijna net zo'n terloops thema als in Nederlandse films.

Na de poëzie van Blake en de indiaanse mystiek van Johnny Depp in zijn vorige film Dead Man, strooit Jim Jarmusch nu met Japanse kalenderwijsheden in Ghost Dog: The Way of the Samurai. De altijd mooi-logge zwarte reus Forest Whitaker speelt een naar Alain Delon in Jean-Pierre Melville's Le samourai gemodelleerde eenzame huurmoordenaar, die postduiven houdt en leest in boekjes over de erecode in traditioneel Japan. Het is vooral een door Robby Müller in niet-opvallende, maar meer dan adequate beeldtaal gevatte geweldfilm over zen en maffia, met veel gevoel voor humor en stijl. De Japanse diepzinnige teksten hadden best iets minder vaak hardop voorgelezen mogen worden.