Huisartsentekort

Het artikel van Joke Mat `Huisartsentekort probleem bij opvang vluchtelingen Kosovo' (NRC Handelsblad, 8 mei) behoeft nuancering en aanvulling. Wij zijn betrokken bij de opvang en begeleiding van vluchtelingen, die in het land van herkomst arts zijn, vaak al jaren lang. In Nederland moeten de meesten om ook hier hun bevoegdheid te krijgen het Nederlandse artsexamen afleggen, en daarvoor moeten zij tenminste twee jaar co-assistentschappen volgen.

Onze `oplossing' voor het mogelijke tekort aan huisartsen betreft alleen deze groep allochtonen. Het is ons opgevallen dat juist deze categorie vluchtelingen na hun Nederlandse artsexamen alleen bij zeer hoge uitzondering verder kunnen in een specialisten- of huisartsenopleiding.

Het is tenminste vreemd te noemen dat er wel 1:8 allochtonen zijn bij de co-assistenten in Utrecht, maar dat deze verhouding bij lange na niet bij de vervolgopleidingen wordt teruggevonden. Verder is het vreemd dat in stadswijken met een zeer hoog percentage allochtone medelanders geen allochtone huisartsen zijn, op een enkele uit Suriname afkomstige arts misschien na. Het zou voor de integratie van niet alleen de allochtone artsen, maar ook van alle allochtonen zeer wenselijk zijn als met name in die wijken een instroom van allochtone artsen mogelijk zou zijn. Zij begrijpen immers veel meer van de specifieke gezondheidszorgproblemen van de mensen die daar wonen dan de van oorsprong Nederlandse artsen.

Ons voorstel voor wat betreft de asielzoekerscentra was om de boven bedoelde allochtone artsen met een dan Nederlands artsexamen daar werk te geven (dat is iets anders dan `te werk te stellen'), ze te laten superviseren door de lokale huisartsen (die dan minder belasting hebben op de eigen praktijk) en daaraan gekoppeld ze na enige tijd, bijvoorbeeld 6 à 9 maanden, de mogelijkheid te geven om verder te gaan in een huisartsenopleiding, die nu in feite voor ze is gesloten. Voor alle partijen zou dit een goede oplossing zijn.