Het speelgoed is weer prachtig

Veel personages uit de populaire Star Wars-trilogie bevolken ook `The Phantom Menace', de nieuwe Star Wars-film die gisteren in Amerika in première ging. De reacties op de film zijn verdeeld.

Hij mag nog zo'n etter zijn, als het jongetje met het mooiste en het meeste speelgoed vraagt of je komt spelen, dan zeg je geen nee. In Amerikaanse bioscopen is gisteren de langverwachte nieuwe Star Wars-film van regisseur George Lucas in première gegaan: Episode I – The Phantom Menace. Blijf daar maar eens koud onder.

De kracht van de film zit in het speelgoed, het onweerstaanbare speelgoed. Natuurlijk heeft The Phantom Menace ook een verhaal, maar wie maalt daar om? Lang, lang geleden, in een ver, ver melkwegstelsel was er eens een ruzie over de belastingheffing op handelsroutes. Waar háált die Lucas het vandaan, denk je nog even. Hebben zijn fans al die jaren gewacht op een film over de belastingheffing op handelsroutes?

Maar dan dringt het besef door dat je heel goed van Star Wars-films kunt genieten zonder het verhaal te volgen. Dat was ook met de drie eerdere delen al zo. Draai maar om die knop, luister alleen naar de symfonische muziek van John Williams die de film begeleidt, en drijf weg op de toverachtige beelden van flitsende ruimteschepen in het heelal, heldhaftig vechtende helden en niet te vergeten de vele wanstaltige en tegelijk olijke monsters.

De personages hebben niet veel karakter, in deze film nog minder dan in de drie eerdere. En emoties zijn al helemaal dun gezaaid. Soms zelfs lijken de bloedstollende avonturen die de hoofdpersonen beleven hen zélf volkomen koud te laten. Liam Neeson speelt zijn ruimteridder, de Jedi Qui-Gon Jinn, met zo'n dodelijke ernst dat je geen moment het gevaar loopt in het verhaal gezogen te worden. Ook bij de acteur Ewan McGregor, die de jongere Jedi Obi-Wan Kenobi speelt, springt er geen vonk over. En zelfs Samuel L. Jackson, doorgaans toch een acteur met een knetterend voltage, weet de paar zinnen die hij als wijze man mag zeggen slaapverwekkend te maken.

Maar het speelgoed – de monsters, de virtuele decors en de ruimteschepen – maakt die tekorten ruimschoots goed. Wat een plezier is het ook na twintig jaar nog om te kijken naar de eeuwenoude Jedi Master Yoda, een groen, rimpelig mannetje met vriendelijke ogen en wijd uitstaande oren. Ook andere klassiek geworden figuren uit de eerdere films komen terug, zoals het kleine cilindervormige robotje R2-D2, zijn vormelijke en koperkleurige mederobot C-3PO en de pad-achtige papzak en onverlaat Jabba the Hutt (volgens een schaars in de aftiteling weggemoffeld grapje `gespeeld door hemzelf').

Nieuwe figuren zijn er ook, met van die prachtige namen als koningin Amidala, Darth Maul, Jar Jar Binks en Anakin Skywalker. Amidala is een wel heel onderkoelde vorstin (gespeeld door Natalie Portman), die de hulp van de Jedi inroept om haar planeet Naboo te bevrijden van een bezettingsleger van enorme, insectachtige robots en andere slechteriken, onder wie de griezel Darth Maul, een duivel met een handvol hoorntjes op zijn geheel rood met zwart geschminkte hoofd. Jar Jar Binks is een slungelig, amfibie-achtig wezen (met een menselijke gestalte, maar met oren tot over zijn schouders en ogen op stokjes), dat op zijn goedbedoelde, klunzige manier de Jedi helpt in hun strijd tegen het kwaad. Anakin Skywalker tenslotte is het schattige 9-jarige jongetje dat in deze episode uit slavernij wordt bevrijd, om in een latere film, zo is nu al bekend, de belichaming van het kwaad te worden als de boosaardige Darth Vader.

Veel Amerikaanse critici hebben de afgelopen dagen hun teleurstelling over de film uitgesproken. De één mist een love story in het verhaal, de ander spanning, humor of psychologische diepgang. De Phantom Menace is meer van het zelfde, mopperen recensenten, zelfs de zwaardgevechten met de lasersabels zijn hetzelfde als in de vorige films. De dialogen, de achtervolgingen en zelfs de veldslagen zijn plichtmatig. De Obi-Wan Kenobi van Ewan McGregor zijn we na een paar uur al volledig vergeten, terwijl die van Alec Guinness ons twee decennia later nog steeds ontzag inboezemt.

Het klopt allemaal. Maar het doet er niet toe. Het ís meer van het zelfde, maar soms wíl je meer van hetzelfde. Een meesterwerk is de film niet, maar er zit wel veel prachtigs in. De beelden van een geheime onderwaterstad bijvoorbeeld, die in grote, lichtgevende luchtbellen op de bodem van een moeras ligt. Of de Senaat der melkwegstelsels, als een reusachtig stadion zo groot, waar senatoren die het woord nemen zich in een klein rond ruimtescheepje losmaken van de tribune om al zwevend hun collega's toe te spreken. Of het woestijnstadje vol uitheemse wezens die af en toe door het beeld lopen alsof ze niets bijzonders zijn. Lijkt het wel erg op een van de eerdere delen? Vast, maar dat maakt het niet minder mooi, dat maakt het wéér mooi.

Dat Lucas een verhaal over Goed en Kwaad – met hoofdletters – heeft willen maken, krijg je als kijker wel ingepeperd. Maar het hart van dat verhaal wordt hier alleen maar aangekondigd: de transformatie van de onschuldige Anakin in een prins der duisternis. Je zou zweren dat er in dat jochie geen greintje kwaad zit. Critici hebben zich er zelfs over beklaagd dat Lucas de jongen niet alvast een klein beetje slecht heeft gemaakt, zodat we ons zijn latere val wat beter kunnen voorstellen. Maar Lucas heeft dat juist niet gedaan. Hij laat ons zitten met een held, en nog wel een jonge held, die straks een schurk zal blijken. De film waarin hij die overgang laat zien, zou ook nog wel eens qua verháál interessant kunnen worden.

The Phanton Menace is vanaf 30 september te zien in Nederland.