Hannah and her teachers

Het zou misschien wat overdreven zijn te zeggen dat in de jaren vijftig de naam van Martin Heidegger op ieders lip lag, maar de grote filosoof uit het Zwarte Woud was in die jaren wel een algemeen bekende figuur. Dit was immers de gouden tijd van het existentialisme en hoewel dit woord voor de meesten niet veel meer betekende dan zwarte truien, verdrietige liederen en jazzkelders in Saint-Germain des Prés, waren er ook die zich met overgave verdiepten in het en soi en pour soi, het ,,voor-handen-zijn'' en het ,,in-de-wereld-geworpen-zijn'', het nichtendes Nichts en nog veel meer. Daarvoor hoefde je niet per se bij Heidegger te zijn, want er waren genoeg andere existentie-filosofen, zoals Sartre en Jaspers, maar – zoveel was zeker – de grootste van dezen was de wijze uit de hut in Todtnauberg. Aan de aanschaf van Sein und Zeit viel dan ook niet te ontkomen, evenmin als aan de ontdekking daarna dat dit voor de gewone man te hoog was gegrepen. Ik geloof dat ik tot pagina dertig ben gekomen.

Iemand die Heidegger nog zelf had meegemaakt, was de Duitse historicus Ernst Nolte, die in het studiejaar 1975-'76 aan het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) in Wassenaar verbleef. Zijn herinneringen aan Heidegger waren hoogst interessant. Nolte vertelde niet alleen dat Heidegger college gaf in Lederhose, maar ook dat hij, mede door de lange stiltes tijdens zijn colleges, een overweldigende indruk op de studenten maakte. Hoe diep Nolte onder de indruk van Heidegger was, bleek wel uit zijn uitspraak: ,,Wenn Heidegger eintrat, dann war es wie der Geist eintritt.''

Nolte was in die tijd vooral bekend door zijn indrukwekkende boek Der Faschismus in seiner Epoche. Bekender nog dan dit boek was Hannah Arendts The Origins of Totalitarianism, dat over een verwante thematiek gaat. Hannah Arendt had ook bij Heidegger gestudeerd. Maar zij had, als joodse, Duitsland in de nazitijd moeten ontvluchten. Dat Hannah Arendt bij Heidegger had gestudeerd, was bekend, maar dat zij een verhouding met hem had gehad niet. Sterker nog, dat was om verschillende redenen niet goed voorstelbaar. Daar was om te beginnen het aanzienlijke leeftijdsverschil en het feit dat Heidegger getrouwd was. Nu komen die dingen wel meer voor, maar in het Marburg van de jaren twintig was een verhouding tussen een oudere, getrouwde hoogleraar en een jonge studente niet alleen hoogst uitzonderlijk, maar ook zeer gevaarlijk voor de reputatie en dus voor de positie van die hoogleraar. Het vreemdste aan de relatie was echter iets anders. Heidegger was een nazi en maakte daar geen geheim van. Hij is tot het eind van de oorlog partijlid gebleven. Zijn vrouw was zelfs een virulente antisemiet en van meet af aan een fanatieke aanhangster van Hitler.

Heideggers opstelling in deze zaken werd overigens pas echt duidelijk na de machtsovername van Hitler in 1933 en toen was de relatie met Hannah Arendt al beëindigd, zij het niet voorgoed. Omdat haar aanwezigheid in Marburg te bedreigend was voor Heideggers reputatie, spoorde hij haar aan de studie elders voort te zetten en te promoveren bij Karl Jaspers, een andere existentie-filosoof. Zo kwam tijdelijk een einde aan de verhouding. Ironisch genoeg zou juist Jaspers, op wie Heidegger nogal neerkeek, na de oorlog over het gedrag van Heidegger moeten oordelen. Jaspers was namelijk wel `goed' geweest. Hij was getrouwd met een joodse vrouw, had Duitsland daarom verlaten en de oorlog in Zwitserland doorgebracht. Na de oorlog heeft Hannah Arendt haar beide leermeesters al snel weer opgezocht en, zolang dat kon, is zij beiden blijven bezoeken.

De geschiedenis van Hannah en Heidegger is een paar jaar geleden bekend geworden. Eerst verscheen een boek over Hannah Arendt, waarin het verhaal verteld werd en sinds kort is er de uitgave van de briefwisseling tussen Arendt en Heidegger, althans van een deel daarvan. Die brieven hebben veel aandacht getrokken en dat is ook alleszins begrijpelijk, want het gaat hier om twee beroemde personen op wie deze brieven een verrassend licht werpen. Wie had bijvoorbeeld ooit gedacht dat Hannah Arendt, als een soort Monica Lewinsky avant la lettre, haar charmes aan de oude filosoof zou opdringen en, alweer gelijk deze heldin van onze tijd, hem brieven zou schrijven met passages als:

,,Neem mij wanneer en op welke manier je maar wilt''.

Heidegger en Arendt zijn beiden belangrijke schrijvers en denkers. Heidegger is, hoe men het ook wendt of keert, een van de invloedrijkste filosofen van deze eeuw. Alleen Wittgenstein neemt een, weliswaar volstrekt andere, maar qua betekenis vergelijkbare plaats in. George Steiner schreef in zijn uitvoerige recensie van de Heidegger-Arendt brieven in de Times Literary Supplement (29 januari 1999) dat er evenveel en misschien zelfs wel meer over Heidegger wordt geschreven dan over Plato en Aristoteles. Existentialisme, deconstructie en postmodernisme zijn volgens hem in feite slechts uitgewerkte voetnoten bij Sein und Zeit. Wij mogen wel aannemen dat dit wat overdreven is, al was het maar omdat Steiner altijd overdrijft, maar Heideggers invloed op de hedendaagse filosofie is onmiskenbaar.

Ook Hannah Arendt heeft over roem en bekendheid niet te klagen. Er zijn meer dan vijftig boeken en ruim duizend artikelen over haar verschenen. Er bestaan Hannah-Arendt-prijzen en Hannah-Arendt-straten. De Duitse spoorwegen kennen zelfs een Hannah Arendt Intercity Express, van Karlsruhe naar Hannover (en terug), en de Duitse posterijen hebben een Hannah Arendt postzegel uitgebracht (van DM 1.70). Ik ontleen deze gegevens aan een artikel van Walter Laqueur dat, onder de titel: ,,The Arendt Cult: Hannah Arendt as Political Commentator'' eind vorig jaar is verschenen in het Journal of Contemporary History (Deel 33, pp. 483-496). Laqueur geeft hierin een tamelijk vernietigend beeld van Hannah Arendt als politiek commentator. Zo betoogde zij dat de tijd van het nationalisme voorbij was, dat de Sovjet-Unie het nationaliteitenvraagstuk voorbeeldig had opgelost, dat het na-oorlogse Duitsland ten dode was opgeschreven en dat Amerika aan de rand van de ondergang stond. Niet minder curieus is dat zij zelf in 1937 schreef: ,,Quant à moi, je n'en comprends rien du tout de la politique actuelle''. Deze opmerking getuigt van een opmerkelijke zelfkennis, maar roept wel de vraag op waarom zij dan zo vaak, zo veel en zo vurig over de actuele politiek heeft geschreven.

Heidegger begreep in de jaren dertig nog minder van de `politique actuelle', maar zijn filosofische werken zijn nog steeds voor velen een bron van inspiratie. Voor Hannah Arendt geldt dat niet. Haar politieke commentaren kunnen wij maar beter vergeten. Haar historisch-filosofisch werk doet verouderd aan. Op de vraag wie van de twee geliefden de belangrijkste denker was, is dan ook geen ander antwoord mogelijk dan: ,,Martin Heidegger, helaas.''