GroenLinks voor de rijken

Meer dan de helft van de huishoudens bezit nu een eigen woning. Een kwart eeuw geleden was maar een derde van alle huishoudens baas in eigen huis. De overheid heeft de trek naar een eigen stek sterk bevorderd. De netto woonlasten van huurders stegen sinds 1975 met ruim 260 procent. In de koopsector liepen de netto woonlasten – afhankelijk van het inkomen – in diezelfde periode slechts op met 150 tot 200 procent. Wie huurt is langzamerhand een dief van zijn eigen portemonnee. De sterk gegroeide vraag, flink gestegen inkomens en de lage hypotheekrente hebben de huizenprijzen de afgelopen jaren hoog opgedreven.

Naarmate het eigenwoningbezit oprukt, neemt de financiële betrokkenheid van de rijksoverheid bij de volkshuisvesting alleen maar toe, alle verhalen over een terugtredende overheid ten spijt. De oorzaak ligt bij de fiscale behandeling van het eigen huis. Eigenaar-bewoners moeten elk jaar een bepaalde `huurwaarde' bij hun inkomen tellen. Daartegenover mogen zij hun financieringslasten volledig in aftrek brengen. Vier van de vijf huishoudens hebben hun koopwoning met hypotheek bezwaard. Sterk in opkomst zijn hypotheekvormen waarbij geen tussentijdse aflossing van de lening plaatsvindt, zodat woningbezitters gedurende de gehele looptijd van een maximale renteaftrek profiteren. Mede hierdoor geven belastingplichtigen per saldo een groeiend negatief inkomen uit eigen woning aan.

Tegenover in totaal ruim 7 miljard gulden aan belaste huurwaarde staat nu een hypotheekrenteaftrek van naar schatting 28 miljard. Het negatieve saldo van meer dan 20 miljard strookt met een bedrag van negen á tien miljard gulden aan gederfde inkomstenbelasting plus premies voor de volksverzekeringen. Deze belastingbesparing staat economisch gezien op één lijn met een subsidie voor eigenwoningbezitters.

Anders dan de individuele huursubsidie, neemt de fiscale subsidie voor mensen met een eigen huis toe met het inkomen. Wie een hoog inkomen heeft kan meer lenen en geeft in de regel dus een hoger negatief inkomen uit eigen woning aan. De verborgen subsidie neemt verder toe, doordat de belastingbesparing afhangt van het tarief dat is verschuldigd over de laatste gulden. Bij een negatief inkomen uit eigen huis van 5.000 gulden bedraagt het belastingvoordeel voor iemand in de tweede schijf van het belastingtarief 1.800 gulden. Voor iemand met een negatief inkomen uit dezelfde bron van 20.000 gulden die onder het toptarief van 60 procent valt, loopt de subsidie op tot 12.000 gulden. Zouden deze subsidies, net zoals huursubsidie, rechtstreeks aan belanghebbenden worden uitgekeerd, dan was het land te klein. Maar verborgen subsidies in de vorm van belastingvoordelen zijn doorgaans onkwetsbaar, in dit geval hoofdzakelijk omdat de eigen woning in een groot deel van politiek Den Haag een heilig huis is.

Onlangs heeft GroenLinks echter de kat de bel aangebonden. Deze partij wil de bij het inkomen te tellen huurwaarde in de toekomst iets verlagen, van 1,25 tot 1,2 procent van de geschatte waarde volgens de Wet onroerendezaakbelasting (WOZ). Daarbij blijft de eerste vier ton buiten aanmerking; alleenstaanden genieten een vrijstelling van 280.000 gulden. Over de huurwaarde zou – dit in lijn met de kabinetsplannen voor belastinghervorming in de 21ste eeuw – voortaan slechts 30 procent belasting en premie verschuldigd zijn. Daartegenover krijgen woningbezitters een belastingvrije subsidie van 30 cent voor elke gulden hypotheekrente die zij betalen, zonder dat aan die subsidie een maximum wordt gesteld. Dit plan is in strijd met het eigen verkiezingsprogramma. GroenLinks heeft de kiezers beloofd dat de hypotheekrenteaftrek zou worden beperkt tot 250.000 gulden. In plaats daarvan maakt het nu gelanceerde voorstel alleen een eind aan de rare situatie dat de subsidie momenteel een stuk meer waard wordt wanneer iemand in een hogere tariefschijf terecht komt.

Huishoudens die meer verdienen dan 65.000 gulden en daarom over de top van hun inkomen op dit moment 50 of 60 procent belasting betalen, zullen hun woonlasten vaak flink zien stijgen. GroenLinks pakt deze groep ongeveer twee miljard woonsubsidie af. Dus zal op zijn minst een tamelijk langdurige overgangsregeling nodig zijn, zoals collega Leo Stevens afgelopen maandag in deze krant heeft betoogd. Tal van mensen hebben immers de laatste jaren een woning gekocht die hun financiële draagkracht in feite te boven gaat. Blijft het feit dat GroenLinks pleit voor een subsidie die vooral aan de mensen met hogere en de hoogste inkomens ten goede komt. Dit is merkwaardig, maar goed verklaarbaar.

Wil GroenLinks verder groeien, dan moet het knabbelen aan de linkerflank van de PvdA. Daar leven grote twijfels over de onbegrensde hypotheekrenteaftrek. In maart 1998 publiceerde de toenmalige financieel woordvoerder van de Tweede Kamerfractie, Rick vander Ploeg, een artikel in maandblad Socialisme en Democratie waarin hij voorstelde alle rente voortaan tegen 37 procent te verrekenen. Het plan van GroenLinks is hier duidelijk door geïnspireerd. Persoonlijk ingrijpen van lijsttrekker Kok was nodig om vorig jaar uiteindelijk een nietszeggende tekst in het program te krijgen (`er moet een studie komen naar meer evenwicht tussen de positie van huurders en kopers') zodat voortzetting van de samenwerking met de VVD mogelijk werd. Van der Ploeg werd verbannen naar Cultuur, waar hij rare gedachten mag ontwikkelen over bevoogdend kunstbeleid. Op 19 juni organiseert het wetenschappelijk bureau van de PvdA een studiemiddag over de fiscale behandeling van het eigen huis met een inbreng van vooraanstaande kamerleden. De door GroenLinks toegeworpen handschoen wordt dus opgenomen. Kok en Melkert zullen de komende discussie met het zweet in hun handen tegemoet zien.