`Elvis' uit oertijd had groot bekken

Elvis heet hij, vanwege zijn reusachtig bekken. Hij had het fysiek van een bokskampioen: meer dan honderd kilo aan pure spiermassa bij een lengte van een meter tachtig. De oer-Europeaan die meer dan 300.000 jaar geleden op het continent leefde was een geducht concurrent van roofdieren in zijn omgeving.

Deze conclusies trekt een groep Spaanse wetenschappers uit het bottenmateriaal dat is verzameld bij Atapuerca in Noord-Spanje. Gisteren presenteerde Juan Luis Arsuaga, coördinator van de opgravingen, in Madrid de resultaten van vijf jaar opgravingen.

Pronkstuk is een enorm bekken van de ,,man van Atapuerca'', het bewijs dat deze voorloper van zowel de mens als de Neanderthaler veel groter was dan tot dusver werd aangenomen, aldus de Spaanse wetenschappers, die hun vondst vandaag melden in het Britse wetenschapstijdschrift Nature.

De Spaanse wetenschappers betogen dat de ontwikkelingstheorie van de Homo Sapiens revisie behoeft. Tot dusver werd aangenomen dat de zwaargebouwde Neanderthaler een extreme evolutionaire aanpassing gold ten opzichte van kleinere voorgangers. Volgens Arsuaga en zijn ploeg is de gemeenschappelijke voorouder van mens en Neanderthaler echter eveneens van grote omvang en is het de Homo sapiens die zich in sterke mate heeft doorontwikkeld. Daarbij zou zeker een derde van de lichaamsomvang en -sterkte verloren zijn gegaan.