De kreukel-club

Een jaar geleden waren er verkiezingen waaruit Paars II voortkwam en nu zitten we met de brokken. Na 290 dagen is de ploeg van Kok gestruikeld.

Het tweede kabinet-Kok is van meet af aan een teleurstelling geweest. Het begon al met kwesties die het kabinet van zichzelf erfde. De varkensstapel, de afwikkeling van de Bijlmerramp, het onbeheersbare asielvraagstuk – de gaten die Paars I achterliet werden de valkuilen voor Paars II. Dit kabinet hield zich bezig met `kloten met kralen', zoals in Den Haag besmuikt gefluisterd werd. Aan de vooravond van een nieuwe eeuw etaleerde het kabinet een aaneenrijging van incidenten en geen visie.

Honderd dagen zijn in andere landen een ijkpunt voor politieke prestaties. Nu het kabinet na nog geen driehonderd dagen zijn ontslag heeft aangeboden, kan het zeker aan een evaluatie onderworpen worden. Het resultaat stemt niet vrolijk. Met de meeste bewindslieden wilde het maar niet lukken.

Wim Kok (Algemene zaken): waar is Wim nu Nederland in NAVO-verband verwikkeld is in zijn eerste `linkse' oorlog? Anders dan Europese collega's legt Kok de oorlog niet uit en bezoekt hij evenmin de troepen of vluchtelingenkampen. Hij praat in het buitenland over het `poldermodel'. Binnenslands is hij afwezig. De conclusie van de Enquêtecommissie dat hij geen regisserende rol heeft gespeeld in het Bijlmerdossier mag breder getrokken worden.

Annemarie Jorritsma (Economische zaken): Annemarie kan beter smartlappen zingen dan economisch beleid voeren. Ze laat zich door haar ambtenaren bijscholen in economische kennis. Tot nu toe zonder merkbaar resultaat. Het is niet bekend of ze een visie heeft op de toekomst van de Nederlandse economie.

Els Borst (VWS): vier jaar lang heeft de moeder van de gezondheidszorg zwak beleid kunnen toedekken. In het vijfde jaar heeft ze de praktijk nog steeds niet op orde, ondanks extra geld. Met plannetjes die vervolgens weer worden ingetrokken is Borst een zwalkende minister.

Gerrit Zalm (Financiën): de rijksfinanciën zijn op orde en Zalms tegenspelers in de vorige kabinetsperiode – Ad Melkert en Carlo Azeglio Ciampi – zijn verdwenen. Ciampi is president van Italië geworden. Zalm speelt computerspelletjes op zijn departement om de tijd te doden.

Klaas de Vries (Sociale zaken): Klaas de Vries? Is dat de voorzitter van de SER of de directeur van de VNG? Als minister van sociale zaken nog niet opgemerkt.

Bram Peper (Binnenlandse zaken): minister van voetbalrellen. In de kwestie van de hervorming van het binnenlandse bestuur nog niet gezien. Referendum? Stadsprovincies? Zie de impasse in Haaglanden en de ruzie over Twentestad.

Tineke Netelenbos (Verkeer en Waterstaat): argumenteerbaar de zwakste minister van de ploeg op een essentieel departement. De infrastructurele toekomst van Nederland in handen van iemand die niet bestuurt maar kakelt.

Jan Pronk (VROM): Pronk had nooit opnieuw in een kabinet moeten terugkeren, maar de eer aan zichzelf moeten houden. Hij was uitgerangeerd op Ontwikkelingssamenwerking en maakt nu ruzie met zijn omgeving op VROM. Schrijft zijn nota's daarom eigenhandig.

Hajo Apotheker (Landbouw): in zekere zin het slachtoffer van de juridische misser van zijn voorganger met de varkenswet. Apotheker kon dat niet helpen, wel dat hij sindsdien geen vorderingen heeft gemaakt met de terugdringing van de varkensstapel. Verder is landbouw vooral Europees beleid.

Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken): geniet zo van zijn gewichtige status als politieke baas van de diplomatieke dienst dat hij de onvrede op zijn departement niet opmerkt. Van Aartsen zet een traditie van zijn voorganger voort: matig ontwikkelde dossierkennis.

Eveline Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking): het beste beleidsinitiatief van dit kabinet - beperking van het aantal landen voor bilaterale hulp – dreigt te verzanden in hobbyisme van de minister. Herfkens is verleerd haar mond te houden. Haar Wereldbank-ervaring valt slecht bij haar eigen departement.

Frank de Grave (Defensie): De Grave praat sneller dan een mitrailleur kan schieten. Na zich een paar keer vergalloppeerd te hebben houdt hij zijn mond. Minister van oorlog die het vredesdividend moet binnenhalen.

Loek Hermans (Onderwijs): bij zijn aantreden kondigde Hermans aan dat hij na de regelzucht van zijn voorgangers weinig wilde doen. Dat heeft hij letterlijk genomen – tot opluchting van het onderwijsveld. Eindelijk een minister die zo verstandig is niet vanuit Zoetermeer alles te willen aansturen.

Benk Korthals (Justitie): nog geen publicitaire of politieke missers begaan, maar dat is na het gehaspel van zijn voorganger nauwelijks een verdienste. Ook nog geen ingrijpende beleidsdaden laten zien. Het belangrijkste dossier doet zijn staatssecretaris.

Roger van Boxtel (Grote Steden): heeft het taboe op het begrip immigratieland doorbroken. Voor het overige is Van Boxtel de belofte voor de toekomst en dat zal hij altijd blijven.

De politiek-bestuurlijke kwaliteit van de meeste staatssecretarissen maakt het beeld van Kok-II niet beter. Het onervaren nieuwe parlement, met zwakke tegenspelers van de regeringspartijen en de slappe oppositie van het CDA, biedt nauwelijks weerwerk. De enige troost is dat de Nederlandse economie krachtig genoeg is om een kreukel-kabinet te overleven en dat het op financieel-economische hoofdlijnen goed gaat. Deze ploeg zal niet worden gemist.

rjanssen@nrc.nl