Brits plan tot versoepeling sancties Irak

Groot-Brittannië en Nederland willen de internationale handelssancties tegen Irak versoepelen zodat investeringen door buitenlandse oliemaatschappijen in de Iraakse olieindustrie mogelijk worden.

In ruil daarvoor moet Irak dan wel ten minste vier maanden hebben meegewerkt met wapeninspecteurs van de Verenigde Naties. Sinds half december werkt Irak helemaal niet meer samen met de wapeninspecteurs. Groot-Brittannië en Nederland hebben een ontwerpresolutie die ze een maand geleden in de Veiligheidsraad van de VN hebben laten circuleren, in deze zin aangepast. Het voorstel vindt genade bij de Verenigde Staten, inclusief de buitenlandse investeringen. ,,Onze deskundigen kijken er nog naar'', zei de Amerikaanse VN-ambassadeur Peter Burleigh gisteren, ,,maar, in het algemeen, ja, steunen we het''.

Maar Rusland, dat evenals de VS vetorecht geniet, is er vooralsnog mordicus tegen. Rusland heeft een eigen voorstel ingediend, dat voorziet in opschorting van de sancties voor telkens 100 dagen, zolang Irak zou meewerken met een nieuw wapencontrolesysteem. Het Russische voorstel wordt gesteund door Frankrijk en China, die het beide net als Rusland voor Bagdad opnemen. De VS vinden het Russische plan weer onaanvaardbaar. Een bijeenkomst van alle permanente leden van de Veiligheidsraad – de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië – leverde gisteren geen toenadering op.

Zowel het Brits/Nederlandse als het Russische voorstel voorziet in de oprichting van een nieuwe wapencommissie om toe te zien op de ontmanteling van de Iraakse massavernietigingswapens. Bagdad heeft half december alle samenwerking met de wapencommissie UNSCOM opgezegd, en eraan toegevoegd haar wapeninspecteurs nooit meer toe te laten. Doel van het Brits/Nederlandse plan is de wapeninspecteurs terug te krijgen in Irak, en tegelijk het verwijt van Irak en veel andere landen te ondervangen dat de Iraakse bevolking willens en wetens via de sancties wordt uitgehongerd. Onder het olie-voor-voedselprogramma met de VN mag Irak op dit moment elke zes maanden voor 5,2 miljard dollar olie exporteren. Hiervoor kan het voedsel en medicijnen aanschaffen, onder controle van de VN. Irak kan op dit moment echter voor niet meer dan 3,8 miljard olie verkopen, omdat zijn olieindustrie verouderd is. Dit probleem zou door buitenlandse investeringen kunnen worden opgelost. Bovendien willen Londen en Den Haag de limiet op de Iraakse olie-export schrappen.

Overigens hebben de VN vorige week nog Irak ervan beschuldigd meer dan de helft van de medicijnen en medische apparatuur die het land in het kader van het olie-voor-voedselprogramma zijn geleverd, te hebben achtergehouden in plaats van ze te distribueren. ,,De regeringspakhuizen zitten letterlijk overvol'', aldus een VN-woordvoerder. Bagdad deelde vier dagen later mee dat de medicijnenrantsoenen weer moesten worden verminderd omdat de VN invoercontracten zouden blokkeren.