Alles nat en nergens hulp

Hoeveel soorten regen zijn er? Het Schotse Hoogland kent er vele. Dat vereist goede regenpakken en de bereidheid lauwe klodders soeppoeder naar binnen te werken. Door drizzle en horizontale regengordijnen over de West Highland Way. Deel 2 van een serie over wandelen in Europa.

`Now, would you like orange juice or potato soup?', vraagt een gerokte hotelhouder in het Schotse Fort William aan een zeskoppig gezelschap dat klaar zit voor het diner. Schotse zuinigheid of een standaardgrap? Nog geen acht uur na vertrek van Schiphol is deze cultuurschok anyway aan de hevige kant, maar we kiezen niettemin goed: de aardappelsoep. Uiteraard krijgen we de volgende ochtend bij het ontbijt ongevraagd zes glazen sinaasappelsap. Schotse logica. Hoeveel wandelaars zouden met een maag vol aardappelsoep zijn begonnen aan hun eerste etappe van de West Highland Way, vragen we ons af tijdens het rugzak inpakken.

Fort William ligt niet aan het begin, maar aan het eind van Schotlands oudste en wildste lange-afstandspad. Het idee van de ontwerpers was dat je steeds spectaculairder landschappen te zien zou krijgen: beginnend in een buitenwijk van Glasgow loop je eerst door veertig kilometer gemoedelijke heuvels en dan dertig kilometer langs de oever van Schotlands braafste loch, Loch Lomond, om ter hoogte van het gehucht Crianlarich al wandelend op te gaan in de wilde verlatenheid waarvoor je gekomen was.

We parkeren de huurauto een paar kilometer ten zuiden van Fort William, hangen rugzakken om en volgen de West Highland Way bij lichte drizzle over een bergflank direct ten westen van Ben Nevis, met 1343 meter de hoogste berg van dit eiland. Een van de raadsels van Schotland is hoe terreinverheffingen van twee of drie keer zo hoog als de gemiddelde Belgische Arden je het gevoel kunnen bezorgen van een bacil op een olifantshuid. Iets verklaarbaarder is de snelle afwisseling van weertypen; schijnt te maken te hebben met westenwinden, de nabijheid van de oceaan en veel bergen langs de kust, zodat sommige wolken direct na aankomst opstijgen, afkoelen en gaan regenen. Zoals nu, en wel steeds heftiger naarmate we hoger komen.

Een paar van ons dragen idioot dure gepatenteerde pakken en schoenen die volgens de fabrikant geen vocht naar binnen laten, en wel in de andere richting. De winst, in Schotland althans, is dat je hooguit een uur later dan wandelaars in ordinaire regenkleding geheel doorweekt bent, aangezien de regen hier van alle kanten komt. Tot op het bot verkleumd - maar wel in een opperbeste stemming, want in Schotland - brengen we naast een hevig bruisende bergbeek een brandertje in stelling om soep te maken, maar zijn te koud om te wachten tot het water warm is, wat het toch nooit wordt bij elf graden en windkracht zes en twee keer zoveel neerslag als we gehoopt hadden, en drinken iets lauws met drijvende soeppoederklonten, om kort daarna te ontdekken dat we krap een mijl verwijderd waren van ons dagdoel, de Mamore Lodge in Kinlochleven. Dat krijg je met die regengordijnen: je kunt je niet oriënteren en durft geen kaart te pakken omdat hij in tien tellen doorweekt zou zijn. Tip: knip kaarten thuis in handzame stukken en laat ze plastificeren.

Tot zover het negatieve nieuws over de WHW, al zijn die striemende regens en zuigende moors natuurlijk juist waar je voor komt. Schotland bij zon is niks, dan kun je beter naar Mallorca. Minder leuk is de kans bij invallende duisternis nog geen onderkomen bereikt te hebben of wel een onderkomen maar dan vol. Het is nauwelijks raadzaam te hopen dat er plaats is of dat het weer wel mooi genoeg zal zijn om door te lopen naar het volgende logement - waar ook geen plaats is, want ongeluk komt nooit alleen. Bijvoorbeeld: tussen Mamor Lodge en het Iveroran Hotel liggen 35 stenige kilometers WHW, wat voor normale wandelaars zo'n beetje de grens van het haalbare is, en bij zwaar weer haast ondoenlijk.

Halverwege - aan het begin van de Glencoe vallei, waar op 3 februari 1692 een aantal malafide Campbells, niet geheel buiten medeweten van onze eigen koning-stadhouder, de halve Macdonald clan vermoordde, maar dit terzijde - verheft zich het zeldzaam eenzame Kings House Hotel te midden van ongenaakbare, honderden meters hoge, kale graniethellingen, waarlangs bij losbarstende regen in een oogwenk rivieren ontstaan. De wandelaar voor wie in de herberg geen plaats is, kan weinig anders doen dan vijftien kilometer doorlopen naar het Inveroran hotel.

Terwijl de keuken van het Kings House nog goed ruikbaar is, kom je langs een bord dat het voortgaan ontraadt aan iedereen behalve goed getrainde en geoutilleerde hikers. Stijgijzers en touwen zijn niet nodig - het punt is dat de weersomslagen in Schotland zo hevig kunnen zijn en dat onderweg nergens hulp is te vinden. Ergens is dat ook wel een rustig idee: geen café, geen restaurant, geen winkel, geen folderrekken - alleen maar grauwe, granieten, begraste, moerassige, vrijwel boomloze en doorgaans schaapvrije - want te onherbergzame en te natte - broodvormige Schotse glens en bens, die het best tot hun recht komen bij gemeen scherpe wind en horizontaal aangevoerd hemelwater, onder een kolkend zwerk van donderwolken en lichtbundels en regenbogen.