Voor Edu Nandlal is het elke dag weer 7 juni 1989

Edu Nandlal was een van de drie leden van het Kleurrijk elftal die tien jaar geleden de vliegramp met het SLM- toestel overleefden. De oud-voetballer is boos dat een herdenkingsduel tegen Feyenoord niet doorgaat.

Het rouwproces van Edu Nandlal is onvoltooid nu de wedstrijd van de Suri-profs tegen Feyenoord ter herdenking van de slachtoffers van de vliegramp in Suriname voor onbepaalde tijd is uitgesteld. De inmiddels 35-jarige oud-voetballer van Vitesse behoorde op 7 juni 1989 met Sigi Lens en Radjin de Haan tot de drie overlevenden van het Kleurrijk elftal. Maar nog elke dag worstelt Nandlal met de gevolgen van een dwarslaesie. ,,Ik heb vijf à zes keer per jaar een blaasontsteking. Daarom moet ik plassen met een katheter en kan ik alleen poepen met medicijnen. Soms zit ik 's nachts urenlang vergeefs op het toilet. Dan kan ik wel janken van ellende.''

Maar telkens slikt Nandlal zijn tranen in, omdat hij in elk geval nog leeft. ,,Ik had het geluk dat ik nog kinderen kon krijgen, maar mijn seksualiteit is me ontnomen'', zegt hij. ,,Daar heb ik het vreselijk moeilijk mee gehad. Mijn vrouw was net afgestudeerd, ik wilde haar toekomst niet bederven met de zorg voor een gehandicapte. Ondanks veel verdriet zijn we er samen uitgekomen, al vraag ik me wel eens af hoe mijn vrouw het volgehouden heeft. Ik heb me jarenlang afgevraagd waarom ik het wel heb overleefd en anderen niet. Maar het antwoord vond ik nooit. Psychologen konden me niet helpen. Geen enkele therapeut had ooit een overlevende van een vliegramp behandeld.''

Nandlal hield zichzelf voor dat hij een missie had. ,,Door me in te zetten voor de nabestaanden heb ik de ramp ook zelf kunnen verwerken.'' Als penningmeester van de Stichting Kleurrijk 7 juni organiseert hij jaarlijks een herdenking. Volgende maand zal Nandlal in de Amsterdamse Koningskerk wederom rouwen met de nabestaanden van de 176 slachtoffers. ,,Maar ik had een periode van tien jaar willen afsluiten met het de herdenkingswedstrijd tegen Feyenoord'', vertelt hij. ,,Het is triest dat die nu niet doorgaat. Seedorf, Kluivert, alle donkere jongens zouden meedoen. Maar ik neem het bestuur van de Suri-profs en de KNVB niets kwalijk. Ze hebben onze stichting enorm geholpen.''

Pijnlijk is de wetenschap dat de tiende herdenking bij voorbaat wordt besmeurd door de vete tussen de Stichting Kleurrijk 7 juni en de Stichting Kleurrijk Mondiaal 2000, die de rampzalige reis naar Suriname in 1989 organiseerde. Beide organisaties claimen het alleenrecht op de herdenking. Nandlal weigert elke vorm van samenwerking met ,,corrupte mensen'' als Sonny Hasnoe en Roy de Miranda van Kleurrijk Mondiaal, die hun benefietwedstrijd, komende dinsdag in Den Bosch, ook zagen afgelast. ,,Hasnoe en De Miranda willen alleen de omgekomen voetballers herdenken'', zegt Nandlal met een bittere ondertoon. ,,Onze stichting komt op voor alle mensen die zijn overleden én hun nabestaanden.''

De ordinaire ruzie wordt immers uitgevochten over de ruggen van de mensen, die het meeste hebben geleden onder de ramp. ,,En dat stoort me het meeste'', beaamt Nandlal. Wie kan het beter navertellen dan hij zelf? Elke dag in zijn leven is het weer 7 juni 1989. ,,Voor de meeste spelers van het Kleurrijk elftal was het de eerste keer dat zij na hun vertrek uit Suriname terugkeerden naar hun vaderland'', herinnert Nandlal zich. ,,Ik was na de staatsgreep van Desi Bouterse in 1980 met mijn familie jaar naar Nederland gekomen. Negen jaar later zou ik als profvoetballer van Vitesse terugkeren met het Kleurrijk elftal. Aan boord van het vliegtuig besefte ik nog eens dat de voetballers van dezè ploeg een voorbeeldfunctie hadden en die hebben ze nog steeds.''

Tijdens de vlucht werden de spelers door alle passagiers aangeklampt. ,,We haalden met hen herinneringen op aan Suriname, aan boord heerste een opgewonden stemming. Ik probeerde in het pikkedonker de landingsbaan te zien, want ik was vergeten hoe die er uit zag. Maar plotseling hoorde ik een enorme klap, waarna het vliegtuig weer opsteeg. Ik voelde nog een vreselijke pijn in mijn oor en daarna werd het zwart.'' Elf mensen overleefden de ramp. Onder hen Edu Nandlal, die zijn ogen opende, nadat het toestel in de jungle was neergestort. ,,Achteraf heb ik begrepen dat ik diep onder de grond lag, onder de cockpit. Vooral de kreten van stervende mensen die om hulp vroegen zijn me het meeste bijgebleven, al drongen ze nauwelijks tot me door.''

Nandlal registreerde de onheilspellende geluiden zonder te beseffen dat een ramp had plaatsgevonden. ,,Ik dacht dat het regende, terwijl de brandweer al was begonnen het vliegtuig te blussen. Ik hoorde kinderen huilen, terwijl ik naar mijn eigen ademhaling luisterde. Het was een krankzinnige gewaarwording. Nu realiseer ik me pas hoe kostbaar zuurstof is. Ik ademde, ik leefde dus nog. Het toeval wilde dat ik uit het toestel werd gehaald door een jongen met wie ik vroeger in de klas had gezeten. Zo klein is de Surinaamse gemeenschap. Ik hoorde: `Edu, ben jij dat?' Ik schijn te hebben geantwoord: `Ja Baran, ik ben het, we komen hier om te voetballen.' Op dat moment realiseerden de hulpverleners zich dat ik een zware shock had. Ik bleef maar lullen over dat voetballen en dat we het zo gezellig zouden hebben met elkaar.''

Later is hem verteld dat hij ergens werd neergelegd uit angst dat het vliegtuig zou ontploffen. Nandlal weet nog niet hoe het mogelijk was dat hij is opgestaan om terug te keren naar de plek des onheils. ,,Toen zijn waarschijnlijk de zenuwen in mijn rug geknapt. Pas later heb ik me de omvang van de ramp gerealiseerd. Maar in het ziekenhuis riep ik nog dat ik snel weer fit wilde zijn voor de wedstrijd van het Kleurrijk elftal. Het lichaam was vernield, maar de geest had het nog niet geaccepteerd. Ik kan me geen van al die gesprekken herinneren, ik heb later in feite naar een film van mijn ongeluk zitten kijken.''

Anderhalf jaar na de noodlottige vlucht keerde Nandlal met een cameraploeg van RTL terug naar Suriname. ,,Toen heb ik pas kunnen zien wat een enorme ravage de crash had veroorzaakt. Overal lagen nog wrakstukken. Het drong tot me door dat ik door een wonder levend uit dat toestel ben gekomen.'' De revalidatie verliep uiterst moeizaam. ,,De artsen dachten aanvankelijk dat ik ook malaria had opgelopen, omdat ik hoge koorts had. Het bleek om een infectie te gaan. De doktoren hadden me al opgegeven. Ze staakten de behandeling met medicijnen en juist vanaf dat moment ging het beter met me.''

Naast zijn werkzaamheden voor de Stichting Kleurrijk 7 juni en de politieke partij Leefbaar Utrecht fungeert Nandlal als scout voor zijn jeugdliefde FC Utrecht. De humor houdt hem overeind als hij met de beperkingen van zijn handicap wordt geconfronteerd. Hij stroopte nog met de eveneens gehandicapte oud-international Robbie de Wit de velden af. ,,Maar we konden allebei nauwelijks lopen. Soms strompelden we hand in hand over straat om niet te vallen. Dan hoorde ik de mensen fluisteren: `Kijk, die twee homo's toch eens.' Tot ze Robbie de Wit herkenden. Dan werden we meteen naar de kroeg gesleept om wat te drinken. Zo bleven de lamme en blinde toch nog populair.''