Verzekeraar waakhond van thuiszorg

Zorgverzekeraars moeten scherper toezien op het functioneren van de thuiszorg. Behalve op hoeveelheid en kwaliteit van de geleverde hulp moeten zij ook de organisatie en het financiële beleid in de gaten houden.

Dit schrijft staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) in de brief over haar aanpak van de thuiszorg die deze week naar de Tweede Kamer gaat. In de brief kondigt zij een aantal maatregelen aan om meer greep op deze sector te krijgen.

Volgens Vliegenthart heeft een aantal recente incidenten (onder meer bij de thuiszorg in de IJmond en in Drenthe) de noodzaak daarvan aangetoond. Thuiszorg IJmond raakte in financiële problemen door falen van het management en de thuiszorg in Drenthe bleek een onontwarbaar kluwen van publieke en private onderdelen. In het algemeen schieten registratie, administratie en automatisering bij de thuiszorg tekort, vindt Vliegenthart.

De staatssecretaris wil verder scherpere regels voor de toelating van organisaties op de thuiszorgmarkt. Alleen die welke het volledige thuiszorgpakket aanbieden, en niet alleen de financieel lucratieve onderdelen daarvan, komen daarvoor nog in aanmerking. Bovendien controleert de Inspectie voor de Gezondheidszorg de kwaliteit van de aangeboden zorg.

Vliegenthart eist dat de bestaande thuiszorgorganisaties `transparanter' gaan opereren. Zo moet de organisatie helder zijn en de garantie geven dat het publieke geld alleen wordt besteed aan publieke zorg. De financiering van deze zorg moet duidelijk gescheiden zijn van die van de aanvullende zorg die de organisaties bieden. Deze aanvullende hulppakketten worden van een keurmerk voorzien opdat de klant zeker weet dat hij `waar voor zijn geld' krijgt.

Zowel de organisatiestructuur als de financieringsstromen moeten jaarlijks worden verantwoord. Er komt een verbod op de handel in productieafspraken die de regiokantoren van de verzekeraars sluiten met de aanbieders van zorg. Daarbij wordt het verlenen van hulp uitbesteed aan (commerciële) bedrijven die vaak goedkoper kunnen werken en bovendien over het benodigde personeel kunnen beschikken. Overigens vindt Vliegenthart het wel goed dat de thuiszorg gebruik maakt van uitzendpersoneel.

De thuiszorg moet nu snel de informatievoorziening op peil brengen, vindt Vliegenthart. Basale gegevens, zoals het aantal geleverde hulpuren en precieze lengte van de wachtlijsten, ontbreken nu of kloppen niet. Ook hanteren organisaties uiteenlopende begrippen, zodat de onderlinge uitwisseling van informatie onmogelijk is.