Tenor Bostridge zingt met een onbegrensde souplesse

De jonge Britse tenor Ian Bostridge bezit zonder twijfel een van de interessantste stemmen van zijn generatie. Niet alleen zuiver vocaal onderscheidt hij zich als een subtiel en krachtig zanger, ook de voor een liedzanger minstens zo belangrijke literaire begaan- en begaafdheid weerklinken in Bostridges liedinterpretaties met een zeldzame vanzelfsprekendheid.

Voordat Bostridge zich negen jaar geleden toelegde op zijn loopbaan als zanger, studeerde hij geschiedenis en filosofie in Oxford en Cambridge. Sindsdien oogstte hij evenveel successen als prijzen voor de kwaliteiten die hij gisteravond opnieuw bewees tijdens een recital in de Extra Vocale Serie van het Concertgebouw.

Twee vroege liedcycli van Bostridges landgenoot Ralph Vaughan Williams (1872-1938) vormden de spil van het programma. The house of life, een cyclus voor tenor en piano op semi-Danteske teksten van de 19de-eeuwse dichter/schilder Dante Gabriel Rossetti, bezit vanaf de eerste maat het heel herkenbare idioom van Vaughan Williams. De componist omschreef zijn muzikale taal zelf als `kleptomaan aan de volksmuziek en andere componisten ontleende originaliteit', maar dat is een te sceptische omschrijving.

Met onverwachte modulaties en een zoete melancholie verleende Vaughan Williams de liefdespoëzie van Rossetti een aangename gedragenheid. De kracht van Bostridges vertolking begon daarbij met de technisch onbegrensde souplesse van zijn tenor, maar eindigde daar allerminst. Juist de beheersing waarmee hij zijn klankpotentieel stuurt, verschafte de cyclus intensiteit. Hoe Bostridge zijn timbre ook bijkleurde om de tekst te illustreren, hij verviel nergens in doorzichtige maniertjes en hield vast aan een originele frasering. In de cyclus On Wenlock Edge werd Bostridge zoals steeds bijgestaan door zijn vaste pianobegeleider Julius Drake, aangevuld met het geheel uit vrouwelijke musici geformeerde Rubin Kwartet. In weelderige eenvoud sloot deze cyclus mooi aan op de werken van Ravel waartussen het was ingebed. Door de ragfijne, gedempte strijkersbegeleiding ademde het lied Bredon Hill een ongrijpbare, nevelige nostalgie, fijnzinnig opgebouwd door Bostridges vocale vertelkunst.

De keerzijde van zoveel verfijning bleek slechts in het slotlied van de Cing mélodies populaires grecques van Ravel. Daarin vind het predikaat `populair' een climax in tekst en melodie, die beide met volkse rauwheid moeten worden gebracht. In het aanstekelijk frivool vertolken van de loze trala-tekst schoot Bostridge met aristocratische verfijning tekort. Maar omdat juist zijn fijnzinnigheid hem als interpreet onderscheidt, was een dergelijke beperking eerder charmant dan hinderlijk.

Concert: Ian Bostridge (tenor), Julius Drake (piano), Rubin Kwartet. Werken van Vaughan Williams en Ravel.

Gehoord: 18/5 Concertgebouw, Amsterdam.