Stijlvol afscheid van stijlloos toernooi

Vanavond wordt de laatste wedstrijd gespeeld in het bestaan van het toernooi om de Europa Cup voor bekerwinnaars. Lazio Roma en Real Mallorca spelen in Villa Park van Birmingham de laatste finale in de 39-jarige geschiedenis. Een afsluiting die wordt voorafgegaan door een eerbetoon aan alle 38 clubs die de Cup hebben gewonnen. Elke winnaar wordt vertegenwoordigd door een speler die in een van de finales een hoofdrol heeft vervuld.

Zo zal Luigi Milani aanwezig zijn namens Fiorentina, de eerste winnaar van het minst aansprekende Europese toernooi. De linksbinnen van de Italiaanse bekerwinnaar van 1960 scoorde driemaal in de twee finales die destijds nog werden gespeeld. Hij was zowel in het Ibrox Park van Glasgow als in het Stadio Comunale van Florence samen met Kurt Hamrin de uitblinker in de finalewedstrijden tegen de Glasgow Rangers. Tachtigduizend toeschouwers waren in Glasgow aanwezig, vijftigduizend in Florence. Het was een hoopvol begin van het Europese toernooi voor bekerwinnaars.

Meer dan hoopvol is de ontwikkeling van de Europa Cup 2 nooit geweest. Prominente winnaars heeft het toernooi meestal wel gekend, zoals Barcelona (driemaal), AC Milan (tweemaal), Anderlecht (tweemaal), Chelsea (tweemaal), Dinamo Kiev (tweemaal), Bayern München, Juventus, Manchester United en Ajax (éénmaal). Maar veel waarde is er over het algemeen nooit gehecht aan de verovering van deze bokaal, hoe hard de aanhangers en trainers ook weleens meenden te moeten juichen.

Cliff Jones, Geoff Hurst, Aki Schmidt, Gerd Müller, Kurt Hamrin, Jan Capkovic, Peter Osgood, Pierino Prati, Jürgen Sparwasser, Jean Dockx, Manfred Kaltz, David Kipiani, Frankie Vercauteren, Alan Simonsen, Andoni Zubizarreta en Mark Hughes zijn bekende spelers die in het verleden het gezicht van een finale hebben bepaald. Wie Ajax, in 1987 de enige Nederlandse winnaar, in Birmingham vertegenwoordigt, was gisteren nog niet bekend bij de UEFA. Het doet er ook niet toe. Hoe Lazio met prachtige spelers als Vieri, Salas en Mihajlovic, en Mallorca zich ook zullen inspannen, de winnaar zal net als de voorgangers nauwelijks tot de verbeelding spreken.

Toen Gabriel Hanot, de hoofdredacteur van L'Equipe, in 1955 de voorzitters van vijftien vooraanstaande Europese clubs in Parijs bijeenriep om een Europees toernooi op te zetten, dacht hij niet aan bekerwinnaars. Kampioenen en bekende clubs moesten volgens de Fransman tegenelkaar voetballen. Bekertoernooien hadden in bijna geen enkel land waarde. Veel landen kenden niet eens zo'n toernooi. In tegenstelling tot Engeland, waar de FA Cup volgens traditie zelfs in hoger aanzien stond dan de landstitel.

De Zwitserse vice-voorzitter van de Europese voetbalfederatie, Ernst Thommen, bedacht in hetzelfde jaar een ander toernooi, dat van clubs uit steden die een Jaarbeurs organiseerden. Maar die wedstrijdenserie hield maar een paar jaar stand en werd vervangen door de zogenoemde UEFA Cup, een toernooi voor clubs die tweede en derde zijn geworden in de competitie. Pas in het jaar 1960-'61 werd begonnen met de Europa Cup 2, voor bekerwinnaars, een vinding van de organisatoren van de Mitropa Cup.

Natuurlijk werden wel interessante wedstrijden gespeeld. Ook spannende finales, zoals van 1963 in Rotterdam tussen Tottenham Hotspur en Atlético Madrid (5-1), met twee doelpunten van Jimmy Greaves. Zoals in 1966 in Glasgow tussen Borussia Dortmund en Liverpool (2-1 na verlenging), met doelpunten van Held en Libuda. Zoals in 1968 in Rotterdam tussen AC Milan en Hamburger SV (2-0), doelpunten van Hamrin en Rivera. In 1969 in Bazel tussen Slovan Bratislava en Barcelona (3-2), doelpunten van de broers Capkovic. En zoals in 1983 in Gothenburg tussen Aberdeen en Real Madrid (2-1), met de prachtige Schotse voorhoede McGhee, Black en Weir – coach was Ferguson, nu van Manchester United.

Ajax won in 1987 in Athene met 1-0 van Lokomotiv Leipzig, een onbeduidende ploeg uit de DDR. Het enige doelpunt kwam uit een kopbal van Marco van Basten. Het bleef voor de Nederlandse vertegenwoordigers bij deze ene triomf. In 1988 verloor Ajax in de finale met 1-0 van KV Mechelen.

Dieptepunten waren de finales van 1974, 1970 en 1981. In het Feyenoord-stadion kwamen vierduizend mensen naar de finale Magdeburg-Milan (2-0). In het Prater-stadion van Wenen speelden Manchester City en Gornik Zabrze (met Lubanski) voor 8.000 toeschouwers. De Engelsen wonnen met 2-1. Net iets meer mensen trok de finale tussen Carl Zeiss Jena en Dinamo Tblisi, dat toch een mooie ploeg had met Chivadze, Soelakvelidze, Shengelia en de sierlijke Kipiani. Dinamo won met 2-1.

De Engelse ploegen wonnen de meeste Cups voor bekerwinnaars, als om aan te tonen dat een bekerwinnaar in Engeland traditioneel in hoog aanzien staat. Ondanks een afwezigheid van zes jaar, na de verbanning vanwege het Heizeldrama, wonnen de Engelsen acht keer, gevolgd door de Spaanse clubs met zeven zeges, de Italiaanse clubs met zes en de Duitse clubs met vier. Belgische clubs wonnen driemaal de Europa Cup 2.

De wedstrijd van vanavond wordt geleid door de Oostenrijkse scheidsrechter Benkö. Lazio vreest de man die drie jaar geleden in de EK-finale onder 21 jaar tegen Spanje, twee Italianen van het veld zond. Maar de UEFA heeft nu eenmaal beslist dat de laatste finale van de Europa Cup voor bekerwinnaars net als de eerste finale door een Oostenrijker wordt geleid. Een afscheid in stijl van een doorgaans stijlloos toernooi. Bekerwinnaars spelen voortaan in het UEFA-Cuptoernooi.