Poolse plechtigheid

`De Gemeenteraad van de stad Dantzig en het Kapittel van Sint-Adelbert hebben de eer u uit te nodigen voor de plechtige uitreiking van de Adelbertmedaille', luidt de invitatie op geschept papier die ik uit Polen ontvang. Een Haagse vriendin, de kunsthistorica drs. Lucia Thijssen, zal deze medaille krijgen en dat is de reden dat ik aanwezig mag zijn bij de huldiging. Zo'n Poolse plechtigheid lijkt me wel wat, dus hup! naar Dantzig.

De bijeenkomst is in de schitterende Artushof, de in de 17de eeuw door een Nederlander gebouwde zetel van Dantziger kooplieden. Als ik aan kom wandelen, zie ik meteen dat dit geen gewone plechtigheid is. Buiten staat een in een felrood pak gehulde ceremoniemeester, geheel volgens 17de eeuwse mode. Aan zijn voeten rode puntschoenen met zilveren gesp, om zijn nek de witte plooikraag die wij uit onze Gouden Eeuw kennen, op zijn hoofd een zwierige hoed met veer.

Binnen wordt het nog mooier: op het hellende podium zitten de burgemeester en leden van de gemeenteraad van Dantzig in 17de eeuwse lange fluwelen capes met goudborduursel. Op hun hoofd dragen ze blauwfluwelen Rembrandtbaretten. Middenvoor staat een soort troon waarop de twee gelauwerden, Lucia Thijssen en de Duitser Gerhard Nitschke, dadelijk mogen zitten. Daartegenover zitten op de eerste rijen van de zaal de vertegenwoordigers van de Dantziger gilden. Zij zijn gehuld in zwarte goudgebiesde schoudermantels en dragen om hun nek verzilverde ketens.

De Polen nemen deze plechtigheid zeer serieus. Voor mijn ogen ontrolt zich een traditioneel spektakel met hoorngeschal, kanonschoten uit een scheepsmodel en oude gezangen. Mooi toch, die eeuwenoude tradities.

Maar schijn bedriegt, want na afloop hoor ik dat de Adelbertmedaille drie jaar geleden werd ingesteld; de raadsleden dragen de 17de eeuwse kledij pas sinds 1997. ,,Wij hebben jarenlang in een grauwe, vormeloze wereld geleefd'', zegt een raadslid, ,,daarom hechten wij nu aan kleur en staatsie.'' Niet iedereen denkt er zo over: de socialistische raadsleden (oud-communisten) zijn tegen deze kostuums en zitten daarom achter op het podium in hun gewone pak.

Het is de voorzitter van de gemeenteraad, een vrouw, die de laudatio uitspreekt – in het Pools, zodat we er niets van verstaan. Duidelijk is wel dat Thijssen en Nitsche worden gehuldigd voor hun inzet voor de Pools-Nederlandse en Pools-Duitse betrekkingen. Luid, langdurig en vooral ritmisch applaus volgt. Bewonderaars brengen vele bossen bloemen, fotografen verdringen zich. In een lange optocht schrijden de laureaten en de raadsleden daarna de zaal uit, naar het copieuze buffet. Tot mijn verbijstering zijn de schalen binnen enkele minuten als door een zwerm sprinkhanen geheel kaalgegeten.

Ik raak in gesprek met de Duitse laureaat Nitschke, die bedrukt om zich heen kijkt. ,,Deze medaille krijg ik voor mijn inzet tegen nationalisme, maar met de oorlog in Kosovo lijkt het allemaal voor niets te zijn geweest'', zegt hij treurig. ,,Als 13-jarige heb ik in 1945 de verschrikkelijke etnische zuivering van Dantzig meegemaakt: binnen een paar maanden werden alle Duitsers, ook mijn familie, verdreven en namen Polen hun plaats in. Jarenlang heb ik er voor geijverd dat zoiets nooit meer gebeurt. En nu? Nu gebeurt precies hetzelfde in Kosovo.''

Hij schudt zijn hoofd. ,,Ons huis in Dantzig werd geplunderd en in brand gestoken, mijn moeder en tante voor mijn ogen verkracht, de mannen gedeporteerd, vrouwen en kinderen in treinen gepropt en het land uitgezet.''

Hij kijkt me wat hulpeloos aan. Dan zegt hij: ,,En toch ga ik door. Laten we daarop drinken!'' We lopen zoekend naar een glas de zaal door. Maar met de drank wist de sprinkhanenzwerm ook raad. De tafels zijn leeg.