Politiek correcte edelkitsch over jonge Orson Welles

Visueel spectaculaire films zonder al te veel diepgang, met hoofdrollen voor sympathieke underdogs, oogsten op het filmfestival van Cannes het meeste applaus.

Na ruim een week begint zich af te tekenen welke van de in Cannes gelanceerde films het komende jaar het gezicht zullen bepalen van de art-houseprogrammering. De grootste successen en de Oscarwinnaars van het nieuwe seizoen zijn doorgaans niet de winnaar van de Gouden Palm en andere terecht toegekende hoofdprijzen, maar de films die in Cannes het meeste applaus krijgen en het best verkocht worden, zoals vorig jaar La vita è bella. Ook nu kun je het succes voorspellen van gemakkelijk weghappende, energieke en visueel aantrekkelijke films over sympathieke underdogs.

Pedro Almodóvars Todo sobre mi madre over de warmbloedige zelfkant van Barcelona hengelt naar de hitstatus, maar ook de derde film als regisseur van acteur Tim Robbins, Cradle Will Rock. Het is de eerste van een aantal nieuwe speelfilms waarin de jonge Orson Welles ten tonele wordt gevoerd, maar hij is niet de echte hoofdpersoon. Welles regisseerde op 21-jarige leeftijd, in 1936, in opdracht van het Federal Theater Project, een werkverschaffingsinstantie voor werkloze acteurs, een brechtiaanse musical, The Cradle Will Rock, met een anti-kapitalistische strekking. Robbins reconstrueert die roemruchte episode uit de historie van de politiek geëngageerde cultuur in New York als een aantrekkelijke soufflé, een aangeklede backstage-musical met tal van sterren in de rol van beroemdheden. John Cusack is miljonair Nelson Rockefeller, die een muurschildering van Diego Rivera (Ruben Blades) laat vernietigen, omdat Lenin erop voorkomt; Susan Sarandon speelt de joodse cultureel attaché van Mussolini, we ontmoeten William Randolph Hearst alias Citizen Kane, Frida Kahlo, en op communisten jagende politici. Emily Watson speelt de ster van de musical, een dakloze aspirant-zangeres als zich voor de vakbondszaak inzettende prostituée. Het graaft allemaal niet erg diep, maar mede door het inventieve camerawerk van Jean-Yves Escoffier amuseert en ontroert Cradle Will Rock als politiek correcte edelkitsch, die zichzelf soms net iets te serieus neemt.

Nog meer applaus, zelfs tijdens de film, kreeg het in een bijprogramma vertoonde debuut van Jasmin Dizdar, Beautiful People. De regisseur is een in 1993 tot Brit genaturaliseerde Bosniër, die met gevoel voor absurde humor de West-Europeanen een spiegel voorhoudt. Vijf Bosnische vluchtelingen in Londen zetten in ballingschap de oorlog voort: een Kroaat en een Serviër vliegen elkaar aan in een dubbeldekker, een verkrachte moslimvrouw wil van haar baby af en een andere vluchteling wordt geschoffeerd door de conservatieve familie van zijn Engelse geliefde. Maar ook de autochtonen blijken te weten wat oorlog is, zoals blijkt uit de belevenissen van een echtpaar in scheiding, een terrorist uit Wales, een getraumatiseerde oorlogsverslaggever. De parallellen zijn soms wat gezocht, maar de boodschap komt duidelijk over en Beautiful People is een originele, puntig geschreven en soms hilarische tragikomedie, die door te neigen naar het karikaturale net iets meer blaft dan bijt.