München I

Sinds 29 september 1938 draaien discussies over oorlog en vrede in Europa altijd weer om hetzelfde: wordt dit een Sarajevo of een München? Anders gezegd: moet met veel diplomatie een wankele balans behouden blijven, of moet hier het kwaad met harde hand gestuit worden? Het zijn de twee lessen waarover we nog altijd praten, al is de werkelijkheid allang bezig met nieuwe onvoorstelbaarheden.

In het Londense Imperial War Museum ligt in een onopvallende zijvitrine het vliegticket waarop de Britse premier Neville Chamberlain naar München trok. Hitler had met oorlog gedreigd omwille van de `onderdrukte' Sudetenduitsers, en onder zware pressie offerde de Tsjechische president Beneš uiteindelijk een deel van zijn land op aan de Duitsers. De rest zou spoedig volgen.

In diezelfde vitrine ligt het beroemde papier waarmee Chamberlain zwaaiend weer thuiskwam: `Peace in our time!' Voor het eerst las ik de vier slappe zinnen van het akkoord: `...de wens om nooit meer tegen elkaar ten oorlog te gaan...', `...deze methode van consultatie wordt de wijze waarop we voortaan met problemen zullen omgaan...'

Tsjechië was opgeofferd, maar West-Europa bejubelde de vrede. De Nederlandse straten hingen vol vlaggen, een beeld dat zorgvuldig uit het nationale geheugen is weggeretoucheerd. De Franse president Daladier meende dat het publiek naar het vliegveld was gekomen om hem uit te fluiten. Hij was verbijsterd toen hij het gejuich hoorde. `Die mensen zijn gek', zei hij tegen zijn adjudant. Maar zo was het niet. Ze waren goedgelovig, onschuldig, zoals Europa toen nog was.