Kok hield de deur op een kier

Chic, slim en zorgvuldig, zo kwalificeren staatsrechtgeleerden de verklaring van premier Kok vannacht in de Eerste Kamer.

Onaanvaardbaar – dat hoge woord kwam vannacht om half twee niet over de lippen van de minister-president. In plaats daarvan legde hij een zorgvuldig opgestelde verklaring af om álle coalitiefracties in de Eerste Kamer ertoe te bewegen voor een wetsvoorstel te stemmen waarmee referenda mogelijk worden gemaakt. De verklaring was de dichtst mogelijke benadering van `onaanvaardbaar'. Waarom deze manoeuvre? Volgens staatsrechtvorsers is daar maar één reden voor: Kok moest de deur naar een oplossing op een kier kunnen houden. Met een onaanvaardbaar had hij die in het slot gegooid.

Hoogleraar staatsrecht D.J. Elzinga meent dat Kok met zijn verklaring zelfs verschíllende deuren open heeft willen houden. Op een van die deuren staat `debat over Bijlmerenquête', op een andere staat `tijdelijk rompkabinet PvdA-VVD'. Ook kan het bijzonder beraad dat Kok vandaag met het kabinet voert (en dat een al even zware lading heeft als het onaanvaardbaar), dienen als afkoeling voor de D66-ministers.

Want Kok was wellicht ongelukkig met de druk die de politiek leider van D66, De Graaf, op het debat had gezet. De Graaf had gesteld dat de democraten uit het kabinet zouden stappen als zelfs maar één Eerste-Kamerlid van de VVD tegen het referendum zou stemmen, ook als het D66-kroonjuweel door toedoen van bijvoorbeeld senator Bierman van de Groenen stuk zou vallen.

Met het houden van een bijzonder kabinetsberaad, denkt Elzinga, zou Kok druk kunnen uitoefenen op D66 om toch vooral in het kabinet te blijven zitten. Bijvoorbeeld met de belofte dat nog deze kabinetsperiode een nieuw wetsvoorstel voor het referendum naar de Tweede Kamer zal worden gezonden. ,,Had Kok het onaanvaardbaar uitgesproken'', aldus Elzinga, ,,dan was politiek beraad helemaal niet nodig geweest. Dan had Kok linea recta naar het staatshoofd kunnen gaan.''

Volgens de staatsrechtgeleerde is de belangrijkste overweging bij de verklaring van Kok geweest dat het kabinet daarmee aan de knoppen van het eigen voortbestaan blijft zitten. Bij het uitspreken van een onaanvaardbaar zou de nacht van 18 op 19 mei 1999 in de geschiedenisboeken gaan als de nacht waarop de Eerste Kamer de premier trotseerde en het kabinet naar huis stuurde. ,,Dan had vannacht `de nacht van Wiegel' geheten'', zegt Elzinga. Dat moet een gruwel zijn voor Kok.

Anderzijds was een `nacht van Wiegel' voor de PvdA volgens hem gunstig geweest bij het electorale zwartepietenspel dat aan de verkiezingen vooraf zal gaan. Wie immers breekt, betaalt, zo heeft ook de `nacht van Schmelzer' in oktober 1966 geleerd. Door het openhouden van de deur naar een oplossing heeft Kok het tegenstemmen van VVD-senatoren volgens de staatsrechtwatcher van de SGP, M. de Bruyne, makkelijk gemaakt. De keerzijde van de wil van het kabinet om de touwtjes in handen te houden, is dan dat de VVD bij de verkiezingen D66 de kabinetscrisis kan aanwrijven.

,,Dit is de mooiste crisis die ik ooit heb meegemaakt'', zegt De Bruyne, die regelmatig over staatsrecht publiceert. Volgens hem kón Kok het onaanvaardbaar eenvoudigweg niet uitspreken, omdat er niets onaanvaardbaars aan de hand was. Het ging vannacht immers niet langer om de zaak, het referendum, maar om de steun van de coalitiepartijen voor die zaak.

,,Een onaanvaardbaar wordt uitgesproken over het wel of niet aannemen van een wetsvoorstel'', legt De Bruyne uit, ,,maar op het moment dat Kok zijn overigens hele goede en mooie verklaring uitsprak was onduidelijk of het referendum het überhaupt zou halen, als ook de hele VVD-fractie in de Eerste Kamer vóór zou stemmen.'' Indien Kok het `onaanvaardbaar' had uitgesproken, dan had dat geslagen op stemgedrag van VVD-senatoren, niet op het al of niet aannemen van een wetsvoorstel. ,,Maar bij een individuele voor- of tegenstem past het `onaanvaardbaar' niet'', redeneert De Bruyne.

In plaats daarvan deed Kok een klemmend beroep op alledrie de fracties in de Eerste Kamer die bij de coalitie horen en te wijzen op de grote politieke gevolgen die individuele tegenstemmen zouden hebben. ,,Maar wat die gevolgen zijn wist Kok op dat moment niet'', verklaart hoogleraar staatsrecht A. Koekkoek van de Katholieke Universiteit Brabant.