Jackie Chan

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Jackie Chan, de superster van de Aziatische gevechtsfilm, die in `Who am I' van het Rotterdamse Nedloyd-gebouw glijdt.

Bijna was hij tot buitengewoon burger van de havenstad benoemt, want zijn komst naar het Filmfestival Rotterdam twee jaar geleden gaf ook de toenmalige burgervader Peper een licht opgewonden gevoel. Nederland was in de ban van Jackie Chan en Jackie Chan was in de ban van Nederland, want, zo beloofde hij, hij zou terugkomen om er een film op te nemen. First Strike (1996), de grootste kassakraker in de Hongkongse filmgeschiedenis, draaide in Pathé en na een kleine schare liefhebbers uit de culthoek, kon nu ook een groter publiek kennis maken met de immer goedgemutste Chan.

De kleine, mollige superster van de Aziatische gevechtsfilm, die een kinderlijk enthousiasme voor acrobatische gevechtskunsten en zorgvuldig gechoreografeerde stunts paart aan fysieke kracht en uithoudingsvermogen is al vergeleken met Buster Keaton en Harold Lloyd. Jackie Chan (Chan Kwon-Sang, Hong Kong, 7 april 1954) heeft zich op zijn beurt aan hen schatplichtig betoont meer schatplichtig in ieder geval dan aan de man in wiens voetsporen hij na ruim tien jaar aan het Chinese Opera Research Institute te zijn getraind in acrobatiek, mime en traditionele gevechtskunsten, werd geacht te treden: ,,My name is Jackie Chan. I do kung fu and not karate. And I am not Bruce Lee.''

Na aan een aantal films te hebben meegewerkt als stuntman wordt Little Tiger from Canton (1971) algemeen aangenomen als Chans acteerdebuut. Maar het duurt nog tot 1977 voordat hij met de kung fu parodie Half a Loaf of Kung Fu die kenmerkende stijl van actie en slapstick heeft ontwikkeld waarmee hij naam zal maken. Snake in the Eagle's Shadow (1978, zijn officiële regiedebuut) en Drunken Master (1978) katapulteren hem vervolgens naar het sterrendom en anno 1999 heeft Chan ruim zeventig films op zijn naam staan.

In 1987 formeerde Chan zijn eigen filmproductiemaatschappij Golden Way, waarmee hij de Hongkongse Golden Harvest filmstudio een stevige impuls gaf. Tegelijkertijd sloeg hij de kans af om naast Michael Douglas op te treden in Black Rain, omdat hij daarin een schurk zou moeten spelen en dat niet in overeenstemming vond met zijn positie als rolmodel voor kinderen.

En nu is er dan Who am I, Chans `Nederlandse' film, gemaakt voor zijn eerste Amerikaanse blockbuster Rush Hour en minder dolzinnig dan bijvoorbeeld Drunken Master II (1994) en Rumble in the Bronx (1996), maar onweerstaanbaar door het partijtje kung fu op klompen wat hij erin ten beste geeft. Chan voert al zijn stunts zelf uit en eist dat ook van zijn medespelers. Het brengt zijn toeschouwers in vervoering, zelf blijft hij er nogal laconiek onder, getuige een uitspraak in het Amerikaanse web-tijdschrift HotWired: ,,Do it! Rolling camera! Action! Jump! Boom! Ambulance! Hospital! Next Stuntman!''