In Indonesië heerst verkiezingskoorts

Met een soort carnaval is vandaag de officiële campagne begonnen voor de Indonesischeparlements- verkiezingen van 7 juni.

Een carnaval met praalwagens en duizenden mensen op ronkende motoren en alles wat zich op wielen kan voortbewegen, markeerde vanochtend in Jakarta het officiële begin van de campagne voor de parlementsverkiezingen op 7 juni. Sympathisanten van alle 48 politieke partijen die dingen naar de kiezersgunst verzamelden zich vanochtend rond het nationaal monument op het Vrijheidsplein, waar een loeiende sirene het startsein gaf voor de, volgens velen, eerste vrije democratische verkiezingen sinds veertig jaar in Indonesië. In alle grote steden hadden gelijktijdig gelijksoortige ceremonieën plaats.

In Jakarta werden de vrachtwagens van de regeringspartij Golkar door een menigte aangevallen en ontdaan van partijparafernalia. Tijdens de brooddronken optochten die de hele dag voortduurden door de hoofdstraten van de stad, was verder van het Golkar-geel geen spoor te bekennen. De straten in het centrum van Jakarta waren vandaag overwegend rood, de kleur van Megawati Soekarnoputri's `Strijdende PDI' die zich niet hield aan een formele afspraak tussen de deelnemende partijen om niet meer dan vijf vrachtwagens per partij naar het Vrijheidsplein te sturen.

Buiten het centrum van de hoofdstad was het ongewoon rustig. Veel winkels waren uit voorzorg gesloten, bussen reden nauwelijks en de meeste mensen bleven binnen uit angst voor ongeregeldheden. Verkiezingscampagnes in Indonesië hadden zelfs in de tijd dat oud-president Soeharto het voor het zeggen had, regelmatig een gewelddadig karakter, met bloedige botsingen tussen aanhangers van verschillende partijen. Velen vrezen dat dat gevaar alleen maar is toegenomen nu er zoveel partijen meedoen aan de verkiezingen.

Voor een deel is die vrees de afgelopen weken al bewaarheid: tijdens botsingen tussen aanhangers van verschillende partijen zijn, volgens het leger, tot nu toe al ten minste tien mensen om het leven gekomen. Gisteren nog kwam het tot ongeregeldheden in de stad Pekalongan in Midden-Java tussen duizenden aanhangers van twee rivaliserende moslimpartijen, de PPP en PKB. Veertien gebouwen en een auto gingen in vlammen op.

Uit vrees voor verkiezingsgeweld hebben veel buitenlanders en etnische Chinezen, die in het verleden meestal het doelwit werden van etnische rellen, Jakarta verlaten. Overal in de stad werd de afgelopen weken hekwerk en prikkeldraad aangebracht rond winkelcentra en banken, gebouwen die het vorig jaar moesten ontgelden tijdens de plunderingen in Jakarta rondom de val van Soeharto.

De verkiezingskoorts die heerst in Indonesië heeft vooral het dichtbevolkte Java in haar greep. Het hele eiland lijkt volgehangen met vlaggen en spandoeken in alle kleuren van de regenboog. Op radio en televisie maken partijen reclame, zijn politieke toespraken te zien, interviews met politici en, een novum voor Indonesië: debatten tussen presidentskandidaten. Critici merken echter op dat van veel inhoudelijke discussie weinig sprake is. Partijen hebben over het algemeen nauwelijks partijprogramma's en veel hangt af van de persoon van de partijleider.

Daarnaast wordt het verwarrend gevonden dat nu zoveel aandacht gaat naar mogelijke presidentskandidaten. Analisten wijzen erop dat in juni eerst een nieuw 500-koppig parlement gekozen moet worden. Indonesië kent geen directe presidentsverkiezingen. Wie straks in november wordt aangewezen als opvolger van president Habibie wordt uitgemaakt door het Volkscongres, dat bestaat uit de 500 leden van het parlement aangevuld met door de president benoemde vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen en afgevaardigden van provinciale besturen.

Een volgende regering zal naar verwachting bestaan uit een coalitie tussen verschillende partijen omdat het ernaar uitziet dat geen enkele partij een duidelijke meerderheid zal behalen. Vooruitlopend daarop hebben de leiders van de grootste oppositiepartijen deze week een akkoord gesloten met het doel te verhinderen dat Golkar straks wederom kan meeregeren. Het gaat hierbij om de `strijdende PDI' van Megawati Soekarnoputri, de Nationale Mandaatpartij (PAN) van moslimleider Amien Rais, en de Partij van het Nationale Bewustzijn (PKB) van Abdurrahman Wahid, die leiding geeft aan de grote moslimbeweging Nahdlatul Ulama. Deze beweging concurreerde altijd met de Muhammadiya waarvan Rais tot voor kort de aanvoerder was.

Het akkoord kwam tot stand daags nadat Golkar president Habibie naar voren had geschoven als presidentskandidaat. Opmerkelijk hierbij was de kennelijke verdeeldheid hierover binnen Golkar. De voorzitter van Golkar in het parlement, Marzuki Darusman, heeft bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat hij geen voorstander was van het naar voren schuiven van Habibie, omdat deze door velen in verband wordt gebracht met zijn vroegere beschermheer, oud-president Soeharto.

Het nieuw gevormde blok van oppositiepartijen kan volgens sommigen rekenen op 60 procent van de stemmen. Of dat percentage ook zal worden gehaald, is echter zeer de vraag. De coalitie lijkt vooral tijdelijk en om opportunistische redenen gevormd. De drie leiders zijn tegen `de krachten van de status quo', maar vervolgens hebben zij alle drie even grote ambities om zelf president te worden.