Het zat vast op Hans Wiegel, en op niemand anders

In de statige Eerste Kamer ontwikkelde zich vannacht de politieke crisis, waarvan uiteindelijk niet een `bende van vijf', noch een onafhankelijke senator, maar de politieke veteraan Hans Wiegel het eenzame middelpunt vormde.

,,Het zit vast op Hans'', had Neelie Kroes, echtgenote van minister Bram Peper (PvdA), de afgelopen dagen in kleine kring gezegd. Zoals het in een goed paars huwelijk betaamt, had zij haar VVD-netwerk niet ongebruikt gelaten om te horen hoe de stemming in de VVD-senaatsfractie lag – en of er wel op de juiste wijze en op de juiste plekken werd gemasseerd. Gisteren, aan het einde van de middag, verscheen zij op de publieke tribune van de Eerste Kamer, om het debat tot de allerlaatste minuut bij te wonen. Zou Hans Wiegel omgaan? Nee, Hans niet.

Bijna zestien uur eerder was het zwaarbeladen referendumdebat begonnen in de bedaagde atmosfeer die een senaat waardig is. Het leek nog te gaan over een juridisch ingewikkeld vraagstuk. Wetsartikelen werden tegen het licht gehouden. De ontwikkeling van de parlementaire democratie in de bijna afgelopen eeuw kreeg een behandeling in vogelvlucht. Een vraag hier, een compliment daar.

Tweeëneenhalf uur besteedde minister Peper vervolgens, tussen theetijd en dinerpauze, aan de beantwoording van de Kamer. De minister sprak ontspannen, soms geestig, bespiegelend aan het begin, bevlogen aan het slot. De bewindsman wilde wel toegeven dat het voorgestelde referendum ,,een compromis met een hoog poldermodel-gehalte'' was, maar ,,dat het betere niet de vijand van het goede moest worden''. Van spanning was weinig zichtbaar, ook niet van de zijde van de vijf VVD-senatoren die het referendumplan dreigden te verwerpen. Ze lazen een krant, ze strekten de benen voor een ommetje over het rode senaatstapijt.

Toen toch opeens. De avond was al flink op streek, diverse senatoren hadden de regering al beleefd dank gezegd voor haar beantwoording in eerste termijn. Senator Wiegel, de woordvoerder van de VVD-fractie, tevens een van haar dissidenten, had zijn tweede betoog van de dag afgerond met een mild geformuleerde, korte mededeling over ,,enkele leden van mijn fractie die principiële bezwaren blijven houden''. Waarna senator Bierman (Groenen, provinciale lijsten) naar voren trad en ex cathedra aankondigde dat het kabinet mocht rekenen op zijn stem vóór invoering van het referendum. Het gezicht van Wiegel verstrakte enkele ogenblikken, gevolgd door een bovengemiddeld brede glimlach. Hier leek een politieke taxatie te worden gemaakt. Maar welke?

Senator Bierman had in ieder geval iets uit te leggen, zoveel was zeker. Doordrongen van het feit dat zijn stem onmisbaar was voor het behalen van een tweederde meerderheid had hij vooraf enkele zware eisen gesteld. Minister Peper had hem in het debat met vrijwel lege handen laten staan. Waarom dan nu aankondigen voor te stemmen?

In de antichambre van de Eerste Kamer, tijdens een schorsing, lichtte Bierman toe dat hij uiteindelijk weigerde de geschiedenis in te gaan als ,,die ene senator van die eenmansfractie'' die in 1999 het referendum om zeep heeft geholpen. En als één of meer VVD'ers meenden tegen te moeten stemmen, dan moesten zij die verantwoordelijheid maar helemaal alleen dragen, zo redeneerde Bierman.

Het was een politieke calculatie die van zwaarder gewicht zou blijken dan hij op dat moment nog kon beseffen. ,,Wij gaan met z'n vieren tegen stemmen'', fluisterde een der bezwaarde VVD-senatoren nog strijdlustig in de wandelgang, op weg naar het antwoord in tweede termijn van minister Peper. Vier VVD'ers tégen — daarbij zou één dwarse `Groene' senator in het niet vallen.

Maar het bleven er geen vier.

Het antwoord van minister Peper was even lang als onwezenlijk. Weinigen in de senaatsbankjes en op de publieke tribunes waren nog met het hoofd bij een zwaarwichtig betoog over een referendum dat er toch niet zou komen. De afloop van het debat stond de facto vast. Maar onvoorspelbaar bleef hóe de feiten zich zouden ontwikkelen.

Tegen middernacht bewoog zich een nerveuze optocht over het Binnenhof. Vergezeld door cameraploegen, in het felle witte licht van televisielampen, maakte VVD-leider Dijkstal de oversteek van Tweede Kamer naar Eerste Kamer. Het verschafte hem een theatrale entree: als de `coalitie-politie' die orde op zaken kwam stellen.

Na een eerder optreden in de senaatsfractie, ruim drie weken geleden, was het de allereerste rechtstreekse interventie die Dijkstal bij zijn `collega's aan de overzijde' pleegde. Tot dan toe had hij de regie gevoerd via zijn collega-fractieleider in de Eerste Kamer, Ginjaar, die eerder op de dag diverse malen het Binnenhof richting Tweede Kamer was overgestoken voor crisisberaad.

Tegelijk met Dijkstal was, veel minder opvallend, premier Kok het gebouw van de Eerste Kamer binnengekomen. In de ministerskamer wachtte de premier geduldig de hervatting van het debat af. Dijkstal hield intussen in de VVD-senaatsfractie een vlammend betoog waarin hij zei wat moest worden gezegd, maar wat voor niemand nog enig nieuws bevatte: één enkele tegenstem van een VVD-senator zou het absoluut ongewenste einde betekenen van de tweede paarse coalitie, met alle risico's van dien. De senatoren hoorden het aan. Er waren wat vragen over mogelijke scenario's. Verder geen discussie.

Waarna het woord was aan de minister-president in de plenaire zaal. Hij sprak kort, in een betoog waarmee hij een nieuwe dimensie toevoegde aan het staatsrechtelijk geladen begrip `machtswoord'. Het was een half machtswoord. Het klassieke `onaanvaardbaar' kwam niet over zijn lippen. Hij zei dat verwerping van het referendum de ,,ruimte'' voor het kabinet ,,zeer ernstig zou aantasten''. Hij kondigde aan dat het kabinet pas morgen bijeen zou komen voor ,,politiek beraad''.

Hier stond een premier die wel veel, maar niet in één keer alles op het spel wilde zetten. Hij wist dat hij lastige VVD-senatoren — ook al zouden het er nog maar één of twee zijn — met power play nog verder de gordijnen in zou jagen. Hij wilde D66 ruimte bieden voor bezinning en misschien zelfs ruimte zoeken om de rest van zijn kabinet nog ter reparatie aan de koningin aan te bieden — al was het maar voor tijdelijk.

De ontknoping volgde na de derde, nu nachtelijke schorsing. Senaatsfractieleider Ginjaar kondigde aan dat uiteindelijk één VVD-senator tegen zou stemmen. ,,Het zit vast op Hans'', wist Neelie Peper-Kroes, die inmiddels van de tribune was afgedaald en achterin de senaatszaal de beraadslagingen volgde in gezelschap van minister Pronk en staatssecretaris Cohen. Bij het afroepen der namen bleef voor veel andere aanwezigen de spanning er nog even in. Maar bij de W van Wiegel aangekomen, bleef er niets meer te raden over. Tegen!

Het referendumdebat werd op hamerslag van de voorzitter overgenomen door een kluwen televisie- en fotocamera's, waarvan Wiegel het eenzame maar zelfverkozen middelpunt vormde. In de belendende wandelgangen begon een koortsachtige nabeschouwing, waarin politieke verklaringen en taxaties over elkaar heen buitelden. De fractieleiders van CDA en GroenLinks in de Tweede Kamer, De Hoop Scheffer en Rosenmöller, hadden zich inmiddels in senaatkringen begeven, evenals diverse andere leden van de Tweede Kamer.

VVD-senatoren vertelden vrijuit dat collega Verbeek na het antwoord van minister Peper als eerste zijn verzet had gestaakt. Hij wilde niet de indruk wekken dat hij zou handelen uit rancune, omdat hij op de kandidatenlijst voor de nieuwe Eerste Kamer was gepasseerd door een prominente partijgenoot uit Rotterdam. Heijne Makkreel en Van Graafeiland bonden in na de oproep van de minister-president. Zij wilden uiteindelijk geen medeverantwoordelijkheid dragen voor een kabinetscrisis.

Van Eekelen was de laatste die overstag ging. Hij keerde na de interventie van premier Kok in de fractiekamer terug met het vaste voornemen niet te wijken van de zijde van Wiegel. Maar fractiegenoten en Wiegel zelf overtuigden Van Eekelen ervan dat hij rustig voor de grondwetswijziging zou kunnen stemmen, omdat het - door de onwrikbare stellingname van Wiegel — in de praktijk toch niets meer zou uitmaken. Bovendien, zo werd in de VVD-fractie wel geredeneerd, zou D66 misschien toch nog inbinden en geen crisis forceren als de schade tot één VVD'er beperkt bleef. Het zou een laatste strohalm voor het kabinet kunnen zijn.

Senator Bierman, geflankeerd door ex-PvdA'er Jan Nagel, de oprichter van de nieuwe partij Leefbaar Nederland, toonde zich opgelucht. ,,Net op tijd droge voeten gehaald'', vatte hij zijn positie samen. Hij had het Wiegel al horen zeggen: `Door Bierman was het sowieso al misgelopen met dat referendum, dus D66 moet niet zeuren.'

Nee, uiteindelijk zat het vast op Wiegel. En op niemand anders.