Zwarte balk

Zelden is de moed van een voetbaltrainer met zoveel ondankbaarheid beloond als die van Leo Beenhakker op het kampioensfeest van Feyenoord. Koud nadat de trainer van Feyenoord de feestende aanhang van zijn club op zondag 25 april van het Rotterdamse stadhuisbordes op de Coolsingel had opgeroepen zijn burgerzin te bewaren en zijn hoofd niet te verliezen, ontaardde de huldiging in een massale vechtpartij die de binnenstad van Rotterdam in enkele uren tijds in een puinhoop van glasscherven veranderde. De Volkskrant en het Rotterdams Dagblad publiceerden de volgende dag een foto, waarop twee in het nauw gedreven agenten hun pistool richtten op een menigte relschoppers die kennelijk niet beducht waren voor de sterke arm van de overheid. De foto was gemaakt vlak voordat de agenten met scherp zouden schieten en drie relschoppers zouden raken.

De op de foto herkenbare agenten zijn, aldus een verklaring van de Rotterdamse burgemeester Opstelten in het Algemeen Dagblad van 14 mei, intussen door represailles bedreigd. Volgens Opstelten hebben de relschoppers hun namen en afbeeldingen op Internet gezet met de oproep wraak te nemen. Afgaande op de ervaring van de Engelse politie, die steeds meer met terreuracties op Internet te stellen krijgt, heeft de Rotterdamse burgemeester en korpsbeheerder gerede aanleiding de oproep op Internet serieus te nemen. De Rotterdamse politie heeft de bedreigde agenten voorlopig geadviseerd even onder water te gaan. In het Rotterdams Dagblad van jongstleden zaterdag verklaarde een woordvoerder van de politie weliswaar dat de soep niet zo heet gegeten wordt als zij door de burgemeester is opgediend, maar dat doet aan de ernst van de intimidatie niets af. Alle kranten die negatief over de voetbalverrichtingen van Feyenoord schrijven kunnen daar trouwens van meepraten. De afdeling Intimidatie van het hooligans-legioen spelt op Internet alles wat over de club geschreven wordt en stuurt regelmatig handlangers van de sectie Mind Control op de media af met het oogmerk de boosdoeners al dan niet met dreigementen in het gareel te brengen.

Het is zaak die intimidatiepraktijken niet te onderschatten. De hooligans die zich op gezette tijden in voetbalstadions en bedaarde stadswijken als wilde beesten op de politie werpen, zijn geen verre neefjes of politieke nazaten van de provo`s, die in de jaren zestig agentje pestend het gewapende gezag op de kast joegen. Hooligans zijn ander volk. Het is er niet op uit de politie in hogere humor op te voeden, maar van de straat te verdrijven.

Het organiserend principe achter hun optreden is de GSM-technologie, die een wendbare en ongrijpbare tactiek mogelijk maakt waarop de politie nog maar weinig vat heeft. Aldus gewapend maken deze paramilitaire supportersformaties de stadionbuurten onveilig, met het steeds minder verborgen oogmerk grootschalige confrontaties met de politie uit te lokken. Uit de officiële reacties valt op te maken dat die mobiele telefoon-gangs de politie boven het hoofd beginnen te groeien.

De escalerende fysieke agressie op straat waarmee de politie meer en meer te maken krijgt (niet alleen van hooligans) is de laatste jaren onmiskenbaar verhard. Een deel van de politie dreigt daardoor gedemoraliseerd te raken. Steeds meer agenten uit de politiekorpsen in de grote steden vragen overplaatsing uit de straatdienst naar bureaufuncties of solliciteren naar elders (provincie). Het is daarom wel te billijken dat de Rotterdamse burgemeester alle hens aan dek roept om te waarschuwen tegen de doordeweekse terreur die de relschoppers buiten de voetbalstadions uitoefenen. Maar niet alle oplossingen die hij daarvoor aandraagt zijn even geslaagd.

Opstelten wil met de media een `open gesprek' voeren over een zekere terughoudendheid van de persfotografie bij rellen als die van 25 april. Over televisiebeelden heeft hij niet gerept, maar als hij consequent is, kan hij die niet buiten schot laten. Omdat agenten wegens het gevaar voor represailles hun werk niet meer zouden kunnen doen als ze open en bloot gefilmd of gefotografeerd worden, wil Opstelten hun herkenbaarheid op persfoto's verminderen. De oplossing waaraan hij denkt is een zwarte balk over de gezichten van politieagenten op foto`s. Op het eerste gezicht is dat geen buitenaards voorbeeld. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad verbergen op foto's wel het gezicht van iemand die verdacht wordt van een misdrijf, maar wiens schuld nog moet worden bewezen (Andere kranten plaatsen zulke foto's in de regel niet).

De zwarte balk is echter geen oplossing voor het probleem van Opstelten. De Rotterdamse burgemeester moet die balk uit zijn hoofd zetten en de persvrijheid ongemoeid laten. Opstelten wil dat de overheid en de media samen de misdaad bestrijden, maar dat is niet de taak van de media. De Rotterdamse stadstelevisie neemt een principieel juist standpunt in die kwestie in. Zij staat geen filmopnames van straatrellen aan de politie af omdat zij geen verlengstuk van de sterke arm van de staat is. Inwilliging van dergelijke verzoeken van de politie zou de grondwettelijke persvrijheid ondergraven. Binnen de kortste keren zou de overheid dan het fotobeleid van redacties bepalen. Daar komt nog bij dat de pers, die coalitiepartij wordt in een samenwerkingsverband met de overheid, zichzelf de vrijheid ontneemt om de politie op de vingers te kijken. De persvrijheid dient er immers ook toe te controleren of de politie de haar gegeven macht uitoefent in overeenstemming met de heersende rechtsbeginselen.

Opstelten moet in Den Haag zijn om meer mankracht en miljoenen te eisen om de politie in staat te stellen de maatschappij tegen de vulgaire gewelddadigheid rondom de stadions te beschermen. Daarvoor zal hij het kwaad bij de wortel moeten aanpakken: bij de raddraaiers die zijn stadscentrum naar de vernieling hebben geholpen.