`Woninghausse gevaar economie'

De sterk gestegen huizenprijzen vormen een risico voor de Nederlandse economie. Dit schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar halfjaarlijkse Economic Outlook. De stijging sinds 1990 heeft de prijzen van woningen, gecorrigeerd voor inflatie, dichtbij de piek gebracht die de huizenprijzen aan het eind van de jaren zeventig doormaakten. De waardestijging van huizen heeft de toename van de particuliere consumptie opgeschroefd en is daarmee een pijler onder de gunstige economische prestaties in Nederland. Maar tegelijkertijd is door de financiering van het woningbezit de uitstaande schuld van Nederlanders, als deel van hun besteedbaar inkomen, fors toegenomen.

Nederlandse huishoudens zijn daardoor gevoeliger geworden voor prijsschokken in de huizenmarkt. Een afvlakking van de huizenprijzen zal geleidelijk aan de invloed van de vermogensgroei op de consumptieve bestedingen doen afnemen. En een daling van de huizenprijzen kan schdelijke effecten hebben op de bestedingen en de economische groei. De ramingen van de OESO voor de Nederlandse economie zijn goeddeels in lijn met die van andere internationale orgnaisaties, zoals het Internationale Monetaire Fonds. De OESO voorziet voor dit jaar een economische groei van 2,2 procent en volgend jaar 2,4 procent. De inflatieraming van de OESO wijkt echter fors af van de taxatie van het Centraal Planbureau die het kabinet hanteert. Het CPB houdt het in de recente Macro-Economische Verkenningen (MEV) voor dit jaar op een inflatie van 1,25 procent, de OESO gaat uit van 1,9 procent. Met name hogere invoerprijzen zijn daar verantwoordelijk voor.

Al valt de economische groei terug, de spanning op de arbeidsmarkt blijft groot. Loonstijgingen zullen de komende jaren afvlakken, omdat de sociale premies niet verder stijgen. De OESO verwacht voor dit jaar een Nederlands begrotingstekort van 1,4 procent. Dat is lager dan de 1,7 procent waarvan minister Zalm (Financiën) uitgaat en waarop de begrotingsbesprekingen zich nu concentreren.

OESOpagina 17