Willy Voet opent boekje over gedrogeerde peloton

Willy Voet hangt een gevangenisstraf van vijf jaar boven het hoofd. In zijn vandaag verschenen boek Massacre à la Chaîne vertelt de verzorger over de dopingpraktijken in de wielerkaravaan. `Iedereen is gedrogeerd.'

Hij injecteerde zelfs urine, om de controle te foppen. Vandaag ligt het in de Parijse winkels: het boekje dat oud-wielersoigneur Willy Voet opendoet over het wielerpeloton. Ze zijn voor negentig procent gedrogeerd, met hulp van medische kennis en apparatuur en de plas van helpers om de controle te ontduiken. Ook dat loopt soms mis, want de vermoeide zorgslaven vergeten nog wel eens dat ze zelf ook verslaafd zijn aan kunstkracht uit een buisje.

Massacre à la Chaîne, slachting aan de lopende band (uitg. Calmann-Lévy), betekent natuurlijk ook `massale kettingdood'. De renners trekken aan de ketting die hen ketent, woordspelingen genoeg. Tot de dood er op volgt. Het wielrennen is een krankzinnige jacht op geld en roem geworden, schrijft de man die sinds 1972 alles heeft meegedaan en gezien. ,,Denken Killy, Hinault en Leblanc dat het publiek op zijn achterhoofd is gevallen?'', noteert de gevallen soigneur in de gevangenis, als hij met verbijstering ziet hoe de directeuren en een van de vorige tophelden van de Tour de France zich op de televisie vrijpleiten. ,,Alsof zij niet weten dat iedereen gedrogeerd is.''

Willy Voet wist dat het uur van de waarheid gekomen was, toen hij vorig jaar op weg naar de Tour-opening in Ierland 's morgens op een grensweggetje werd aangehouden door de Franse douane. Zijn auto zat bomvol met EPO en andere opfokkende en maskerende middelen waar hij weer een ronde lang de Festina-ploeg mee draaiend moest houden. De rel was explosief. Richard Virenque, meervoudig winnaar van het bergklassement in de Tour de France en held van Festina, ontkent tot de dag van vandaag. Virenque, die zo geobsedeerd was dat hij dacht dat de rechter hem `dealer' noemde, terwijl de magistraat hem alleen maar eerde door hem als `leader' van het peloton te schetsen. Vorige week nog beschuldigde Virenque Voet voor de rechter er van `een klein dealertje' te zijn. Willy Voet wilde hem aanvliegen.

In het boek legt hij aan de hand van jaren wielerpraktijk achter de schermen uit waarom. Virenque liet zich niet alleen spullen toedienen, hij drong er bij Voet op aan meer te doen om zijn winstkansen te vergroten. De twee werden zo onafscheidelijk dat Voet alles hoorde en wist van de renner, zelfs zijn grote zorg: ,,Willy, is dit allemaal wel goed voor mijn lichaam?''

Het peloton groeide mee met de wetenschap en vooral met de dealers. Naarmate de stimulerende middelen sterker werden, moesten grotere listen worden verzonnen. Leve de echtgenote van een Belgische coureur die flauw viel tijdens de dopingcontrole na een etappe. Zij moest de keuringscaravan in worden gedragen. Haar plas was niet positief. Later werd het systeem verfijnd, met een zakje in de anus geplaatst en een behaard buisje onder het natuurlijke afvoerkanaal. Later gaven de chemische `afdekmiddelen' het peloton een vals gevoel van veiligheid.

Voet legt uit waarom Bert Oosterbosch in 1982 de Grote Prijs der Naties zo goed reed. Uit een vrij hopeloze positie wist hij op te rukken en als vierde te eindigen, achter Hinault. Niet vanwege zijn superieur tactisch inzicht, zoals men schreef, maar omdat hij Synacten had ingespoten. Het middel werkte wat laat, maar probaat toen het zijn volle effect sorteerde, aldus Voet over de opkomst van het echte dopetijdperk in de wielrennerij.

Hij heeft meer Nederlandse renners op het oog. Zoals hij gisteren in NOS Studio Sport vertelde: ,,Nederlanders zijn ook mensen die de sport op een hoger niveau willen brengen. Alle renners en verzorgers die ontkennen EPO te gebruiken zijn leugenaars.'' Voet somt de renners op die onnatuurlijk vroeg zijn gestorven. Oosterbosch was 32, Draaijer 27, Connie Meijer 25. Meestal gaat het goed, met beperkingen: ,,Doping kan ook verkeerd uitpakken. Zo hielp ik in de Tour van 1985 de Ierse wielrenner Sean Kelly aan een verboden produkt. Hij verspeelde die dag door mijn schuld kostbare minuten voor de gele trui. Anders had hij misschien wel de Tour kunnen winnen.''

Willy Voet weet het, hij is een getekend en een geketend man. Hij mag Frankrijk niet verlaten, moet zich iedere week bij de politie melden. Hem hangt vijf jaar gevangenis boven het hoofd. Maar zijn geweten is opgelucht. De dokter en de ploegleider, ieder draagt zijn eigen verantwoordelijkheid. Voet hoeft niet meer achter het stuur te stappen met een `pot belge' in zijn lijf, een cocktail van amfetamine, cocaine en heroïne, om twaalf uur achter elkaar te kunnen rijden. Om zijn jongens een wedstrijd fietsen te laten winnen.