Suzy Q

Amsterdam-Zuid, 1967. Vader speelt kruidenier-aan-huis, moeder leest Krishnamurti en de puberdochter draagt op het balkon voor uit Ik, Jan Cremer. De ene zoon is geobsedeerd door z'n gitaar, de andere door het buurmeisje. Dat kan niet goed gaan. Het gaat ook mis, maar dat duurt wel even.

Aanvankelijk oogt het gezin uit Suzy Q alleen maar vreemd. Alleen: sinds Abel is de Nederlandse film zó rijk aan huiselijk absurdisme dat zelfs het vreemde er vertrouwd uitziet. Cameraman Menno Westendorp, bekend van zijn werk voor Lodewijk Crijns, goochelt met lenzen en licht en verandert het interieur in een poppenhuis met zuurstokkleuren. Het ziet er raar uit, maar – zo lijkt het – daar blijft het bij.

Geleidelijk verschuift het stijlfeestje echter naar een wrang familiedrama. Frouke Fokkema blijkt dan een heel mooi scenario te hebben geschreven voor deze telefilm, en regisseur Martin Koolhoven heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. Net als haar hoofdpersoon Suzy schijnt Fokkema ooit doorgedrongen te zijn tot de hotelkamer van Mick Jagger en Marianne Faithfull. Of Mick ook bij haar afknapte op het blauwe gymnastiekbroekje is onbekend. Zeker is dat Suzy's teleurstellende bezoek aan haar idool de opmaat vormt voor steeds groter onheil.

Hoofdrolspeelster Carice van Houten – ze viel al op in de tv-serie Labyrinth en we gaan ongetwijfeld nog veel van haar horen – toont steeds meer berusting op haar onschuldige gezicht. Wat begon als absurdisme, grijpt steeds meer naar de strot. De vroegrijpe kinderen, de onthechte ouders, de dreiging van incest en geweld; Suzy Q wordt net zo beklemmend als de Ian McEwan-verfilming The Cement Garden. Zo fijn is het niet, zo'n alternatieve opvoeding. Met een jointje in de auto verzucht Suzy tegen haar broer dat ze zou wensen dat alles normaal was. Om er retorisch aan toe te voegen: ,,Maar ja, wat is normaal?''

Suzy Q (Martin Koolhoven, 1999, Nederland), Ned.3, 20.23-22.00u.