Ruggenprik

Het is niet voor het eerst dat een deskundige zich verzet tegen vooruitgang in de geneeskunde. Betreffende pijnbestrijding schaart Mariël Croon, verloskundige, zich in de lange rij van medisch beoefenaars in Nederland die tegen pijnbestrijding zijn (NRC Handelsblad, 4 mei). Dit altijd onder het verkondigen van het volledig irrelevante feit dat het tot nu toe ook zonder ging. Telkens weer worden de kosten van pijnbestrijding belangrijker gevonden en de heilzame werking teniet gesproken. Historisch gezien hebben patiënten daardoor onnodig geleden.

Een epidurale techniek van baringspijnbestrijding kan tegenwoordig zo fijntjes dat de aanstaande moeder gewoon rond kan lopen. De `lopende epiduraals' heet dat in ons omringende landen. Men houdt de bevallende vrouw zeer nauwlettend in de gaten. Het is een rechtstreekse leugen om te beweren dat op deze manier behandelde vrouwen in de steek gelaten zijn. Zou het juist niet andersom zijn: depressies na de bevalling als reactie op de machteloosheid tegen de golven van pijn tijdens de weeën en onuitwisbare angst voor de eerstvolgende wee?

Om het kabinetsbeleid als een factor te noemen tegen adequate zorg tijdens de bevalling, zonodig inclusief bestrijding van pijn, is onwijs. Wat heeft het beleid van een minister te maken met, soms voorkomend, ernstige pijn tijdens het baren? Nog kortzichtiger is het om te stellen dat verzekeringstechnische motieven een rol spelen tegen adequate en tijdige aanpak van pijn tijdens de bevalling. In een gecultiveerd en rijk land moet men deze factoren niet zwaarder laten wegen dan de interesse van de toekomstige moeder en haar kinderen. Het goedpraten van welke pijn dan ook is onethisch. Een patiënt onnodig pijn te laten lijden is schadelijk voor lichaam en geest.

Het is ook heel ondeskundig van mevrouw Croon om zich meningen, kennis en inzicht van het specialisme anesthesiologie aan te meten. Zij had beter bij haar leest moeten blijven. Het zijn namelijk anesthesiologen die kennis over pijn en over de noodzaak van het bestrijden daarvan ontwikkeld hebben. In de heelkundige sector van de geneeskunde werken anesthesiologen en chirurgen samen om schadelijke gevolgen van pijn te voorkomen. Het blijkt dat de verloskunde te zeer achterloopt. Het zijn vaak mannen in die branche die de noodzaak van het bestrijden van baringspijn veronachtzamen. Dat mevrouw Croon verkiest ook zo'n houding aan te nemen is heel ongevoelig en ruikt naar machtsmisbruik tegenover bevallenden. Die bevallenden hebben deskundige begeleiding nodig in pijnbestrijding, en niet in het goedpraten van hun pijn.

Inzichten tegen ruggenprikken van mevrouw Croon zullen geen stand houden. Zoals het op niveau brengen van anesthesie omtrent heelkundige verrichtingen zou ook ontwikkelde bestrijding van barenspijn plaatsvinden. Haar inzichten zijn heel zichtbaar een vals profetisme. Eigentijdse vrouwelijke artsen verkiezen reeds lang voor een hospitale bevalling en indien nodig voor een ruggenprik. Met deze verkiezing gooien zij bepaald geen cultuurgoed weg.