Politie wil jongeren in probleembuurten opzoeken

De politie moet duidelijker aanwezig zijn op straat. Dat wil het kabinet. Maar moet de politie al niet veel eerder geweld op straat voorkomen?

Meer blauw op straat is prachtig, en beter blauw is nog mooier, maar het is onbetaalbaar en het levert niets op. Criminelen laten zich niet afschrikken. Vijftig meter vóór de sureveillance en vijftig meter erachter gaan ze toch hun gang met hun vooropgezette plan. Dat zegt de Rotterdamse districtschef Theo Prenen over de plannen van de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie om te zorgen dat de politie in de ogen van het publiek duidelijker aanwezig is.

Prenen is van mening dat de strijd tegen onveiligheid en criminaliteit niet de verantwoordelijkheid van de politie alleen is. Opsporen en voorkomen blijven noodzakelijk, maar de politie zou samen met anderen ook meer `pro-actief' te werk moeten gaan.

In samenwerking met de politie begint de gemeente Rotterdam komend najaaar in het Oude Noorden bij de Bergweg met een project waarbij jongeren geholpen worden ,,terug te keren op het goede spoor of dat ten minste te leren kennen''. Het idee is afkomstig uit de Verenigde Staten, waar in een stad als Baltimore een derde van de jeugd in ernstig verwaarloosde buurten woont. Prenen: ,,Je ziet daar dat celstraf of andere straffen geen afdoende oplossing bieden voor geweldsmisdrijven. Je treft er veel onvolledige gezinnen, hoge werkloosheid, drugsgebruik en drugshandel. Het merendeel van de inkomsten is afkomstig uit de misdaad. Kinderen lopen daar een grote kans dat zij als slachtoffer of als dader al heel vroeg bij die criminaliteit betrokken raken en er moeilijk van loskomen.''

Opbouwwerkers, vrijwilligers, sportinstructeurs, sponsors en de politie proberen in Baltimore en in andere Amerikaanse steden de criminaliteit onder jongeren mede te bestrijden met opvang. En waar dat gebeurt loopt de criminaliteit beduidend terug. Het is vaak voor het eerst dat jongeren door deze activiteiten en inspanningen kennis maken met begrippen als integriteit, verantwoordelijkheid, teamgeest.

Districtschef Prenen: ,,Je kweekt op die manier ook meer begrip voor gezag. Dat willen we hier ook bescheiden gaan doen. Regels stellen en aan de jongeren in probleemwijken uitleggen waarom je die regels ook moet handhaven. Dat doe je al meteen in eigen kring door in die jeugdcentra ook regels te stellen: eerst betere prestaties op school, dan pas de uitjes.''

In 27 jeugdcentra in Baltimore, waar Prenen onlangs met een delegatie uit Rotterdam is gaan kijken, wordt voor jongeren van zeven tot zeventien jaar 's middags van twee tot vijf uur huiswerkbegeleiding gegeven. Ook kunnen ze daar sporten en deelnemen aan kunst-en cultuuractiviteiten. In de schoolvakanties zijn de centra de gehele dag open.

Naast een maatschappelijk werker, instructeurs en vrijwilligers waaronder ook ouders, zijn aan ieder centrum twee politieagenten verbonden. Zij doen mee met sporten en zij worden ingezet voor cursussen `karaktervorming'. Zij zeggen zo een veel beter inzicht te krijgen in de wijk waar ze werken.

,,Terug naar de kerntaken – wat de politieke leiding wil – is natuurlijk prachtig, maar wij moeten als politie ook een stap naar voren durven doen. Het is belangrijk dat de jongeren ons op hun weg vinden. Wij kunnen proberen om ze te motiveren. Je trekt je hun lot aan en je investeert in ze. Wederzijds raak je beter bekend. Een agent is toch iemand anders dan een opbouwwerker'', meent Prenen.

Hij verwacht dat de korpsleiding zal instemmen met het experiment in het Oude Noorden. Wordt het net als in Baltimore een succes, dan kunnen er nog meer centra worden opgezet. Het is noodzakelijk dat de gezagsrol een duidelijker accent krijgt. Meer blauw op straat mag dan werken op ,,een grotere gevoelsbelevenis van veiligheid'', maar daarmee los je volgens Prenen de criminaliteit niet op noch het opsporen ervan. Functioneel toezicht van onder meer de politie is vooral nodig. De nieuwe jeugdcentra kunnen daartoe bijdragen.

Hoogleraar politierecht J.Naeyé van de Vrije Universiteit in Amsterdam vindt het weliswaar een sympathiek idee, maar hij ziet het niet direct als een taak voor de politie om een actieve rol in jeugdcentra te gaan spelen. ,,Agenten kunnen lesgeven, af en toe langskomen, maar ik zie liever een andere zichtbaarheid van hen in de wijk. De politie moet bovenal het overwicht in de publieke ruimtes terugwinnen. Meer blauw is een oude discussie die met weinig precisie wordt gevoerd'', aldus Naeyé.

Hij pleit ervoor de solo-surveillance weer in te voeren. ,,Dan verdubbel je de zichtbaarheid. Bovendien is er dan minder gelegenheid om met elkaar te praten en kan de blik verruimd worden. Ook is de agent of agente direct met de eigen doelstellingen bezig. Uit onderzoek is niet gebleken dat solo-surveillance onveiliger zou zijn. De kwaliteit van het contact met het publiek neemt toe. En de veiligheidssituatie is beter te beheersen, omdat de agent in kwestie meer eigen afwegingen moet maken en zorgvuldiger moet omgaan met procedures. Op die manier kijken ze meer gericht in hun wijk rond en zijn ze zich beter bewust waarom dat werk op straat zo belangrijk is. Aandacht voor de probleemjeugd is er dan vanzelf'', aldus Naeyé.