Ondernemen

Dit is de tijd van de aflopende mini-ondernemingen.

Ik besef dat dit een mysterieuze beginzin is voor mensen die geen kinderen in het beroepsonderwijs hebben. Zij kunnen rustig thuisblijven, onwetend van de bikkelharde kennismaking van hun kinderen met de praktijk van het vrije ondernemerschap.

Mini-ondernemingen zijn heuse bedrijfjes die schooljongeren gedurende een jaar opzetten en runnen onder begeleiding van professionele adviseurs. Zij verwerven hun eigen bedrijfskapitaal door de verkoop van aandelen, en aan het einde van het schooljaar wordt de balans opgemaakt en de mini-onderneming ontbonden.

Omdat mijn dochter tot zo'n onderneming was toegetreden, vond ik mezelf gisteravond voor het eerst van mijn leven terug als deelnemer aan een aandeelhoudersvergadering. Jonge ouders hoor je wel eens veronderstellen `dat ze weer aan zichzelf zullen toekomen als ze uit de kleine kinderen zijn'. Dit is een misvatting. Vader of moeder ben je voor de rest van je leven – daar is geen ontkomen aan. Dit klinkt als een waarschuwing, en dat is het ook.

Zo'n mini-onderneming is een uiterst leerzame imitatie van het gewone zakenleven. Zo stonden ze – de mini-ondernemers – er ook bij toen ze ons – de aandeelhouders – ontvingen. Het wemelde van de kostuums en de stropdassen, en die jonge vrouw in mantelpak zou ik niet herkend hebben als het niet mijn eigen dochter was geweest: uit haar discoperiode herinnerde ik mij een iets andere outfit. Wij aandeelhouders zetten onze gezelligste maskers op, maar intussen wilden we toch wel graag weten hoe het met het ondernemen was afgelopen. Nog winst gemaakt, jongelui?

Eh... dat zouden we aan het einde van de vergadering wel horen.

Terwijl ik hun fraai uitgegeven ondernemingsplan nog eens zat door te bladeren, begreep ik weer waarom ik zelf nooit in zaken was gegaan. Er is een soort roestvrijstalen optimisme voor nodig dat niet het mijne is. Ik zou meteen gezegd hebben: ,,Jongens, hoe kunnen we nou in godsnaam in één jaar een onderneming van de grond krijgen?''

Zó word je nooit een Henry Ford.

Deze jongeren waren dan ook terecht met een onbegrensd geloof in hun mogelijkheden aan de slag gegaan. Ze hadden een pracht van een product bedacht: een millenium bug, een plastic insect dat software-bedrijven als relatiegeschenk zouden kunnen gebruiken.

Nog winst gemaakt, jongelui? Eh... nee dus. Ons aandeel bleek gekelderd van vijfentwintig tot min twee gulden en 71 cent. ,,We zijn eigenlijk failliet, maar toch ook weer niet helemaal'', sprak de man van de promotie die er zonniger bij keek dan ooit.

Hoe was dat nou gekomen? Welnu, één groot bedrijf had bijna een mega-order geplaatst, maar was plotseling gaan aarzelen, waarna de hele kwestie op het bureau van iemand met te weinig macht bleek te zijn beland.

Ik zei het al: het leven zélf.