Nieuwe munitie voor debat over ramp in Bijlmermeer

Vandaag begint de Kamer aan de behandeling van het eindrapport van de enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer.

Alle voorrondes zijn gespeeld, het doek gaat op voor de finale. Vandaag begint de Tweede Kamer met de behandeling van het eindrapport `Een beladen vlucht' over de vliegramp in de Bijlmermeer. Volgende week spreekt het parlement met het kabinet, vanmiddag zit de commissie zelf in `vak K', waarvandaan de fracties opheldering willen krijgen over een aantal netelige kwesties.

Daarbij zal de commissie een aantal kritiekpunten voor de voeten geworpen krijgen, zoals over het voorlezen van de verkeerde ladinglijst en de bevindingen over het onderhoud bij El Al.

Belangrijk zijn verder aspecten die rechtstreeks te herleiden zijn naar de verantwoordelijkheid van de verschillende bewindslieden. Daarbij gaat het om het verwijt dat premier Kok onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn coördinerende taak, om de onderbouwing van de stelling dat de gezondheidsklachten in de nasleep van de Bijlmerramp ,,in aard en aantal'' zijn toegenomen door het trage optreden van de overheid (waaronder minister Borst van Volksgezondheid) en om het verwijt dat minister Jorritsma (destijds Verkeer en Waterstaat) de Tweede Kamer onjuist heeft ingelicht in de kwestie rond de vrachtdocumenten.

De Kamerfracties hebben het kabinet en de commissie honderden vragen over onder andere deze onderwerpen gesteld. Vorige week werden de antwoorden van beide partijen gepubliceerd en die zullen, naast het eindrapport, uitgangspunt zijn voor het debat. Duidelijk is in ieder geval dat het kabinet en de enquêtecommissie forse politieke en bestuurlijke meningsverschillen hebben. Daarnaast is het de woordvoerders van de fracties echter opgevallen dat de regering een aantal antwoorden heeft gegeven die, zoals dat in Haagse termen wordt genoemd, ,,schuren langs de werkelijkheid''. In hoofdlijnen gaat het om de volgende punten:

Het kabinet schrijft dat ,,direct na de ramp de operationele en vrachtbrieven'' ter beschikking kwamen. Dit is feitelijk onjuist, zo valt op te maken uit het eindrapport van de commissie-Hoekstra (die in 1998 de inzameling van de vrachtdocumenten onderzocht). Op de avond van de ramp ontbrak het overgrote deel van de vrachtdocumenten die hoorden bij de lading in het vliegtuig dat was ingeladen in New York en dat bestemd was voor Tel Aviv. Deze papieren kwamen pas in augustus 1996 boven water. Bovendien ontbraken er ook een aantal vrachtdocumenten die behoorden bij de lading voor het traject Amsterdam-Tel Aviv.

Volgens het kabinet is de reden voor de late start van een van de onderzoeken van het Academisch Medisch Centrum (AMC) het feit dat minister Borst verwachtte dat de uitkomsten van het werk van de commissie-Hoekstra ,,nadere ladinggegevens zou opleveren''. Dat was echter noch de verwachting, noch de opdracht van deze commissie-Hoekstra. Die moest, zo staat in het instellingsbesluit van 16 februari 1998 te lezen, alleen maar onderzoeken hoe ,,het verzamelen van informatie over de vracht'' was verlopen, alsmede de ,,positie, taak, bevoegdheid en het feitelijk opereren van de betrokken instanties''.

Toen in 1996 het Kamerlid R. van Gijzel (PvdA) de mogelijkheid benutte om de vrachtpapieren in te zien, heeft dat daarna, volgens het kabinet, ,,geen aanleiding gegeven tot nadere vragen cq. commentaar''. Maar Van Gijzel heeft kort na zijn bezoeken het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Bureau Vooronderzoek van de Raad voor de Luchtvaart om meer opheldering gevraagd. Hij schreef er op 21 maart 1996 zelfs een brief over aan minister Jorritsma.

Het kabinet meldt dat ,,in september 1998 de detailgegevens over de lading (house airwaybills) door het ministerie van V&W achterhaald waren''. Dit is onjuist, de laatste houseairwaybills (de inmiddels beruchte `20 ton') werden tijdens de parlementaire enquête door de commissie in de VS achterhaald.

De enquêtecommissie neemt het minister Jorritsma kwalijk dat zij de Kamer niet heeft geïnformeerd over een notitie van de Rijksverkeersinspectie over de ladingdocumenten. Volgens het kabinet komt dat omdat de minister ,,niet op de hoogte was van het bestaan van de rapportage''. Toch is deze notitie wel naar de onder haar verantwoording vallende Rijksluchtvaartdienst (RLD) gestuurd.

Sommige punten zijn detailkwesties, andere spelen een rol in het weerleggen van meer fundamentele kritiek van de enquêtecommissie door het kabinet. De woordvoerders van een aantal Kamerfracties zullen deze aspecten in ieder geval niet alleen ter commentaar aan de regering, maar ook aan de enquêtecommissie voorleggen. Dat is vooral voor oppositiepartijen interessant, omdat het munitie kan opleveren voor het debat met het kabinet, volgende week. ,,Het zijn lezingen van de regering die haaks staan op wat de commissie zegt'', benadrukt fractievoorzitter P. Rosenmöller van GroenLinks. ,,Bovendien hebben ze te maken met de onderbouwing van de verdediging van het kabinet.''

R. van Gijzel (PvdA), die geldt als het best ingevoerde Kamerlid in het Bijlmerdossier, bevestigt desgevraagd dat ook hij een aantal ,,onjuistheden'' heeft gevonden in de antwoorden van de regering, maar hij wil verder nog niet vooruitlopen op het eerste debat met de enquêtecommissie.